Het inkomen van de beroepsmilitair

Je eigen fysieke en psychische grenzen verkennen en werkervaring opdoen, dat zijn de belangrijkste redenen om in het leger te gaan, zo blijkt uit onderzoek. Het salaris komt pas op de vijfde plaats. Wel hebben de vergoedingen voor vredesoperaties en humanitaire missies in het buitenland een zekere aantrekkingskracht, vooral voor militairen met een kortlopend contract.

Sinds september vorig jaar werken bij de Nederlandse krijgsmacht alleen nog beroepsmilitairen; de dienstplicht is opgeschort. De overgang naar een beroepskrijgsmacht ging gepaard met forse bezuinigingen en inkrimping van het personeel. In 1990 had Defensie nog zo'n 128.000 militaire en burger personeelsleden in dienst, nu zijn dat er 77.363. Het personeelsbestand moet over twee jaar zijn teruggebracht met nog eens 3.000 werknemers. De klappen komen het hardst aan bij de landmacht, die geen tienduizenden dienstplichtigen meer hoeft klaar te stomen tot soldaat.

De vernieuwde krijgsmacht heeft ook een andere taakstelling gekregen. Naast de verdediging van het Nederlandse grondgebied en dat van bondgenoten wordt het leger steeds meer ingezet bij crisisbeheersingsoperaties. Het aantal militairen bedraagt momenteel 55.739, van wie 43 procent behoort tot de laagste rangen (manschappen/korporaals), 39 procent tot de onderofficieren en 18 procent tot de officieren. Negenendertig procent van de militairen heeft een contract voor bepaalde tijd (BBT-ers), 61 procent voor onbepaalde tijd (BOT-ers). Defensie heeft per jaar tussen de 5.000 en 8.000 nieuwe BBT-ers nodig. Vorig jaar meldden zich 35.000 kandidaten aan.

De bezoldiging van de militair is afhankelijk van zijn rang. Voor lagere militairen is ook de leeftijd bepalend, en voor officieren daarnaast de diensttijd. De laagste rang die een militair kan bekleden, is soldaat of matroos. Het aanvangssalaris bij deze rang bedraagt 2850 gulden, inclusief een toeslag voor extra beslaglegging. Elke beroepsmilitair heeft aanspraak op deze vaste onregelatigheidstoeslag. Wanneer er daadwerkelijk sprake is van extra beslaglegging, bijvoorbeeld bij oefeningen, wachtdiensten, werkzaamheden in het weekeinde, op feestdagen of op onregelmatige tijden, komt daar een vergoeding bovenop. Deze wordt uitbetaald in geld of vrije tijd. Militairen die worden ingezet bij vredesoperaties en humanitaire missies in het buitenland, ontvangen een tegemoetkoming voor extra onkosten (27 Amerikaanse dollars per dag) en een vergoeding voor de extra werkdruk (72,75 gulden per dag). Een soldaat die een half jaar naar het buitenland is uitgezonden, krijgt zo 12.600 gulden netto aan extra inkomsten. Voor militairen met een hogere rang valt dit bedrag netto lager uit.

Majoor Ingo Piepers kwam in 1985 vrijwillig in dienst van de krijgsmacht. Hij koos voor een baan bij het korps mariniers, onder meer omdat dit legeronderdeel wereldwijd opereerde. Hij werd veelvuldig voor langere tijd uitgezonden, onder meer naar Aruba en Bosnië. Tussentijds ging hij regelmatig een paar maanden op oefening naar het buitenland. Piepers: “de extra toelage is een soort afkoopsom, omdat je 24 uur per dag paraat bent en meestal lange dagen maakt. Ook krijg je een extra toelage omdat de leefomstandigheden in het buitenland duurder kunnen zijn.”Verder ontvangen alle militairen toeslagen voor risico's of zware omstandigheden. Hieronder vallen onder meer het maken van een parachutesprong, het leiden van bergbeklimmingen, oefenen onder tropische of arctische omstandigheden, het demonteren of vervoeren van munitie, duiken en varen door zeegebied waar mijnen liggen of in een onderzeeboot.

Onderofficieren verdienen gemiddeld 4.500 gulden en officieren 6.500 gulden. Uitzonderingen zijn de generaals, die maar 0,02 procent van de beroepsgroep uitmaken. Hun salaris varieert tussen de 10.000 en 16.000 gulden. Officieren met de rang van luitenant-kolonel of hoger ontvangen geen vergoeding voor overwerk. Officieren die de functie van arts, tandarts of apotheker vervullen, krijgen een maandelijkse toelage, om het verschil te compenseren met de inkomsten van artsen in de particuliere sector. Vliegers bij de luchtmacht ontvangen een soortgelijke toelage.

De meeste militairen veranderen om de twee à drie jaar van functie. Ook de loopbaan van Ingo Piepers verliep zo. Na het VWO doorliep hij de vijfjarige opleiding aan het Koninklijk Instituut oor de Marine in Den Helder, die automatisch leidt tot de rang van 1e luitenant. Hij vervulde afwisselend functies bij operationele eenheden in het veld en staffuncties. Binnen tien jaar braacht hij het tot majoor. Tegenwoordig werkt Piepers als stafofficier bij de afdeling die de buitenlandse operaties van het korps mariniers voorbereidt.

Defensie verzorgt interne bijscholing voor ambitieuze militairen, maar betaalt ook studies buiten het leger. Zo studeerde Piepers op kosten van Defensie bedrijfskunde. BBT-ers die na een paar jaar willen terugkeren in de burgermaatschappij, kunnen eveneens beschikken over studiefaciliteiten. Ongeveer de helft van hen maakt gebruik van de mogelijkheid om op kosten van Defensie een opleiding te volgen. Per jaar besteed Defensie hieraan 1 miljard gulden.

Bruto maandsalarissen van beroepsmilitairen, inclusief VEB-premie in guldens per maand

Manschappen en korporaals

aanvangssalaris (soldaat): 2.850

gemiddeld salaris (soldaat1/korporaal): 3.000

eindsalaris (korporaal1): 3.900

Onderofficieren aanvangssalaris (sergeant): 3.390

gemiddeld salaris (sergeant-majoor): 4.500

eindsalaris (adjudant): 5.900

Officieren

aanvangssalaris (2e luitenant): 4.075

gemiddeld salaris (kapitein/majoor): 6.500

eindsalaris (kolonel): 12.670

Aantal militairen: 55.739

Aantal manschappen en korporaals: 24.061

Aantal onderofficieren: 21.580

Aantal officieren: 10.098

Bron: Defensie