Gevolgen bij overlijden ingrijpender dan menigeen denkt; Samenwonen zonder boterbriefje

Bij de beslissing om te gaan samenwonen worden zakelijke consequenties vaak niet als eerste afgewogen. Beschermende maatregelen kunnen kommer en kwel buiten de deur houden.

Veel mensen wonen ongehuwd samen. De meeste gaan samenwonen omdat de liefde bloeit en maken zich in eerste instantie niet druk over juridische en fiscale gevolgen hiervan. Toch kunnen de gevolgen bij onverhoopte narigheid, zoals overlijden of uit elkaar gaan ingrijpender zijn dan menigeen zich realiseert.

Samenwonen betekent letterlijk dat twee mensen voortaan één dak boven het hoofd hebben. Het maakt in meer dan één opzicht verschil of het huis gehuurd of gekocht is, echter in alle gevallen zal een degelijke regeling getroffen moeten worden. Vaak zal een van de twee partners bij de ander intrekken. Dit kan in het gehuurde of in het eigen huis van de partner zijn.

Als de partner het huis gehuurd heeft, zal de verhuurder moeten instemmen met het samen huren van degene die bij de oorspronkelijke huurder intrekt.

Bij het overlijden van de huurder mag de overblijvende partner zonder eigen huurcontract hoogstens zes maanden na het overlijden in het huis blijven wonen. Wie daarna wil blijven moet proberen binnen die zes maanden toestemming te krijgen van de kantonrechter.

Als er onverhoopt een einde komt aan de relatie heeft de partner die bij de huurder ingetrokken is en door wie niets geregeld is, geen enkel recht en staat letterlijk op straat. Dit valt te voorkomen als beide partners huurder worden. Daarvoor is toestemming van de verhuurder nodig. Als deze toestemming weigert kan de kantonrechter uitkomst bieden.

De wet stelt wel enige eisen voordat de kantonrechter het verzoek kan honoreren. Bijvoorbeeld dat de partner, die de huurder is tenminste twee jaar de woonruimte tot hoofdverblijf gehad moet hebben.

Bovendien moeten de huurder met de aspiranthuurder een duurzame gemeenschappelijke huishouding hebben. De nieuwe medehuurder moet in staat zijn de huur op te brengen. De gang naar de kantonrechter kan gemaakt worden als de verhuurder niet binnen drie maanden antwoord geeft of de toestemming weigert op uw schriftelijke verzoek.

Intrekken bij uw partner met een eigen huis lijkt eenvoudiger. U hebt in ieder geval geen toestemming van de huisbaas nodig. Maar ook in dit geval is de partner die is ingetrokken rechteloos als de relatie verbroken wordt.

Dit valt op twee manieren te voorkomen. De partner kan huur betalen aan de eigenaar of de eigendom van het huis komt op twee namen. In het laatste geval moet de koopsom ook echt op tafel komen om te voorkomen dat de overdracht door de fiscus als schenking wordt beschouwd. Er moet bovendien 6 procent overdrachtsbelasting over de waarde van het gekochte deel betaald worden.

Huren van de partner kan ook voetangels en klemmen opleveren. Als er een hypotheek op het huis rust moet de bank meestal toestemming geven voor de verhuur. Het is verstandig in alle gevallen een samenlevingscontract op te laten maken door de notaris. In zo'n contract kunnen belangrijke zaken geregeld worden. Dat zijn bijvoorbeeld de kosten van de huishouding en de betaling van de premies voor levensverzekeringen.

In het contract kunnen ook een verblijvingsbeding en een overnemingsbeding opgenomen worden. In het verblijvingsbeding kan opgenomen worden dat bij overlijden van één van de partners alle gemeenschappelijke bezittingen verblijven aan de langstlevende partner. Er kan ook een overnemingsbeding opgenomen worden. Dit wil zeggen dat de langstlevende partner het aandeel van de overleden partner in de bezittingen mag overnemen. Beide bepalingen hebben nog niet tot gevolg dat de overgebleven partner automatisch recht heeft op de erfenis van de overleden partner. Daarvoor is een testament noodzakelijk. Als er geen testament gemaakt is erft de familie van de overledene.

Samenwonende partners kunnen elkaar tot enig erfgenaam maken. Dit geldt overigens alleen als er geen kinderen zijn. Kinderen hebben namelijk recht op een legitieme portie. De rechten van kinderen kunnen door het maken van een testament wel uitgesteld worden tot het overlijden van de langstlevende partner.

De langstlevende is successierecht verschuldigd over de erfenis. Na vijf jaar samenwonen bestaat een vrijstelling van het successierecht van 565.868 gulden (1998). Het is dus van belang het begin van de samenleving vast te leggen. Op dit bedrag wordt wel de helft van de gekapitaliseerde waarde van de rechten op nabestaandenpensioen in mindering gebracht onder aftrek van 30 procent latente inkomstenbelasting. Er resteert in ieder geval 161.676 gulden (1998). Voor gehuwden geldt deze vrijstelling vanaf de huwelijkssluiting. Als de samenleving op het moment van overlijden tussen vier en twee jaar heeft geduurd, zijn voor de overgebleven partner belastingvrije sommen vastgesteld volgens een sterk aflopende schaal. Het successierecht kent verschillende tariefgroepen. Samenwonenden komen pas in aanmerking voor het gunstige gehuwdentarief als zij na hun beider twee en twintigste verjaardag gedurende tenminste vijf aaneengesloten jaren een gemeenschappelijke huishouding gevoerd hebben.

Door middel van overlijdensrisicoverzekeringen kan kapitaal overgedragen worden aan de langstlevende partner. Dit kan door degene die recht krijgt op de uitkering ook de premie te laten betalen. De betaler is dan verzekeringsnemer en begunstigde. De andere partner is de verzekerde. In dit geval wordt er niets onttrokken aan de nalatenschap van de overledene. De uitkering is in dat geval vrij van successierecht.

Sinds 1 januari 1998 is het mogelijk voor een paar om zich te laten registreren bij de burgerlijke stand. Dit geregistreerde partnerschap heeft, afgezien van de betrekking tot eventuele kinderen, dezelfde gevolgen voor vermogen en erfrecht als een huwelijk in gemeenschap van goederen. Door het laten opmaken van registratievoorwaarden kan een vergelijkbaar resultaat bewerkstelligd worden als bij huwelijkse voorwaarden.

De bedoeling van partners die gaan samenwonen onder één dak is een lang en gelukkig leven vol rozengeur en maneschijn. Beschermende maatregelen kunnen kommer en kwel buiten de deur houden.

Inmiddels heb ik mijn derde pc en ik krijg er alleen maar méér werk door. Die mooie toets breng je naar school, leerlingen maken hem en vervolgens keer je huiswaarts met de tas vol nakijkwerk. De volgende dag of iets later (sic) breng je de hele handel terug om vervolgens weer een nieuwe stapel af te halen. De computer staat naast je en je hebt er voor die klus, het nakijkwerk, geen fluit aan. Sinds kerst zit ik op het Internet, je moet wel, wil je niet bij je leerlingen achterblijven. Ik verheug me nu al op de eerste les Internetten; tegen de tijd dat ik mijn opdracht heb uitgelegd, is mijn klas al de hele aardbol over. Bovendien moet ik nu ook nog al die digitale schoolpleinen af om de laatste ontwikkelingen op onderwijsgebied bij te houden. De traagheid van dit medium is tergend; als de doorsnee leraar dit tempo had dan duurde het minstens acht jaar voordat een gemiddelde Mavoleerling zijn diploma zou halen.