Column

Fax aan mijn vrouw

Liefste

We hebben het zo vaak over de dood gehad. Hoe wil je? Ziek of ongeluk? Kortstondig ziek of terminaal? Euthanaspuitje of toch maar de wrede natuur? En over het opruimen van de resten hebben we het ook gehad. Geen as. Gewoon een kuil. En iedereen mag komen. Niks begrafenis in stilte. Om Ivo de Wijs te citeren: Ik zorg zelf wel voor de stilte op die dag. Maar niemand mag iets zeggen. Dan krijg je ook geen huichelpraatjes en troostende mooipraterij. Jij mag wat zeggen. En de kinderen. Verder allemaal bek dicht.

Hoop ook dat mij allerlei advertenties bespaard blijven. Van die derderangs protsenmakers die via de krant willen laten merken dat ze intiem waren met het beroemde lijk. Wegwezen. Niemand mag meesurfen op het kortstondige succes van mijn laatste tournee. Ik wil zelfs geen laatste groet van mijn impresario, platenmaatschappij of uitgeverij in de krant. Of er moet gewoon onder staan: wij zullen zijn omzet missen! Dat is mijn humor en dan mag het.

Maar dit alles weet je al en daarvoor schrijf ik je dan ook niet. Het gaat om iets anders, iets waar wij het nooit over gehad hebben, maar dat sinds twee weken mijn geweten verzengt: wil je geen boek over onze verhouding schrijven? Geen letter.

Niemand hoeft te weten dat ik de eerste keer bij jou in bed last van een erectie had en het gaat ze zeker niets aan dat ik je al twintig jaar lang om de drie kwartier opbel om te controleren of je niet met een ander zit te vozen. Mijn verstikkende en ziekelijke jaloersheid wil ik graag tussen ons houden. Ook mijn rare driftbuien tegen de kinderen, mijn vreemde gewoonte om altijd in mijn blote reet eieren te bakken en mijn onsmakelijke gewoonte om met de wc-deur wagenwijd open te schijten, het zogenaamde claustropoepen, gaan niemand wat aan. Hou het tussen ons.

En wil je ook mijn familie heel laten? Een zus die elke dag een extra gesneden wit voor de eendjes koopt is een beetje vreemd en een broer die elke zaterdag de uitslagen van de Australische squashcompetitie aan de pinguins van Artis voorleest mag je ook raar noemen, maar dat soort dingen hebben we toch altijd binnen de muren van ons huis gehouden? Zullen we dat maar zo laten? Elke familie heeft toch een paar van die halve zolen. En die verschrikkelijke dingen die ik over mijn ouders heb gezegd moet je ook maar niet opschrijven. Daarbij zijn ze natuurlijk subjectief. Het is hoor zonder wederhoor. Jij hebt mijn vader amper gekend. Ik weet zeker dat je het mooi op zal schrijven, uiteindelijk zijn je liefdesbrieven aan mij zielverscheurend, maar toch. Doe het maar niet. Ik gun je je weduwenpensioen van harte, geloof dat je het boek eerlijk en oprecht zal schrijven, weet dat het een bijna therapeutische werking op je zal hebben en denk dat de uitgever zonder problemen honderdduizend exemplaren in één week wegzet, maar het lijkt me zo verschrikkelijk als al die vreselijke prozacmutsen uit de betere kringen aan onze liefde knagen. Je weet wel wat ik bedoel. Haarlem Zuid. Het leest wel deze krant, haalt zijn neus op voor de roddelbladen, maar wil iets te gretig weten hoe het zat tussen meneer en mevrouw Van 't Hek. Ging hij vreemd? Hoe reageerde zij daarop? Enzovoort.

En er is nog een reden waarom je het niet moet doen: jij weet als geen ander dat de columnist en cabaretier in mij zich bij zijn leven zou hebben vastgebeten in dit soort gluurboeken. Ik zou er grap op grap over hebben gemaakt en moet je me hiermee dan, als ik me niet meer kan verweren, om de oren slaan? Nee toch?

Mocht je je echter niet kunnen bedwingen en heb je het gevoel dat je het op moet schrijven, leg het resultaat dan in een laatje. Mooi voor de kinderen en kleinkinderen, maar hou al die quasi intellectuele geilneuzen er buiten.

Heel veel liefs en nog meer knipoog

YOUP

PS. Echte watjes roken niet.