Deeltijdarbeid

In de beschouwing over het nieuwe initiatief-wetsontwerp van de heer Rosenmöller terzake deeltijdarbeid wordt vermeld dat dankzij de steun van de Tweede-Kamerfractie van het CDA het oorspronkelijke wetsontwerp de Eerste Kamer kon bereiken (NRC Handelsblad, 25 februari).

Nu hebt u niet de reputatie al te teergevoelig met het doen en laten van mijn politieke stroming om te gaan. Het zij zo. Maar ik mag u toch nog wel aanspreken - hopelijk - op een correcte weergave van tenminste de contemporaine parlementaire geschiedenis. Het CDA in de Tweede Kamer heeft gewoon, net als in de Senaat, tegen het wetsontwerp gestemd. Wie telt, weet, dat onze positie in de Tweede Kamer niet zo sterk is, en zelfs was, dat wij een meerderheid van anderen kunnen blokkeren. Dat sedert al weer drie jaren in de Eerste Kamer de getalsverhoudingen nogal anders zijn dan in de Tweede Kamer, en dat daar CDA en VVD een meerderheid hebben, zal u toch ook niet onbekend zijn.

Het CDA als voorstander van ruime - wettelijke - mogelijkheden van combinatie van zorg en werk is dubbel consequent in deze: vanwege ons vertrouwen in sociale partners, vanwege de veronachtzaming van de belangen van het midden- en kleinbedrijf (dikwijls juist gezinsbedrijven), en vanwege de geringe rechtsbescherming van diegenen, die op een bepaald moment weer 'full time' wilden gaan werken, hebben wij ons verzet tegen het doordrammen van deze interpretatie van een wettelijk recht, in de Eerste én in de Tweede Kamer.

Vanwege het belang dat wij eraan hechten dat mensen carrière en intermenselijke zorg en aandacht kunnen gaan combineren hebben wij zelf een nieuwe kaderregeling van wettelijk zorgverlof voorgesteld, twee weken geleden, waarbij sociale partners eerst de kans krijgen zelf hun verantwoordelijkheid te nemen, het midden- en kleinbedrijf evenwichtig behandeld wordt en het over meer gaat dan alleen maar tijdelijk korter werken.

Dat is en was ook de strekking van het nieuwe CDA-programma 'Samenleven doe je niet alleen'.