De Rus zuipt zich dood, de staat heft accijnzen

De Russen drinken zich dood - letterlijk - maar de staat bekommert zich liever om de heffing van alcoholaccijns: de nieuwste maatregelen zijn er niet op gericht de Russen minder te laten drinken, maar om hen er meer voor te laten betalen.

MOSKOU, 28 FEBR. “Dronkaard loopt metrotunnel in.” Een eenkolomsberichtje in de Moskouse kranten. Voor zijn neus waren de deuren dichtgeklapt en hoewel er in Moskou elke minuut een nieuwe ondergrondse komt was hij met zijn zatte kop de trein achterna gelopen. Gevolgen: vertragingen, overvolle perrons, gemor.

Een week later springt op de halte Proletarskaja het sein op rood. Onbegrip. Ongeduld. Ergens in de tunnel staat een treinstel stil. Maar waarom? Vastgelopen remmen? Een ongeluk? Pas later biedt de krant uitsluitsel: “Dronken metrobestuurder valt in slaap.” Nu ook wordt duidelijk waarom elk metrostation over een ontnuchteringscel beschikt, zo eentje met tralies en verder niets, waar vaak ook nog iemand op de vloer ligt te kotsen.

Onder of boven de grond, de Russen zijn van alle volken de zwaarste drinkers. Ze zuipen zich letterlijk dood, zo staat in alarmerende rapporten. Vorig jaar werden 43.000 'alcoholdoden' geregistreerd. Meegeteld zijn fatale leverziekten, zwervers die in beschonken toestand doodvriezen, doodslag en dodelijke aanrijdingen waarbij drank in het spel is. De alcoholconsumptie in Rusland is sinds het mislukken van Gorbatsjovs drooglegging in 1988 verzesvoudigd, en ligt nu met 38 liter sterke drank per volwassene per jaar tweemaal boven het Amerikaanse cijfer.

Hoe hoger de inname van wodka en wat daarvoor moet doorgaan (aftershave of aangelengde kerosine) des te lager de levensverwachting van de Rus. In 1994 werden Russische mannen gemiddeld 57,4 jaar; vrouwen 71. De sociale dwang om elk glas bij elke toast in één teug achterover te slaan heeft tot gevolg dat vooral in weekeinden veel mannen tijdens zuippartijen dood neervallen. Pasgeboren jongetjes hebben gemiddeld zo'n 15 jaar korter te leven dan die in het Westen, en al beginnen de demografische indicatoren zich licht te herstellen, het wetenschappelijke tijdschrift The Lancet spreekt van “de ergste terugval in levensverwachting ooit gedocumenteerd”.

Russische onderzoekers hebben berekend dat Gorbatsjov met zijn anti-alcoholcampagne tussen 1985 en 1988 zo'n 600.000 levens heeft gered. Maar dat is dan ook ongeveer het enige positieve dat de Russen over de gehate kruistocht van 'Meneer Mineraalwater' te melden hebben. Door wijngaarden te rooien, drankmagazijnen te vernielen en wodkahandelaren als staatsgevaarlijke elementen te vervolgen heeft Gorbatsjov het einde van de USSR bespoedigd, concludeert de politicoloog Stephen White van de universiteit van Glasgow in zijn studie 'Russia Goes Dry'.

De Russische historicus William Pochljobkin gaat verder. “Naïef, onhandig en contra-productief”, noemt hij de drooglegging. “Niet alleen liep de schatkist een onmisbare bron van accijnzen mis, maar de campagne werkte ook het ontstaan van een (wodka-)mafia in de hand.” In zijn boek 'De geschiedenis van de wodka' betoogt Pochljobkin: wie in Rusland de wodkaproductie en -distributie in zijn greep heeft, bezit de macht. En: een absoluut heerser, of hij nu tsaar is of partijleider, beschikt per definitie over een wodkamonopolie.

Naar schatting zeventig procent van de Russische wodkamarkt is momenteel in handen van illegale stokers, smokkelaars en louche handelaren. Als president Jeltsin dus in het Kremlin wil blijven, dient hij daar snel iets aan te doen. “Het bacchanaal moet afgelopen zijn”, riep zijn vice-premier een jaar geleden, denkend aan de twee miljard dollar aan accijnzen die de staat per jaar misloopt.

Het alcoholbeleid van tsaar Boris de Eerste komt niet voort uit zorg om de volksgezondheid. Het is er niet op gericht de Russen minder te laten drinken, maar meer te laten betalen - aan belasting. Als dat betekent dat er minder doden vallen door het nuttigen van verfverdunner, antivries of eau de cologne, dan is dat mooi meegenomen.

De accijnzen op een liter sterke drank zijn verhoogd naar zeven dollar per liter. Om de verkoop van huisgestookt distillaat tegen te gaan is de straatverkoop van wodka verboden. Er wordt jacht gemaakt op illegale stokerijen en in de wodkafabrieken worden metertjes aangebracht, aangezien de niet-geregistreerde productie de officiële soms evenaart.

Het lijkt wel of Jeltsin, zelf een connaisseur, lering heeft getrokken uit de geschiedenis. Het lot van de Russische machthebbers is al eeuwen verbonden met “dit meest gevoelige onderdeel van de Russische identiteit” (Pochljobkin). De Schotse politicoloog White herinnert eraan dat grootprins Vladimir, zoals de legende gaat, in het jaar 988 zijn keuze voor het christendom en tegen de islam had gemotiveerd met de woorden: “Drinken is de vreugd der Russen.”

Dat heeft hun soms parten gespeeld: de Tataarse horden konden in 1379 ten oosten van Moskou door de verdedigingslinies breken “wegens collectieve dronkenschap van de Russen”. Pas later slaagden de Russische leiders erin wodka als wapen en instrument te hanteren. Zo introduceerde tsaar Peter de Grote de 'strafbeker': het te schande maken van zijn opponenten door hen publiekelijk 1,2 liter wodka te laten drinken.

In 1902 lukte het de Romanovs door het instellen van een monopolie op de wodkaproductie bijna de helft van hun staatsinkomsten uit de alcoholaccijnzen te halen. De geheelonthouder Lenin nam het zekere voor het onzekere en beval de vernietiging van de drankvoorraad die de bolsjewieken in 1917 in het Winterpaleis aantroffen, anders zou de revolutie nog mislukken.

Maar Lenin weigerde in te zien dat je “de ziel van de natie” (Pochljobkin) niet straffeloos kunt negeren. “Het proletariaat heeft er geen behoefte aan zich te vergiftigen”, luidde een van de vele misvattingen waarop hij de eerste arbeidersstaat bouwde. Tot aan zijn dood in 1924 was er in die staat geen druppel alcohol te krijgen. Daarna hervatte Stalin de wodkaproductie. Pochljobkin denkt dat Stalin in 1943 een strategische fout heeft gemaakt door de soldaten van het Rode Leger na hun zege op de Duitsers bij Stalingrad elk honderd gram wodka per dag toe te staan, als beloning. “Dat was het begin van het einde”, zegt hij, wrijvend over zijn lange grijze baard. Na de oorlog gleed de USSR gestaag af naar een dronken samenleving. “Dronkenschap op het werk was in de jaren zestig en zeventig de norm.”

De laveloosheid nam epidemische vormen aan. In het boek 'Moskou op Sterk Water' van Venedikt Jerofejev, dat een cultstatus bereikte toen het in 1969 in samizdat-versie verscheen, is het een levensstijl en tegelijk een ongerichte aanklacht. De vertelling is één groot delirium, een kruisweg vol zelfmedelijden, doorspekt met diagrammen van de onwaarschijnlijke alcoholinname van een ploeg kabelleggers en recepten voor cocktails met namen als 'De tranen van het Komsomol-meisje' (op basis van nagellak en mondspoelwater).

Gorbatsjovs impopulaire poging om de USSR aan een ontnuchteringskuur te onderwerpen ging voorbij aan de oorzaken van de maatschappelijke verslaving. Hij groef zijn eigen graf door niet het misbruik, maar de wodka zelf aan te pakken: bij zijn aantreden teerde de Sovjet-Unie voor 35 procent op de alcoholaccijnzen, een percentage dat was geslonken tot vijf toen hij in 1991 moest aftreden.

Tijdens een drinkgelag in december van dat jaar besloten drie presidenten van Sovjet-republieken, zowat van hun stoelen vallend van dronkenschap, om de Unie dan maar helemaal op te heffen. Een van hen was Boris Jeltsin, die zich vervolgens - net als zijn volk - bijna dood zoop. Zijn ex-lijfwacht vertelde vorig jaar hoe hij de wodka heimelijk met water aanlengde om de president tegen zichzelf in bescherming te nemen.

Er verschenen nieuwe wodka's met namen als Gorbatsjov (als plaagstoot) en Terminator (heel toepasselijk). De ultranationalist Vladimir Zjirinovski bracht een eigen merk op de markt (Zjirinovski) om zijn verkiezingscampagne te financieren. Maar Jeltsin behield de macht, hij overleefde minstens twee hartaanvallen en een vijfvoudige bypassoperatie.

Het gerucht gaat dat hij van de drank af is, en dat kan misschien verklaren waarom hij juist nu, de geschiedenis indachtig, bezig is de wodkaproductie onder controle te krijgen. Zoals bottelaar Boris Smirnov opmerkt: “Als Rusland meer dan een kwart van zijn wodka importeert is zijn soevereiniteit in gevaar.” Vorig jaar kwam meer dan de helft van buiten. Maar dat gaat veranderen, want sinds 13 januari kost een doorlopende alcoholimportvergunning 450.000 gulden per jaar, bovenop de hoge invoerheffingen. De enorme rij tankwagens vol ruwe alcohol die maanden bij de Russische zuidgrens stond te wachten is voorgoed de toegang ontzegd. Ook de veiligheid van de metrogebruikers krijgt aandacht: de bestuurders van de Moskouse metro worden uitgerust met een alarm dat afgaat zodra zij beginnen te knikkebollen.