De ruime blik van meneer Foppe

Europees voetbal kan Heerenveen nauwelijks nog ontgaan, maar coach Foppe de Haan (54) laat zich niet leiden door euforie. “Foppe mag tot zijn pensioen bij Heerenveen blijven”, zegt voorzitter Van der Velde. Het evangelie van een nuchtere Fries die de val van Ruud Gullit heeft voorzien.

De pompeblêdden op het shirt van de voetballers uit Heerenveen en het massaal meegezongen Friese volkslied zijn nog slechts symbolen van een roemrucht verleden. Herinneringen aan een tijd waarin Us Abe de eerste aanzet gaf tot de emancipatie van een achtergestelde provincie. Maar het Fries is niet langer de voertaal in het Abe Lenstra-stadion. Coach Foppe de Haan, een echte Fries, heeft zich omringd met drie Roemenen, drie Nigerianen, een Serviër, een Pool, een Noor, en een Belg. Hoe bewaakt een club als Heerenveen zijn identiteit na het Bosman-arrest dat grenzen deed vervagen?

De Haan: “Vroeger kon je Ajax typeren als de club van het frivole voetbal, Feyenoord als de club van de arbeiders en PSV als de typische fabrieksploeg. Maar met het wegvallen van de grenzen is de wereld een stuk kleiner geworden. Daarom houd je culturen tegenwoordig moeilijker in stand. Zelfs Friesland is opener geworden. Tien jaar geleden speelden we met bijna louter Friezen in de eerste divisie. Dat was herkenbaar voor ons publiek. Maar om hogerop te komen was een andere koers noodzakelijk. Hoewel we nu nog nauwelijks spelers uit Friesland hebben, zijn we toch verankerd in de regio. We zijn nu een regioclub met een landelijke uitstraling.”

Met gevoel voor ironie constateerde aanvaller Samardzic onlangs dat de Friezen nu de buitenlanders waren in Heerenveen. De Haan heeft nooit onderscheid willen maken. “Iedereen wordt hier meteen in de gemeenschap opgenomen”, zegt hij. “Ik denk dat wij profiteren van de uitstraling van Thialf. Door dat ijsstadion kwamen van oudsher veel mensen uit Oekraïne, Rusland en de Baltische staten naar Friesland. Zelfs de Australische schaatser Colin Coates voelde zich een Heerenvener. De traditie van het schaatsen heeft onze provincie opener gemaakt. Voorzitter Riemer van der Velde en ik kijken voortdurend over de grenzen.”

De stichting Foarwurk legde het fundament onder de integratie van de buitenlandse spelers. “Zij lieten onze voetballers een inburgeringsprogramma volgen”, vertelt De Haan. “Ze leerden niet alleen de taal, maar gingen ook naar de dorpen. Onze spelers volgden hetzelfde traject als asielzoekers. Ik wilde het later wat schoolser aanpakken om de jongens te dwingen bij Heerenveen alleen Nederlands te spreken. Wie de taalcursus niet zou volgen, stond niet in de basis.”

Enkele families ontfermen zich al enkele jaren over de nieuwe aanwinsten van Heerenveen. De Haan: “Vooral de familie Hylkema is boven alle lof verheven. Mwankpa en Onwuzureike, twee Nigeriaanse jongens van achttien en negentien jaar, zitten nu bij hen in huis. De club vraagt zich af of ze zo langzamerhand niet op eigen benen moeten staan. Maar wij overleggen eerst met Afke Hylkema, want zij is de moeder en moeder vond het nog niet goed. Ze blijven tot de zomer bij haar in huis. We wilden de familie Hylkema laatst in de bloemetjes zetten. Mooi dat ze niet kwamen, die aandacht willen ze niet.

“Ik beschouw het werken met buitenlandse spelers als een verrijking. Ik probeer die mensen open te breken zodat ze één worden met hun nieuwe omgeving.” Lachend: “Maar ik krijg er soms wel pijn in mijn kop van. Ik heb regelmatig het schoolbord er bijgehaald om tactische afspraken nog eens uit te leggen. Ik maak spaarzaam gebruik van tolken, de voetbaltaal beheersen de jongens nu wel. Je moet er ook voor waken dat de buitenlanders zich gaan isoleren in de groep.

“Tegelijkertijd constateer ik dat onze harde kern, jongens als Pastoor, De Visser en Vonk heel goed met die jongens omgaat. Ook van de Nederlandse spelers verwacht ik dat ze zich niet afzonderen. Laatst had iemand het over 'die Roemenen'. Ik zei: 'Je bedoelt te zeggen: die rot Roemenen?' Ik heb hem publiekelijk afgebrand. Bij Heerenveen wordt niemand gediscrimineerd.”

Meer tijd had 'meneer Foppe' nodig om de mentaliteit van zijn pupillen bij te schaven. “De Noren en de Denen arriveren in Heerenveen, draaien zich om en zijn gewend aan de cultuur in Friesland. De spelers uit het Oostblok hebben het veel moeilijker. Als je langs hun huizen loopt, zijn de gordijnen dicht. Ze zijn veel geslotener, in hun eigen land waren ze voornamelijk op zichzelf aangewezen. In landen als Rusland en Roemenië heerst nu de anarchie, daar geldt het recht van de sterkste.

“Ik heb wedstrijden gezien in Roemenië, waarbij spelers alleen maar vallen om te provoceren en om de scheidsrechter te beïnvloeden zo hij al niet is omgekocht. Die praktijken bestonden zeker onder Ceaucescu, maar ze zijn niet verdwenen. Mijn Roemeense spelers dachten dat ze ook de arbiters in Nederland konden sturen, zo waren ze dat gewend. Maar ik accepteer het niet dat ze om een kaart voor de tegenstander vragen. Ik heb ze videobeelden laten zien van Schwalbes, want ook op de training gingen ze meteen liggen na een duwtje. Dat doen ze nu niet meer. Onze Roemenen hebben het verleden van zich afgeworpen.”

Het exotische karakter van de selectie helpt Heerenveen tevens afstand te nemen van zijn provinciaalse imago. De club speelt nu voor Europees voetbal en treedt Feyenoord morgenavond in de Kuip zelfbewust tegemoet. Maar heeft De Haan ook een geestelijke omslag weten te bewerkstelligen? Waant Heerenveen zich een van de topclubs in Nederland? “Onze kracht is dat we uit een dorp komen, dat versterkt de homogeniteit binnen de club. Maar die kracht vormt tevens een bedreiging, het achterland is beperkt.

“We zijn blij dat Hewlett Packard hier met 3.000 werknemers naar toe komt, dat geeft Heerenveen een extra impuls. Er komt een extra ring op het stadion, want uit onderzoek is gebleken dat we zeker 20.000 toeschouwers kunnen trekken. Ook Heerenveen onderzoekt de mogelijkheden van een beursgang om een vaste positie te verwerven aan de top.” Toch hoeft de wereld van Foppe de Haan niet per se groter te zijn dan het dorpsplein in zijn geboorteplaats Akkrum, waar de mensen hem ook vriendelijk groeten als Heerenveen heeft verloren.

“In een dorp gaan de mensen zo anders met je om dan in de stad! Ik moet de lucht kunnen zien, want de stadscultuur benauwt me. Dat is ook het grote verschil tussen Cambuur en Heerenveen. Je kunt je niet voorstellen hoe ze kunnen zeuren in Leeuwarden, dat is een tweede natuur van die mensen. Ze blijven komen, maar uiten zich altijd negatief. Daarom hoeft een FC Friesland van mij ook niet, hoewel de voorzitter denkt dat een fusie tussen Heerenveen en Cambuur wellicht economisch gezien noodzakelijk zal blijken.”

Hij realiseert het zich nauwelijks, maar De Haan geldt als de pater familias van de eredivisie, als de docent bij wie de meeste clubtrainers in de schoolbank hebben gezeten. En toch wordt Foppe de Haan zelden genoemd in het rijtje topcoaches, is hij niet in beeld als Feyenoord en PSV op zoek zijn naar capabele trainers. Is het zijn onmiskenbaar Friese tongval die hem aan de intimiteit van Akkrum bindt? “Ik voel me niet miskend, omdat mijn naam niet in één adem word genoemd met die van Beenhakker, Olsen en Advocaat. Maar ik doe niets voor hen onder.”

Kleeft aan hem dan toch het stigma van de CIOS-trainer, de coach die zelf nooit op hoog niveau heeft gevoetbald? De Haan, ironisch: “Ik ben een CIOS-docent, geen CIOS-trainer. Ik kon best aardig voetballen, ik was linksbinnen, maar dat is niet zo relevant. Het vak voetbaltrainer wordt enorm onderschat en dat is volgens mij ook de reden waarom zoveel clubs van coach veranderen. Het gericht en systematisch begeleiden van spelers gebeurt maar zelden. Heerenveen is niet gebaat bij een trainer die alleen maar zes ballen in de kruising kan jagen.”

De val van Ruud Gullit bij Chelsea heeft hem dan ook niet verrast. Slechts één keer heeft hij de oud-international op de cursus gezien. Maar volgens De Haan hebben Ronald Koeman, Frank Rijkaard en Johan Neeskens, de assistenten van bondscoach Guus Hiddink, al ervaren dat een voormalige topvoetballer niet automatisch een toptrainer is. Wat weten zij van de gebreken aan de basis?

De Haan, docerend: “We moeten oppassen dat we niet alleen de nadruk leggen op de techniek. Door de bezuinigingen in het onderwijs is het gymnastiekonderwijs in het gedrang gekomen. Te veel kinderen hebben het lijf aan de kapstok gehangen en schieten daardoor op het fysieke vlak tekort. Bij Heerenveen heb ik alle aspecten van het voetbal geïntegreerd, de looptraining is een voetbaltraining geworden. Maar die kennis moet je opbouwen.

“Daarom begrijp ik heel goed dat Feyenoord te vroeg komt voor Ronald Koeman, daar is hij nog niet aan toe. Zoiets gaat een poosje goed, want dan draait de club puur op de uitstraling van de voormalige topspeler. Maar op een gegeven moment wordt hij beoordeeld op het vakmanschap dat hij nog moet ontwikkelen en dan dondert hij in een geweldig gat. Dat is het syndroom van Ruud Gullit. Hij is als coach te snel op een voetstuk geplaatst. Ruud moest zijn succes van vorig seizoen continueren.

“Maar zijn basis was te smal en dat moest hij met zijn charisma camoufleren. Daar prikken mensen doorheen, spelers worden ontevreden want je kunt niet iedereen te vriend houden. Zo kreeg Gullit te maken met problemen die hij niet heeft voorzien, omdat hij zichzelf zo goed vond. Toch heeft Chelsea daar niets van geleerd, want Vialli vind ik ook helemaal niks.”

Vreest hij soms dezelfde route te moeten bewandelen als zijn vriend Hans Westerhof die buiten Groningen mislukte? “Je kunt mij niet vergelijken met Westerhof. Ik ben veel bedachtzamer, Hans is meer ad rem, heeft sneller een mening klaar. Ik vertrouw mensen minder snel dan Westerhof. Misschien wordt onze achtergrond wel tegen ons gebruikt, die tongval raak ik nooit meer kwijt. Maar ik ben heel simplistisch, ik hoef niet na te denken over iets waarvoor ik niet word gevraagd.

“Ik heb soms de neiging filosofisch te zijn. Joeri Bleeker, een Friese volkszanger uit Stavoren, heeft een mooi gedicht geschreven over ambitie. Hij schreef over een vrouw die haar leven lang probeerde buikdanseres te worden. Uiteindelijk lukte het haar, maar pas nadat ze een maagzweer had gekregen. Ik geniet dagelijks van mijn werk bij Heerenveen, waarom zou ik geforceerd iets anders nastreven? Ik werk in een wereld van ijdeltuiten en Einzelgängers die alleen voor zichzelf opkomen om te overleven. Maar ik kan ook een uitzondering zijn, omdat ik een contract heb dat eindeloos kan duren.”