'Calcutta is geen plek waar je zaken kunt doen'

Vandaag is het de beurt van onder andere de deelstaat West-Bengalen om naar de stembus te gaan in de Indiase verkiezingen. In West-Bengalen zijn de communisten aan de macht, maar in Calcutta 'hebben ze niets gedaan om het leven te verbeteren'.

CALCUTTA, 28 FEBR. Vroeg in de middag heeft Gulam Mohamed met zijn riksja al een marathon gelopen door de straten van Calcutta. Gulam, blootsvoets en gestoken in een grauw, gehavend T-shirt, moet nog verder, want zijn gemiddelde dagloon van negentig rupees (vijf gulden) heeft hij nog niet verdiend aan zijn passagiers. Zijn vermoeide ogen dwalen af naar de tientallen rode vlaggen met hamer en sikkel als hij met zijn collega's over de verkiezingen komt te spreken. De communisten zullen ook deze keer winnen in West-Bengalen, denken ze. Niet dat het veel helpt. “Niets hebben ze gedaan om het leven in de stad te verbeteren. Ook niet voor de arbeiders”, zegt Gulam. Stemmen doet hij niet, net zo min als de meeste van de twaalf miljoen inwoners.

Ruim twintig jaar heeft de oostelijke deelstaat West-Bengalen (77 miljoen inwoners) een communistische regering. Daarmee is de regering van de 84-jarige premier Jyoti Basu - marxist in hart en nieren - het langstzittende democratisch gekozen communistische bewind ter wereld. Terwijl de situatie vooral op het platteland sinds 1977 is veranderd, bleef de stad van de armen zoals zij was. Een verklaring: de communisten vormen in Calcutta een minderheid tegenover de Congrespartij. “Waar niet genoeg communisten zitten, komt geen geld”, zegt Ali Akbar, katoenverkoper op Lenin Sarani, een drukke straat in het hart van de stad.

Die strategie is overigens niet voorbehouden aan de stad. In het district Hooghly ten noorden van Calcutta wordt het irrigatiewater uit de Ganges-delta alleen naar communistische dorpen geleid, beweren de boeren. “Wie hier niet op de communisten stemt, gaat failliet”, zegt Arun Das, onderwijzer in het dorpje Nalikul.

Het lijkt alsof elke kuil in de stoep van de Jawaharlal Nehru Road in Calcutta's district Chowringhee wordt benut. Onder een vuile deken ligt een vrouw met haar kind te slapen naast een stroompje stinkend rioolwater. Langs hen trekt een duizelingwekkende stoet van venters met houten karren vol fruit of stoffen, rennende riksja-trekkers en duizenden auto's, bussen en trams met meer verleden dan toekomst door het drukke middagverkeer. Twee jongens stralen van plezier tijdens hun uitgebreide douche met opgepompt water dat door de goot langs de geparkeerde auto's wegstroomt.

Een bedelaartje trekt een blanke sahib aan zijn shirt om een rupee. Gehurkt - hun hamers, beitels en kwasten in een emmertje voor zich op de grond - wacht een groepje bouwvakkers op werk in de schaduw van een afbladderend koloniaal hotel waaruit de Britse raj nooit is verdreven. Voor de meeste uurloners duurt het lang voordat zij worden benaderd voor een klusje in de stad van de arbeid, toevluchtsoord voor de armsten, zieksten en zwaksten uit de wijde omgeving, van Orissa en Bihar in het westen tot Bangladesh in het oosten.

Werk is schaars geworden in Calcutta. Met meer dan vijf miljoen werklozen heeft West-Bengalen het hoogste werkloosheidscijfer in India, twintig jaar communisme ten spijt. “De communistische regering heeft alleen aandacht gehad voor landhervormingen op het platteland”, zegt Sumit Sen, journalist bij het dagblad The Statesman. Gezondheidszorg, onderwijs, infrastructuur, de industrie en Calcutta en de chaotische, stuitende armoede zijn ze vergeten. In elk geval is de situatie in West-Bengalen in theorie beduidend anders dan in andere staten. Waar de machtige landheren van de hoogste kasten soms als moderne, feodale slavendrijvers de dienst uitmaken in bijvoorbeeld Bihar, verdeelden de Bengaalse communisten het platteland onder de miljoenen boeren. Panchayats, democratisch gekozen organen in de Bengaalse dorpen, kregen grote zeggenschap over de verdeling van de openbare financiën. Onderwijs werd gratis. In sommige delen werden irrigatiesystemen en elektriciteit aangelegd.

De communistische inbreng wierp zijn vruchten af: de productiviteit van de boeren groeide sneller dan in andere staten. De hongersnoden die in vroegere jaren tienduizenden boeren richting Calcutta dreven, lijken verleden tijd. Voor het overige blijft West-Bengalen een typische Indiase deelstaat: veel corruptie, meer analfabeten dan geletterden, veel armoede en waar wegen zijn, zijn ze nagenoeg onbegaanbaar.

In negentig procent van de kiesdistricten staat de desastreuze staat van de wegen bij de eerste vijf verkiezingsitems. “Daardoor kunnen de boeren nauwelijks hun producten kwijt”, vertelt een jutehandelaar uit Bihar die al jaren in Calcutta woont. Een ander probleem is de gezondheidszorg. In de hospitaaltjes die in bedrijf zijn, zijn muizen en honden nog vaak de grootste eters. Scholen zijn er wel en ze zijn ook nog gratis, maar de meeste dorpen hebben geen leraren. “Ze worden wel aangesteld, maar ze staken meer dan de helft van het jaar of komen helemaal niet opdagen, ook al worden ze betaald”, zegt Amar Singh, ambtenaar in dienst van de West-Bengaalse regering.

De jeugd van de deelstaat heeft nog een ander nadeel op de nationale arbeidsmarkt: West-Bengalen kent een systeem van automatische overgang naar de volgende klas, of ze nu les krijgen of niet. Bovendien schaften de communisten het Engels af. Vorige week gingen in Calcutta tienduizenden ouders en leraren de straat op voor een betoging tegen het 'marxistische' onderwijssysteem van Jyoti Basu. “Bengaalse jongeren komen helemaal nergens aan de slag in India”, zegt Sumit Sen. “De meesten kunnen niet lezen en ze spreken alleen Bengaals.”

De vakbonden, in het kielzog van het Bengaalse communisme, hebben nergens in India zoveel macht als in Calcutta. Wie ontevreden is staakt. De werkende gedupeerde die tegenstand ondervindt van zijn broodheer, zoekt de vakbond. Onlangs werd de Belle Vue Clinic, een van de meest gerenommeerde ziekenhuizen in de stad, gesloten nadat de vakbonden artsen en verpleegkundig personeel hadden aangevallen en de zalen hadden overgenomen om hun eisen kracht bij te zetten. Ook op andere plekken komt de tactiek van de gherao, het opsluiten van bazen zolang zij de arbeiderseisen niet inwilligen, veelvuldig voor. Een bedrijfsleider van een kleine zaak werd kortgeleden opgesloten en mishandeld door woedende chauffeurs omdat hij zijn eigen chauffeur had ontslagen na drie aanrijdingen binnen een half jaar. De baas wilde de ontslagen chauffeur slechts twee, en niet drie maanden salaris doorbetalen.

De slechte reputatie van Calcutta's stakende klasse is de laatste jaren wellicht iets verbeterd, maar dit jaar staat de plaatselijke economie op onweer. In korte tijd kondigden verschillende bedrijven, waaronder volgens lokale media ook een regionaal vlaggenschip als Philips, aan om (delen) van hun industrie over te plaatsen naar economisch aantrekkelijker delen van India, zoals de steden Bombay en Pune in het westen, of Bangalore in het zuiden. “Calcutta wordt nog steeds elke dag overvallen door stakingen”, zegt katoenverkoper Akbar. De arbeiders graven hun eigen graf. Ze willen alleen maar meer, meer, meer.”

Calcutta, tot 1912 de hoofdstad van Brits Indië, maakt een unieke demografische ontwikkeling door. Ondanks de razendsnelle verstedelijking van India gedurende de laatste jaren is de West-Bengaalse hoofdstad in een dalende lijn terechtgekomen. Niet alleen vooraanstaande bedrijven trekken weg, ook veel bewoners uit de hogere klassen en daar vlak onder, op zoek naar een schonere en stille plek buiten de drukke straten van Calcutta, die meer comfort, een betrouwbaarder elektriciteitsnet en een werkende telefoonlijn kan bieden. Voor hen wordt gewerkt aan een nieuw, modern stadsdeel ten oosten van de stad, Second Calcutta. Het versterkt alleen maar het beeld dat de rest van India heeft van Calcutta, zoals een plaatselijke krant vorige week nog schreef: “Calcutta is geen plek om zaken te doen. Er gebeurt niets om geld binnen te brengen. Dat is de tragedie van een verwarde Indiase marxist, en daarmee van Calcutta en West-Bengalen.”

Premier Jioty Basu reageert laconiek op de kritiek. “Als industrieën zich ergens anders willen vestigen, dan moeten ze dat doen. Wij zijn niet parochiaal”, zei hij afgelopen week tegen het tijdschrift Outlook. Tegelijkertijd hamert hij na twee decennia van leiderschap op de politieke stabiliteit in Bengalen. “Mijn regering is een voorbeeld voor de landelijke politiek.”