Bos is gebaat bij zelfredzame herten en energieke zwijnen

Voor edelherten is het op de arme zandgronden van de Veluwe behelpen. Regelmatig dreigt een voedseltekort. Toch zijn de van nature treklustige dieren hier betrekkelijk honkvast, doordat hun beweging wordt beperkt door hekken, rasters en wegen. Door de Veluwe als natuurgebied met de uiterwaarden te verbinden, zou de zelfredzaamheid van het edelhert als wilde diersoort kunnen worden vergroot.

Ideeën in die richting werden vaak als dromerij terzijdegeschoven in een verstedelijkend en mobiel Nederland. Maar een nieuw onderzoek van het Instituut voor Bos- en Natuuronderzoek (IBN-DLO) geeft aan dat de optie reëel is. Niet alleen het wild, ook het bos zelf zou er bij gebaat zijn (Boomblad, 10/1 ).

Het menu van edelherten (Cervus elephas) op de Veluwe is eenzijdig en karig. Ook de van nature tot migreren geneigde wilde zwijnen (Sus scrofa) nemen sommige stoffen, zoals calcium, natrium en fosfor, onvoldoende op. De zwijnen zijn vaak moe. Ze lijden regelmatig aan energietekort, zo is vastgesteld. Als onderdeel van die onnatuurlijke situatie worden herten en zwijnen door bejaging op een vast populatieniveau gehouden. Dat heeft gevolgen voor het bos. De nagestreefde natuurlijke verjonging verloopt niet optimaal, doordat er weinig variatie is in begrazing en geknabbel aan takken en bladeren. Dit leidt tot een geringe verscheidenheid aan boomsoorten en bomen van verschillende leeftijden.

De problemen zouden kunnen worden opgelost door een verbinding te maken met voedselrijke uiterwaarden. In schrale tijden kunnen herten en zwijnen dan het bos verlaten om in die terreinen hun toevlucht te zoeken. Natuurlijke processen - seizoensmigratie, voortplantingsgedrag, waterstanden - kunnen volgens het rapport zo in ere worden hersteld. De natuurlijke bosontwikkeling op de Veluwe en in de uiterwaarden van de IJssel zou erdoor gestimuleerd worden.

Speciale faunapassages moeten uitkomst bieden. Tussen De Steeg en Ellecom, ten zuiden van Dieren, zijn daarvoor goede mogelijkheden. Eén voorwaarde is dat de omgeving van passages tot rustgebied voor het wild wordt uitgeroepen. Ook zou, om de wildtrek niet te riskant te maken, op een aantal wegen de maximumsnelheid omlaag moeten. De ontsnippering van het landschap zou ook voor veel andere dieren gunstig zijn. Wanneer de uiterwaarden eenmaal bereikbaar zijn, vormt de IJssel geen onneembare barrière voor spontane vestiging aan de overzijde.