Billenknijpers (2)

Het artikel 'Billenknijpers bij de politie' (Z 31 jan.) illustreert datgene waarover de Stichting Politie en Emancipatie grote zorgen heeft: de omstandigheden waaronder veel vrouwen bij de politie hun werk moeten doen. Toonde een landelijk onderzoek naar klachten over ongewenste omgangsvormen bij de politie in 1993 al duidelijk aan dat die omstandigheden vaak bedroevend zijn, wie dit leest krijgt de indruk dat de afgelopen vijf jaar geen enkele verbetering is opgetreden.

Is er dan helemaal niets gedaan om seksuele intimidatie en ander ongewenst gedrag op de werkvloer tegen te gaan? Zeker wel, in vrijwel alle regio's zijn inmiddels vertrouwenspersonen aangesteld en klachtenregelingen en procedures in werking getreden. Maar dit is in de praktijk slechts een hele kleine stap. Er is meer nodig om tot een goed werkklimaat bij de politie voor mannen én voor vrouwen te komen.

Hoewel een totaaloverzicht van de knelpunten ontbreekt, loopt er wel een rode draad door de ervaringen van vertrouwenspersonen. Dat blijkt uit de signalen die de stichting opvangt tijdens het landelijk overleg met regionale coördinerende vertrouwenspersonen. Veel vertrouwenspersonen kunnen hun werk niet goed doen omdat het hen ontbreekt aan tijd, geld en bovenal aan draagvlak bij de leiding en andere collega's. Het gevoel van machteloosheid onder hen is groot. Vertrouwenspersonen kunnen zeker niet alleen het beleid tegen ongewenste omgangsvormen op poten zetten.

Voor de korpsleiding ligt hier nog steeds een pittige taak. Werken aan een werksfeer waarin ook vrouwen zich veilig en gerespecteerd kunnen voelen, dient hoog op de agenda te staan. Want er is geen twijfel mogelijk: seksuele intimidatie en ander ongewenst gedrag zijn absoluut verwerpelijk.

Korpsen die hun problemen rond ongewenste omgangsvormen expliciet bespreekbaar maken - zoals het korps Haaglanden onlangs deed - zijn op de goede weg. Maar het pad naar een werkomgeving waarin mannen én vrouwen zich veilig voelen is lang en moeizaam. Blijvende inspanning, vooral van leidinggevenden, is voorlopig onontbeerlijk. Daarom willen wij met de korpsleiding om tafel gaan zitten en met hen nagaan hoe zij tot een adequate aanpak van het probleem kunnen komen. De korpsleiding is aan zet om te laten zien dat het tegengaan van ongewenst gedrag haar ernst is.