Billenknijpers (1)

Uit het politieleven gegrepen, dacht ik na lezing van het stuk 'Billenknijpers op het bureau' van Daniëla Hooghiemstra (Z 31 jan.). Ik zit zelf op de politieschool als adspirante. Zeer gemotiveerd om agente te worden heb ik tijdens diverse stages gedrag meegemaakt waar ik op zijn minst verbaasd over was.

Tijdens een briefing, die bedoeld is om op de hoogte te worden gesteld van de dagelijkse werkverdeling, zei een collega: “Jezus, wat heb ik zin om te neuken”. Een week geleden nog loopt een collega de klas in met de mededeling: “Ranzige wijven kunnen goed pijpen”. Een collega grijpt zich bij zijn pik of roemt je “geile” stem over de mobilofoon.

A. Kuiper, van het organisatie-adviesbureau Bezemer & Kuiper zegt: “Als minderheid in een groep heb je twee opties: aanpassen of weggaan. En inderdaad, als de leidinggevenden niet mans (of mens) genoeg zijn om in te grijpen, waarom blijf je dan als nieuwbakken agente?” Je mond opendoen wanneer het echt te ver gaat en zorgen dat ze van je afblijven. Het probleem zit echter niet alleen in seksuele intimidatie. De politiecultuur zoals die bestaat op de bureaus is een verziekte cultuur. Matennaaierij, elkaar dekken, elkaar afzeiken, wie doet onder voor wie. Niet alleen vrouwen zijn hiervan de dupe.

Vertrouwenspersonen, klachtencommissies en -procedures, goed dat ze bestaan, maar ook deze bestaan in de anonimiteit. Het wordt tijd voor meer openheid bij de politie, zodat individuen voor zichzelf en anderen op durven komen binnen een cultuur waar groepsnormen zo sterk overheersen.

Franklin Brown beroept zich op het feit dat seksuele grappen, billenknijpen e.d. een gangbare manier van omgang is onder collega's op zijn bureau. Als bewijsmateriaal dient een dossier van een tachtigtal over en weer gestuurde e-mails. Uit eigen ervaring kan ik hem hierin gelijk geven. Maar ieder individu heeft de mogelijkheid op ethische gronden een keuze te maken. Er zijn tenslotte genoeg mannelijke en vrouwelijke collega's die elkaar op een normale manier bejegenen.