Behouden chewresjoel

De joodse Amsterdammers die na de bevrijding sabbat wilden vieren in een Hoogduitse sjoel konden nog maar op één plaats terecht: in een verborgen synagoge in de Pijp. De kleine, Asjkenazische sjoel was niet door de Duitsers ontdekt en bleek nog helemaal intact. Deze sjoel, in de Gerard Doustraat, is er nog steeds en staat op de gemeentelijke monumentenlijst: het is de oudste Hoogduitse synagoge waarin nog wekelijks diensten gehouden worden.

Dat de Duitsers de synagoge ongemoeid lieten, kwam doordat het gebouw van buiten meer heeft van een pakhuis dan van een kerk. Zelfs de bewoners in de straat wisten vaak niet van het bestaan, vertelt Anoesjka Vermeulen, die lang in het huis ernaast woonde. “Eerst woonden we een eind verderop in de straat. Daar hadden we nog nooit gehoord van een synagoge. Dat er een was ontdekte je pas als je vlakbij woonde, omdat je iedere zaterdagmorgen vreemde figuren met hoge hoeden de straat in zag wandelen.”

“Door de slaapkamermuur”, zegt ze, “konden mijn zusje en ik het zingen horen. We zongen het na tot mijn vader er gek van werd. We hebben van 1930 tot 1945 naast de synagoge gewoond. Joden mogen op de sabbat geen arbeid verrichten. Als de vrouw die zaterdags het licht voor de dienst moest aansteken, niet gekomen was, vroegen ze wel eens of ik het wilde doen. Het was heel spannend die donkere synagoge binnen te gaan.”

Het gebouw werd ontworpen door architect E.M. Rood en dateert uit 1892. Toen aan het eind van de vorige eeuw nieuwe wijken buiten de grachtengordel gebouwd werden, trokken ook veel joden naar de ruimere nieuwbouwwoningen. Al gauw ontstond de behoefte aan een eigen sjoel. In 1886 werd de vereniging 'Tesjoengat Israël' (Hulpe Israëls) opgericht. Die liet de synagoge in de Gerard Doustraat bouwen. De synagoge Tesjoengat Israel is een van de weinige chewre (verenigingssjoelen) die er over zijn in Nederland.

Bovenin de tuitgevel is een raam met een davidschild aangebracht. Een Hebreeuwse psalmtekst siert de omlijsting van de ingang. Het interieur is zich nog in de originele staat, maar zichtbaar aan restauratie toe. De Heilige Arke met de thora-rollen bevindt zich in een uitgebouwde nis en wordt aan het oog onttrokken door een geborduurd voorhangsel. Voor een verenigingssjoel is de ruimte groot: de banken bieden plaats aan 250 mannen, op de drie galerijen bovenin kunnen 70 vrouwen zitten.

Volgens Abby Israëls, secretaris van de vereniging, wonen tegenwoordig iedere zaterdag zo'n 35 leden de dienst bij. “Dat is meer dan twintig jaar geleden. In de jaren '70 was er sprake van vergrijzing. Toen werd er donderdagavond altijd druk gebeld om te zorgen dat we op sabbat minjan zouden krijgen, het vereiste aantal van tien mannen voor een dienst. Het huidige aantal leden is net genoeg om de synagoge draaiende te houden.” Oorzaak van de terugloop is de trek naar buiten: jonge joodse gezinnen verhuizen naar Amstelveen.

Boven de plaats waar de rabbijn zijn predikatie houdt is een doek gespannen. Twee letters van een spreuk vielen al op het hoofd van de voorzanger. In de Arke lekt het. Sommige van de handgeschreven perkamenten thora-rollen hebben waterschade geleden, waardoor ze ontheiligd zijn.

Een gedetailleerd beeld van het joodse leven in het vooroorlogse Amsterdam wordt door Osher Lehmann geschetst in zijn autobiografie 'Faith at the Brink' (New York, 1996). Als kind bezocht hij de Gerard Dou-sjoel met zijn vader. Toen tijdens de oorlog veel synagogen in de stad verwoest werden, besloot het bestuur van de Gerard Dou-sjoel de zeven thorarollen en andere kostbaarheden in veiligheid te brengen in het huis van de Lehmanns aan de Hemonylaan. Maar de familie werd gedeporteerd, het zilver werd gestolen en de thorarollen werden verspreid door het hele huis teruggevonden. Maar de Gerard Dou-sjoel bleef gespaard. Er hebben zich zelfs onderduikers onder de Arke schuilgehouden. Lehmann beschrijft hoe rabbijn Prins op deze manier aan een razzia ontkwam.

Voor de oorlog waren er zo'n twintig chewresjoelen in Amsterdam. Deze kleine verenigingssjoeltjes waren erg geliefd, onder meer omdat men er in de dienst eerder aan de beurt kwam voor de zegening over de thora. Een chewresjoel is onafhankelijk van de Nederlands-Israëlitische Hoofdsynagoge.

Van joods Amsterdam is al veel verloren gegaan. In de statuten van de vereniging Hulpe Israëls staat dat verkoop van de synagoge anders dan voor orthodoxe joodse doelen niet is toegestaan. Abby Israëls: “Iets heiligs mag niet verkocht worden voor iets onheiligs.”

Actie 'Behou de Gerard Dou': Volkerakstraat 57c, 1078 XP A'dam.