Westbroek had aanhang eerder dan partij

Ook Utrecht heeft sinds kort zijn lokale partij, Leefbaar Utrecht. Een luis in de pels groeit wellicht tot een zetel of vijf?

UTRECHT, 27 FEBR. De nieuwe lokale partij van Utrecht presenteerde zich aan de bevolking met een nieuwjaarskaart die huis-aan-huis werd bezorgd: een politieke prent waarop de partij zich opmaakt een baksteen door het glazen huis van de gemeente te gooien. Zanger, VARA disc jockey en jeugdsocioloog Henk Westbroek had de partij een paar maanden eerder opgericht wegens jarenlange onvrede met het gemeentebeleid. De opvallende kaart, de landelijk bekende Westbroek en lijstduwer Ronald Giphart (schrijver) bezorgden de nieuwe partij veel publiciteit. De naam: Leefbaar Utrecht, vrij naar het succesvolle Leefbaar Hilversum van VARA-coryfee Jan Nagel. Die partij behaalde bij de verkiezingen van 1994 uit het niets acht zetels en werd daarmee in Hilversum in één keer de grootste partij.

Westbroek, ook eigenaar van het Utrechtse rockcafé Stairway to heaven, had al een achterban in de lezers van de column die hij tot september 1996 in het Utrechts Nieuwsblad schreef. Hij trok zich terug toen de redactie een column weigerde die onderdeel zou zijn van een hetze tegen een oude vijand. Boze lezers roerden zich na zijn vertrek. “Een Utrechter die, âs ie dan mag schrijve de waarheid en niks as de waarheid wil schrijve, die krijg trammelant”, schreef een van hen. En: “Stemp op Henk Westbroek ze partij as 't zover is.”

De laatste maanden bleef Westbroek van leer trekken tegen de 'klerezooi' in Utrecht, de 'regenten' van wethouders en de 'verkankering' in het algemeen, nu in interviews over zijn partij. Volgens stadsredacteur Jan-Cor Jacobs van het Utrechts Nieuwsblad schuwen veel lokale politici zijn aanvallende stijl. “Hij debatteert niet, hij walst over ze heen.” “In eerste instantie werden we laatdunkend afgedaan als een kroegenpartij”, zegt Westbroek. “Alleen maar omdat we - net als de SDAP trouwens - zijn opgericht in een café.” Politici schatten de kansen van de partij inmiddels op drie tot zes van de 45 zetels. Westbroek, voormalig PvdA-stemmer, hoopt op “een zetel of vijf, zes”.

Utrecht is een rustige stad. Het opvallendste nieuws van de laatste maanden was een plan voor een kantoortoren die hoger zou zijn dan de Dom (afgeblazen) en de inwijding door wethouder Kernkamp van 'pinkelpalen' en 'spetterplaten' voor wildplassers. Maar de rust is broos. Dankzij enkele recente raadsbesluiten zal een groot deel van de stad de komende jaren veranderen in een bouwput. De raad besloot unaniem tot de bouw van de 'nieuwe stad' Leidsche Rijn ten westen van de stad, keurde het Utrecht Centrum Project (UCP) goed, een stedelijke verbouwing van drie miljard gulden, en ging over tot de aanleg van een busbaan tussen station en universiteit. De laatste twee besluiten riepen grote weerstand op. Tegen de busbaan werden ruim achthonderd bezwaarschriften ingediend en het UCP is voor een aantal Utrechters vooral een uitbreiding van het alom als stedebouwkundige mislukking beschouwde winkelcentrum Hoog Catharijne.

Net als lokale partijen elders onttrekt Leefbaar Utrecht zich aan labels als 'links' en 'rechts'. “Wij zijn extreem midden”, lacht bouwkundig ingenieur Wolfgang Spier, derde op de kandidatenlijst. De partij werpt zich op als stem van het volk. Behalve 'betaalbare parkeervergunningen' belooft zij een stadsreferendum over het UCP, over de busbaan en alle ingrijpende beslissingen die zich nog zullen voordoen. Spier heeft geen politieke ervaring, wel voerde hij jarenlang actie tegen de busbaan. Als zijn partij in het college komt en de bevolking wijst de busbaan in een referendum af, is het van tafel, zegt hij. Duidelijke taal. De grootste oppositiepartij VVD, ook tegen de busbaan, heeft meer woorden nodig. “Het is onduidelijk of het nog terug te draaien is. Dat krijg je pas te zien als je er zit. Als terugdraaien leidt tot grote kapitaalvernietiging doe ik daar niet aan mee”, aldus lijsttrekker Jan van Zanen.

De VVD heeft volgens Van Zanen een “constructieve” oppositie gevoerd tegen het college van PvdA, D66, GroenLinks (elk twee wethouders) en CDA (één). Dat kon haast niet anders; de VVD had tijdens de college-onderhandelingen ingestemd met het grootste deel van het programma, maar werd op het laatste moment gewipt. Sommige Utrechters noemen de oppositie 'zwak' en vinden dat een vruchtbare bodem voor een nieuwe lokale partij, al was de raad met het extreemrechtse Nederlands Blok en de Socialistische Partij al wel van 'tegenpartijen' voorzien. Onzin, vindt Van Zanen. “Overal tegen zijn, daar worden de straten niet veiliger van. Je moet kunnen meespelen in het spel. Wij hebben dat vier jaar lang bewezen.”

GroenLinks kan zich de komst van Leefbaar Utrecht aantrekken, vindt Van Zanen. “Die hebben altijd de mond vol van participatie. Nou, dat is bepaald niet gelukt. Ik heb nog nooit zoveel 'informele werkconferenties' meegemaakt als de afgelopen vier jaar. Allemaal achter gesloten deuren.” “Dat is dan zonder mij geweest”, zegt Annemiek Rijckenberg, lijsttrekker van GroenLinks en wethouder van Leidsche Rijn, ruimtelijke ordening en participatie. “Wij hebben juist volop debatten georganiseerd. Daarom is er nu zoveel leven in de brouwerij.”

Volgens Rijckenberg zijn de contacten tussen politiek en burger in de Utrechtse wijken goed, maar heeft de communicatie gehaperd bij de grote stedelijke projecten als het UCP. Zo heeft de gemeente met UCP-partners Jaarbeurs, NS en Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (eigenaar van Hoog Catharijne) een bureau ingehuurd om het plan aan de bevolking te 'verkopen'. Dat was niet handig, zegt Rijckenberg achteraf. “Zo'n bureau legt de nadruk op holle pr-kreten. We hadden beter moeten uitleggen wat het nut is voor de stad.” Maar een stadsreferendum vindt ze “een heilloze weg”. “Dat heeft niets met participatie te maken. Bij participatie gaat het om samenwerking en gedeelde verantwoordelijkheid. Een referendum is alleen ja of nee zeggen. Als mensen nee zeggen gebeurt er helemaal niets.”

Ruim een week voor de verkiezingen treedt Wolfgang Spier voor het eerst naar buiten als politicus. Ongemakkelijk kijkend zit hij naast andere (aspirant-)raadsleden in een zaaltje tegenover zo'n veertig bewoners van de Vogelenbuurt. Een vrouw uit het wijkcomité leest een oplossing voor het parkeerprobleem voor (grofweg: alle bewoners een gratis parkeervergunning) en vraagt de mening van het forum. “Begrijpt iedereen de vraag?” zegt de gespreksleider. Achterin buigt een man zich naar zijn buurvrouw. “Als ze dát al niet begrijpen moeten ze niet in de raad gaan zitten.” Voorin rijst Spiers hand aarzelend de lucht in. “Kunt u de vraag nog een keer herhalen?”