Vrede lijkt ver weg in Angola

In Angola heerst oorlog noch vrede. Tweespalt binnen zowel Unita als de MPLA maakt het onduidelijk of het vredesakkoord van Lusaka daadwerkelijk zal worden uitgevoerd.

NAIROBI, 27 FEBR. Wordt het oorlog of wordt het vrede in Angola? Als laatste hoofdstuk van het in 1994 gesloten vredesakkoord van Lusaka zou eind februari oppositieleider Jonas Savimbi de stad Bailundo en zijn hoofdkwartier daar moeten overdragen en naar de hoofstad Luanda vertrekken. Al de soldaten van zijn verzetsbeweging Unita dienen te zijn gedemobiliseerd. Van de zijde van Savimbi komen echter geen vreedzame signalen. Zijn troepen herbewapenen zich en leggen mijnen rond de gebieden die ze nog controleren, wordt uit betrouwbare bronnen vernomen. En ook het regeringsleger bereidt zich voor op een nieuwe veldslag.

Zevenendertig jaar geleden begon de oorlog in Angola. Het einde van de antikoloniale strijd, noch de beëindiging van de Koude Oorlog kon een einde maken aan de vijandigheid tussen Unita en de MPLA, de voormalige verzetsbeweging die sinds de onafhankelijkheid de macht uitoefent in de hoofdstad Luanda. Savimbi verloor de in september 1992 door internationale waarnemers als 'eerlijk' en 'vrij' verklaarde verkiezingen en de super ambitieuze bushstrijder hervatten de oorlog. Na aanvankelijke overwinningen delfde Savimbi het onderspit en met tegenzin ondertekende hij twee jaar later het vredesakkoord van Lusaka. De uitvoering van die overeenkomst ligt inmiddels vele maanden achter op schema, goeddeels door de ambivalente houding van Savimbi. Angola kent daarom vrede noch oorlog.

Unita raakte verdeeld in twee kampen. De haviken staan onder leiding van Savimbi die zich ophoudt in het door zijn troepen gecontroleerde Bailundo. Savimbi vreest voor zijn veiligheid in Luanda en is daarom tegen de afspraken in nog niet naar de hoofdstad gereisd. Vele duizenden van zijn troepen liet hij door een vredesmacht van de Verenigde Naties ontwapenen maar even zo vele houdt hij in het geheim achter de hand. Ten minste tienduizend van zijn manschappen zijn nog niet officieel ontwapend.

Als uitvloeisel van het vredesakkoord namen vorig jaar april 70 Unita-leden hun zetels in in het parlement in Luanda, en vier ministers en zeven onderministers maken deel uit van een regering van nationale eenheid. Sindsdien heeft Unita twee gezichten. De Unita-parlementsleden voelen zich op hun gemak in de hoofdstad en genieten van hun status. Ze streven samenwerking met de MPLA na en stemden bijvoorbeeld eerder deze maand niet tegen de nationale begroting. Eén van hen ging zelfs zo ver de regering te prijzen voor het nemen van veiligheidsmaatregelen (tegen de militaire dreiging van Unita). Abel Chivukuvuku, leider van de parlementsdelegatie van Unita, bezocht al maanden Bailundo niet meer om zijn baas te consulteren.

Jorge Valentim, de Unita-minister van Handel, zei onlangs: “Ik kan de belangen van mijn partij niet boven die van de regering stellen.” Dit moet de Unita-leider als verraad in de oren geklonken hebben. Voor Savimbi gaat Unita boven alles. Savimbi is naar verluidt woedend over het dissidente gedrag van zijn parlementsleden en schreef deze week een nijdige brief aan hen. Hij voerde de afgelopen tijd over Namibisch grondgebied nieuwe wapens aan en zou zelfs weer over luchtdoelraketten beschikken. De gematigde Unita-vleugel wil geen nieuwe strijd en daarom blijkt een breuk vrijwel onafwendbaar.

Binnen de MPLA wedijveren eveneens twee stromingen om invloed. Legerleider Joao de Matos zou na de aanvang van het droge seizoen in maart een offensief tegen Unita willen beginnen. De Matos voelt zich gesterkt door de overwinningen van zijn strijdkrachten bij de conflicten in Congo-Kinshasa en in Congo-Brazzaville het afgelopen jaar. Door de Angolese inmenging in de oorlogen van deze buurlanden zag Savimbi hem goedgezinde regimes ten onder gaan. Hij kan er geen diamanten meer naar toe smokkelen, er geen troepen meer stationeren en er geen wapens meer kopen. Een zelfverzekerde De Matos denkt Savimbi nu de nekslag te kunnen toedienen.

Binnen de veiligheidsdiensten en onder enkele adviseurs van president José Eduardo dos Santos denkt men er anders over. Weliswaar staat Savimbi meer dan ooit in het binnen- en buitenland geïsoleerd, de charismatische en hardnekkige guerrillastrijder geniet nog steeds aanzienlijke aanhang onder de bevolking. De afloop van de tweestrijd binnen de MPLA is onzeker wegens een allang slepende ziekte van de president. Dos Santos heeft officieel last van zijn achillespees als gevolg van een ongeval bij het tennissen, maar volgens onbevestigde berichten lijdt hij aan prostaatkanker. Hij laat zich nauwelijks meer in het openbaar zien en volgens sommige bronnen is binnenskamers de strijd voor zijn opvolging al begonnen.

Het aantal gewapende incidenten tussen Unita en regeringsleger neemt snel toe. In vele gebieden worden troepenverplaatsingen waargenomen, beide partijen nemen kennelijk posities in voor een eventuele nieuwe oorlog. Vice-minister Higino Carneiro, namens de MPLA belast met de uitvoering van de akkoorden van Lusaka, vergeleek de gespannen situatie met die van aan de vooravond van de hervatting van de oorlog eind 1992.

Vermoedelijk houdt Savimbi vooralsnog beide opties open. Al eerder bleek hij in staat tegelijkertijd het oorlogs- én het vredespad te bewandelen. Met hulp van generaals uit het voormalige Zairese regeringsleger van ex-president Mobutu en met steun van Hutu-militieleden die niet naar Rwanda terugkunnen, blijft hij een geduchte militaire tegenstander. En in het vredesproces is hij al even belangrijk, want zonder zijn volledige medewerking kunnen akkoorden niet werken.