VALDAS ADAMKUS; Teruggekeerde emigrant

ROTTERDAM, 27 FEBR. Valdas Adamkus, gisteren geïnstalleerd als president van Litouwen, had tot woensdag behalve een Litouwse ook een Amerikaanse pas. Hij heeft per slot van rekening zo'n vijftig jaar in de VS gewoond. Voor de presidentsverkiezingen van eind vorig en begin dit jaar is er zelfs nog lang geharreward over de vraag of Adamkus mocht meedoen, want hij had minder lang in Litouwen gewoond dan de wet voorschrijft voor kandidaten voor het presidentschap: pas vorig jaar keerde Adamkus definitief naar Litouwen terug.

Maar uiteindelijk mocht hij toch meedoen, en Adamkus versloeg prompt zijn rivaal, corruptiebestrijder Arturas Paulauskas. Woensdag leverde Adamkus zijn Amerikaanse staatsburgerschap in omdat het “ergerlijk” is als een Amerikaans staatsburger president van Litouwen wordt.

De 71-jarige nieuwe president volgt Algirdas Brazauskas op, de man die voor de ondergang van de Sovjet-Unie de Litouwse communistische partij leidde. Brazauskas heeft zich de afgelopen vijf jaar bewezen als een boven de partijen staande bescheiden pragmaticus, maar hij zelf heeft uiteindelijk dat communistische verleden aangevoerd als argument om geen tweede ambtstermijn te ambiëren. De gisteren vertrokken president is nog steeds de populairste politicus van Litouwen - populairder dan zijn opvolger.

Adamkus verliet Litouwen in 1944, na nog heel even tegen het Sovjet-communisme te hebben gevochten, en vestigde zich na vijf jaar in Duitsland, in 1949 in de VS. Hij werkte daar kort voor de militaire inlichtingendienst en maakte carrière als ambtenaar bij de federale milieu-organisatie Environment Protection Agency (EPA). Aan het eind van die carrière was hij EPA-chef in het Midden-Westen, een gebied met vier keer zoveel inwoners als Litouwen, en beheerde hij een begroting die groter was dan de Litouwse. Adamkus heeft de sceptici onder de Litouwse kiezers steeds weer voorgehouden weliswaar nooit een politicus te zijn geweest, maar wel degelijk bestuurlijke ervaring te hebben.

Tegenstanders riepen - roepen nog steeds - dat een man die na vijftig jaar in het buitenland pas net terug is niet weet wat er in Litouwen leeft en speelt en geen idee heeft wat de gewone Litouwer bezighoudt: Adamkus is al die jaren letterlijk een outsider geweest - dit nog afgezien van het feit dat hij geen politieke ervaring heeft, óók niet op het gebied waarop hij expertise zegt te hebben, het belangrijke terrein van de buitenlandse politiek.

Ook een ander argument speelde een rol: waar de meeste Amerikaanse Litouwers conservatief en vroom-katholiek zijn, liet Adamkus zich in Chicago in met de ballingenorganisatie Santara-sviesa, die door de meeste in ballingschap levende landgenoten werd gezien als een club van tamelijk goddeloze cryptocommunisten.

Toch won Adamkus de verkiezingen. Hij maakte dankbaar gebruik van het vacuüm tussen de ex-communisten die Litouwen tot 1996 hebben bestuurd en de nationalisten rond ex-president Landsbergis, de leider van de Litouwse onafhankelijkheidsstrijd. Landsbergis is in zijn jarenlange oppositierol (tot 1996) opgeschoven naar rechts en heeft met wilde beschuldigingen aan het adres van de ex-communisten aan geloofwaardigheid ingeboet. Hij eindigde in de eerste ronde van de verkiezingen ver achter Adamkus en Paulauskas.

Adamkus vulde het gat tussen links en rechts met de boodschap dat hij, met zijn ervaring in het Westen, de integratie van Litouwen in Europa kan vergemakkelijken en dat hij weet wat een Europese stijl van regeren is, wat een open samenleving is, wat initiatief in politiek en economie betekent. Hij wil de polarisatie tussen de ex-communisten en de nationalisten beëindigen en de relaties met Rusland verbeteren.

Dat zijn algemene doeleinden, die ook hoog in het vaandel stonden bij zijn ex-rivaal Paulauskas en zijn voorganger Brazauskas. Of de teruggekeerde balling beter in staat is die doeleinden te verwezenlijken dan die twee ex-communisten is de vraag, want nieuwe ideeën heeft Adamkus tot dusverre niet aangedragen. Maar de boodschap die de Litouwers hebben willen afgeven door op de remigrant te stemmen is duidelijk: ze willen na jaren van tamelijk halfslachtige hervormingen eindelijk een streep zetten onder het communistische verleden, ze willen de kant van Europa op.