Twijfels bij Russische kerk over resten tsaar

MOSKOU, 27 FEBR. Zes jaar onderzoek in Russische, Britse en Amerikaanse laboratoria heeft de Russisch Orthodoxe Kerk er niet van kunnen overtuigen dat het in 1991 in de Oeral opgegraven gebeente toebehoort aan Ruslands laatste tsaar, Nicolaas II. De Heilige Synode besloot gisteren dat het nog te vroeg is voor een herbegrafenis op 18 juli, waartoe een door president Jeltsin benoemde commissie vorige maand heeft opgeroepen.

De onverwachte oppositie van patriarch Aleksej II brengt de regering, die vandaag een definitief besluit had willen nemen, in grote verlegenheid. Het kabinet stond op het punt met de bekendmaking van datum en plaats van de ter aarde bestelling een gevoelig hoofdstuk in de Russische geschiedenis af te sluiten, maar is nu gedwongen opnieuw over de authenticiteit van de botten te delibereren.

De kerk is aan het twijfelen gebracht door de medisch gerechtsdeskundige dr. V. Popov. Dit dissidente commissielid heeft op 19 februari zijn minderheidsstandpunt bij het patriarchaat toegelicht. “Tot mijn vreugde heb ik de kerk kunnen overtuigen van de noodzaak van aanvullend onderzoek”, zegt Popov. In een door hem samengesteld geschrift 'aan Uwe Heiligheid' de patriarch, waarvan deze krant een kopie heeft, waarschuwt een tiental organisaties van monarchisten en gelovigen dat een overhaaste beslissing zal leiden tot “een diep schisma in de samenleving”.

Popov is ook de man die een verzoek aan het Nederlandse Koninklijk Huis heeft gericht om hulp bij de identificatie. In zijn nog onbeantwoorde brief vraagt hij om bloedmonsters van de aan de Romanovs verwante Oranjes. Zijn de botresten echt die van de in 1918 vermoorde tsaar en zijn gezin, dan zou de genetische vingerafdruk overeen moeten komen: prinses Juliana stamt via haar moeder (koningin Wilhemina, kleinkind van Anna Paulowna, dochter van tsaar Paul I) en haar vader (prins Hendrik, achterkleinkind van Helena Paulowna, ook een dochter van Paul I) van de Romanovs af.

Metropoliet Joevenali zei vanmorgen in een toelichting dat de kerk “geen enkele stap wil zetten die het geweten van de gelovigen bezwaart”. Geheel onverwachts distantieert hij zich daarmee van de bevindingen van de staatscommissie waarvan hijzelf deel uitmaakte. Het patriarchaat noemt het nu 'voorbarig' om te concluderen dat de botten echt zijn. Door de stellen dat er honderd procent zekerheid bestaat heeft de commissie “twijfel en controverse gezaaid binnen de kerk en de samenleving”, staat er in een communiqué. In plaats van de term 'botten van de tsaar' bezigt de Heilige Synode alleen het neutrale 'resten uit Jekaterinenburg', een verwijzing naar de vindplaats. Die resten verdienen volgens de kerkleiders een tijdelijke en symbolische begraafplaats “totdat alle twijfel is verdwenen”.