Tijger, wolf en sopraan

's Morgens geeft Lijsje met een korte blaf te kennen dat ze wakker is en even naar buiten wil. Reageer ik niet dan blaft ze nog een keer, iets luider en ietwat geïrriteerd. Ik haast mij omhoog en open de deur van de slaapkamer. Ze rekt zich, gaat zitten en begint te zingen.

Zij beheerst verschillende genres. Pop, klassiek en country & western. Meestal begint ze klassiek, met lange uithalen en soms een hoge C, waarna ze moeiteloos overgaat in een Madonna-achtig lied, om vervolgens te besluiten met een wat rauw klinkend fragment uit het country & western repertoire.

Ik doe soms even met haar mee. Dan zingen we een duet. Wie het hoort, zou zich afvragen: wie is daar gek? Baas? Hond?

Allebei?

Er zijn ook dagen dat Lijsjes voordracht een verrassende wending neemt. Dan hoor je plotseling een soort gegrom - nog net geen gebrul - dat doet denken aan een tijger of een gapende leeuw. Wonderlijk dat zo'n geluid uit de keel van een kleine hond kan komen.

Als het zingen is afgelopen, stapt Lijsje de overloop op en gaat op haar rug liggen. Ze onderwerpt zich aan mij. Ik denk dan: ach Lijsje, dat hoeft toch niet, ik vind je ook zonder dat onderdanige gedoe een lieve meid (en soms een trut). Maar ze is er niet vanaf te brengen, dus streel ik maar even haar buik.

Kort geleden is er in de buurt een nieuwe hond komen wonen die 's nachts huilt tegen de maan. Ik was blij dat Sara en Lijsje nooit die aandrang hebben gehad. Maar wat gebeurt er?

Lijsje ligt op een dag in haar mand naast mijn bureau. Ik zit in de huiskamer. Opeens hoor ik een klaaglijk gehuil, zo droevig dat ik geschrokken naar mijn kamer ren. Is ze ziek? Heeft ze pijn?

Als ik binnenkom, houdt het huilen op. Ze zit tevreden in haar mand, ze mankeert niets. Ik kan alleen maar bedenken dat ze goed naar de hond van de buren heeft geluisterd en gedacht heeft: leuk, moet ik ook eens proberen.

In de dagen daarna huilt ze nog verscheidene keren. Als ze op een avond weer bezig is, sluip ik naar haar toe en gluur om de hoek van de deur. Daar zit ze, hals gestrekt, snuit schuin omhoog, zoals je wolven op de televisie wel eens ziet huilen.

Opeens krijgt ze mij in de gaten. Ze stopt. En als ik het niet zelf gezien had, zou ik het niet geloven: ze straalt van trots. Haar snuit, haar ogen, haar hele houding drukken iets uit van: mooi hè? had je niet gedacht, hè? Na twee weken was het huilen voorbij. Voor Lijsje was de lol eraf. Ze had laten horen wat ze kan, en dat was het.