Stufi-info en versiertips op digitale hangplek

Om het rondhangen van jongeren in banen te leiden creëert menige gemeente een 'hangplek'. Leiden heeft nu op het Internet zo'n plek in het leven geroepen.

LEIDEN, 27 FEBR. Jongeren in Leiden 'hangen' niet alleen op straat. Sinds drie weken hebben zij ook hun eigen hangplek op Internet. De Digitale Hangplek is een virtueel loket voor jongeren van 12 tot 27 jaar die zitten met vragen. De computer vertelt hun wat te doen als ze hun ouders beu zijn, waar zij smartdrugs kunnen kopen en op hoeveel studiefinanciering zij recht hebben. De Internet-pagina geeft ook versiertips en adviseert hoe een blauwtje te verwerken.

De website is een initiatief van de gemeente Leiden, die daarvoor een subsidie van 200.000 gulden heeft gekregen van het ministerie van Binnenlandse Zaken in het kader van het programma Overheidsloket 2000. Over drie jaar moet het project zichzelf financieel kunnen bedruipen.

Jongerencentrum 't Stathuys is een van de plekken in Leiden waar jongeren gratis kunnen surfen naar de Digitale Hangplek (www.hangplek.nl). In het krappe kantoortje van het Jongeren Informatie Punt (JIP) staat één computer met Internet-aansluiting.

Alex Robert (20) zoekt een kamer en wil weten waar hij zich het beste kan inschrijven. Met een paar klikken op de computermuis krijgt hij een overzicht van huisvestingsbureaus in Leiden. “Tof, dat ik zo snel informatie kan krijgen”, zegt hij. 'Wonen' is een van de negen rubrieken in het menu van de zogenoemde digi-zapper.

Dan trekt het kopje 'Liefde & Seks' Alex aandacht. Hij surft wel vaker naar sekssites op Internet. De Antilliaanse jongen kent een meisje dat besmet is met HIV en nu wil hij weten wat het verschil is tussen HIV en Aids. Alex: “Het is wel prettig dat ik zoiets anoniem kan opzoeken.”

De Digitale Hangplek is een onderdeel van activiteitenaanbod van het jongerencentrum. Van dinsdag tot en met vrijdag kunnen jongeren 's middags bij het JIP ook persoonlijk op gesprek komen bij de hulpverleners. In de open kasten van het JIP-kantoor liggen over allerhande onderwerpen folders klaar. Carola Eppink, coördinator van 't Stathuys en het JIP, ziet de Digitale Hangplek als een aanvulling op de hulpverlening van het JIP. “Een folder kun je thuis nog even rustig doornemen en als je niet wil dat een ander meeleest, doe je het onder de dekens”, zegt zij.

Nog voor de subsidieaanvraag heeft de gemeente aan het JIP gevraagd hoe de site het beste in te richten. Uitgever Hollandse Pers Unie heeft uiteindelijk de formule bedacht. Op de homepage van de hangplek kunnen de jongeren hun leeftijd en geslacht aangeven. Via het menu van de digi-zapper kunnen zij zoeken naar antwoorden op hun vragen, zoals: “Geld, hoe kom ik eraan?” en “Geld, hoe kom ik eraf?”. Het advies om te gaan roken, bevalt Eppink niet, evenmin als de uitgebreide beschrijving hoe een brommer kan worden opgevoerd.

Onderaan de meeste onderwerpen staat welke instantie hierover meer informatie heeft. De jongeren kunnen bellen of emailen naar die instelling. Eppink vindt dat er meer directe links moeten komen met de instellingen. Ze erkent dat lang niet alle organisaties zijn aangesloten op Internet. “Daar moeten we ze de komende jaren enthousiast voor maken.”

De coördinator van het jongerencentrum is over meer zaken nog niet tevreden. Ze pleit voor een interactieve site. “De jongeren moeten rechtstreeks kunnen communiceren over zaken die in hun stad spelen”, meent Eppink. Ze vindt het ook jammer dat de jongeren niet direct hun vragen kunnen afvuren, maar telkens via verwijzingen de juiste informatie moeten zoeken. Jovanka Vis van de Hollandse Pers Unie meldt dat de uitgever werkt aan een zoekstructuur. “Simpele vragen moeten door het intypen van een aantal trefwoorden kunnen worden opgelost, maar dat is database-technisch nog lastig”, zegt zij. Maar het belangrijkst vindt Eppink dat alle Leidse instellingen via de Digitale Hangplek aan elkaar worden gekoppeld. “Het project is pas geslaagd als we de schotten tussen alle loketten hebben weten weg te slaan.”

De naam Digitale Hangplek is een vondst van de gemeente Leiden. Eppink is niet gelukkig met die keuze. Het roept volgens haar een negatieve associatie op met hangjeugd. Chris Sol, bedenker van de naam en namens de gemeente coördinator van het project, bestrijdt dat: “De jongeren voelen dat absoluut niet zo.” De Internet-pagina is onder meer op verscheidene openbare terminals in de stad te raadplegen. Maar het is volgens Sol niet de bedoeling dat die plaatsen een alternatief worden voor de hangplekken op straat.

De Hollandse Pers Unie houdt bij hoe vaak de Digitale Hangplek wordt geraadpleegd. Dagelijks surfen gemiddeld honderd mensen naar de site. De helft van hen komt uit Leiden. Eppink denkt dat veel vragen via de computer kunnen worden opgelost. “Maar werken met jongeren blijft maatwerk. Dus moeten ze ook bij een balie terecht kunnen.”