Starr verstrikt in moddergevecht

Tussen het Witte Huis en onafhankelijke aanklager Kenneth Starr woedt een loopgravenoorlog. Terwijl Starr vordert met zijn onderzoek in de affaire-Lewinsky, dreigt hij in de publieke opinie het onderspit te delven.

WASHINGTON, 27 FEBR. De confrontatie tussen president Clinton en de onafhankelijke aanklager Kenneth Starr wordt steeds scherper en persoonlijker. Terwijl Starr de ene na de andere medewerker van de president dagvaardt en verhoort onder ede, beschuldigt het Witte Huis de aanklager ervan dat hij zijn macht misbruikt om critici te intimideren.

Starrs onderzoek naar de vraag of president Clinton een verhouding heeft gehad met de voormalige stagiaire Monica Lewinksy en of hij haar heeft aangezet tot meineed, speelt zich af achter gesloten deuren. Maar in het openbaar zijn de twee kampen verwikkeld in een moddergevecht dat de zaak-Lewinsky naar de achtergrond lijkt te dringen. Dat komt het Witte Huis niet slecht uit. Al weken proberen medewerkers van de president de aandacht af te leiden van de problemen van hun baas door de geloofwaardigheid van Starr in twijfel te trekken. Daarin slagen ze steeds beter. En Starr zèlf helpt hen daarbij ongewild.

In de media staat dezer dagen niet de vraag centraal of de president zijn boekje te buiten is gegaan, maar of de onafhankelijke aanklager niet te ver gaat in zijn ijver om strafbare feiten boven water te krijgen. Veel Amerikanen zijn er toch al van overtuigd dat Starr gedreven wordt door politieke motieven - volgens een peiling van The Wall Street Journal 64 procent. Slechts 22 procent gelooft dat Starr zijn werk eerlijk doet.

Deze week slaagde Starr erin om ook de pers tegen zich in het harnas te jagen. Hij had een hoge public relations-medewerker van het Witte Huis gedagvaard om te verschijnen voor de grand jury, de geheime kamer van onderzoek die kan besluiten om een strafzaak in te stellen. De man, Sidney Blumenthal, is een voormalig journalist van The New Yorker en The New Republic. Pas zeven maanden werkt hij op de communicatie-afdeling van het Witte Huis, waar hij een van de vertolkers is van de gedachte, door Hillary Clinton in de openbaarheid gebracht, dat er een rechtse samenzwering achter de aantijgingen jegens Clinton zit. Blumenthal is geen officiële woordvoerder, maar hij voert wel achtergrondgesprekken met journalisten.

Over dergelijke gesprekken werd Blumenthal gisteren, naar eigen zeggen, voor de grand jury aan de tand gevoeld. “Als ze denken dat ze me kunnen intimideren, dan hebben ze het mis”, zei Blumenthal na afloop op de trappen van het gerechtsgebouw. Volgens Blumenthal wilden Starrs mensen weten waar de recente golf van kritiek op Starr vandaan komt. Was hij, Blumenthal, daar soms de bron van? En handelde hij in opdracht van de president? Dat zou obstructie van de rechtsgang kunnen zijn. “Absoluut niet”, zou Blumenthal hebben geantwoord.

Riep Starr al veel kritiek over zich af toen hij enkele weken geleden de moeder van Monica Lewinsky over haar dochter liet getuigen, nu maakte hij helemaal een storm los, omdat hij de vrijheid van meningsuiting in gevaar zou brengen. Hoe kan er nog een open debat gevoerd worden, was de vraag die gisteren aan de orde werd gesteld, als critici van de onafhankelijke aanklager meteen voor een grand jury worden gesleept? Heeft Blumenthal niet het recht op vrije meningsuiting, zoals vastgelegd in het Eerste Amendement bij de grondwet, zelfs als hij onjuiste informatie zou hebben verspreid? Starr zei onlangs dat het Eerste Amendement er niet is om onwaarheden te beschermen, maar het Hooggerechtshof heeft de vrijheid van meningsuiting nooit willen beperken tot ware uitspraken.

De pers is in deze controverse belanghebbende, omdat vertrouwelijkheid in het proces van nieuwsgaring voor haar cruciaal kan zijn. Maar, zoals The New York Times woensdag schreef:“Je hoeft geen journalist zijn om te zien dat de heer Starr een domme aanslag heeft gepleegd op een van de meest kenmerkende en essentiële elementen van de Amerikaanse democratie.”

Starrs harde aanpak komt echter niet uit de lucht vallen. Vorige maand kondigde James Carville, Clintons adviseur op afstand, al aan dat het “oorlog” met Starr zou worden. Sindsdien hebben hij en andere geestverwanten van de president niet stil gezeten. Omdat het kennelijk niet mogelijk is de aantijgingen tegen de president te ontzenuwen, hebben ze gekozen voor het zwart maken van Starr en zijn medewerkers. De advocaten van de president blijken, ondanks aanvankelijke ontkenningen, een particulier detectivebureau ingeschakeld te hebben om belastend materiaal over de aanklagers op te duiken. Tot nog toe heeft dat geleid tot berichten in de pers over twee van Starrs rechterhanden. De één blijkt in de jaren tachtig veroordeeld te zijn tot een boete van 50.000 dollar omdat hij als openbare aanklager de rechten van een burger had geschonden, de ander is door een rechter de mantel uitgeveegd omdat hij als aanklager wraakzuchtig zou zijn geweest.

De directeur van het detectivebureau is inmiddels door Starr gedagvaard en verhoord. Ook Mickey Kantor, de voormalige minister van Handel die nu advocaat is van Clinton, is gedagvaard. Maar die dagvaarding is weer ingetrokken, omdat een advocaat niet over zijn cliënt hoeft te getuigen.

Starr heeft zich erover beklaagd dat “een lawine van leugens” over zijn kantoor is uitgestort. “De grand jury heeft er belang bij om te weten of er een poging is om ons onderzoek tegen te werken.” Volgens Starr worden er niet alleen verhalen over de professionele achtergrond van zijn mensen door het Witte Huis in omloop gebracht, maar ook verhalen over persoonlijke kwesties zoals moeizame echtscheidingen en seksuele voorkeuren. Maar zoals Hillary Clintons “reusachtige rechtse samenzwering” niet makkelijk te bewijzen valt, zo is ook deze linkse samenzwering moeilijk aan te tonen.

Een teken dat Starrs onderzoek naar de zaak-Lewinsky intussen vordert, is dat Vernon Jordan, de vriend en vertrouweling van Clinton die zich heeft ingespannen om werk voor Lewinsky te vinden, dinsdag zal getuigen. Vrienden van Jordan hebben aangegeven dat Jordan weliswaar loyaal is tegenover Clinton, maar dat hij zich niet zal opofferen. Toen hij werk voor Lewinsky zocht, zou hij niet geweten hebben dat ze gedagvaard was om tegen Clinton te getuigen in het proces van Paula Jones. De baan voor Lewinksy was dus wat hem betreft geen vorm van zwijggeld. De president wist wel dat Lewinsky gedagvaard was.