Scheepswerf Frisian gered door overname

HARLINGEN, 27 FEBR. De noodlijdende scheepswerf Frisian Shipyards Welgelegen (FSW) in Harlingen komt in handen van scheepswerf Bijlsma in Lemmer en de Noordelijke Ontwikkelings Maatschappij (NOM). De overname is volgens betrokkenen, “op enkele komma's en punten na” rond.

Met de overname zou een bedrag gemoeid zijn van dertig miljoen gulden. Bij FSW werken 260 mensen. De werf, de grootste in Noord-Nederland, verkeerde al geruime tijd in problemen door falend management en organisatorische problemen. De aanleiding vormde een brand in de assemblagehal twee jaar geleden tijdens laswerkzaamheden in een in aanbouw zijnde suikertanker. De schade bedroeg twinmtig miljoen gulden. Vertragingen in de bouw van andere schepen waren het gevolg, waarna de orderportefeuille leegraakte. FSW had volgens de directie jaarlijks 150 miljoen aan orders nodig om het hoofd boven water te kunnen houden.

Drie jaar geleden is op het terrein van FSW een buitendijkse werf gebouwd om technisch geavanceerde vrachtschepen te bouwen. Daar zijn drie multi-purpose schepen voor de Amsterdamse rederij Spliethoff gebouwd. De verbouwing kostte 54 miljoen maar brak FSW zwaar op toen verdere orders uitbleven. De NOM verleende de Harlinger werf, die leek af te stevenen op een faillissement, vorig jaar een achtergestelde lening van 11,8 miljoen gulden.

Directeur R. Kortenhorst van Bijlsma (140 werknemers, vestigingen in Warten en Lemmer) noemt de overname van “strategische betekenis” voor zijn bedrijf. Bijlsma kent in Lemmer een breedtebeperking voor de bouw van schepen van achttien meter, in Harlingen bedraagt die 26 meter. “Een aanzienlijke uitbreiding”, aldus Kortenhorst. De vraag naar grotere en bredere schepen groeit en Bijlsma kan door de overname van de Harlingse werf de schaalvergroting in de scheepsbouw bijhouden.

Frisian Shipyard Welgelegen (FSW) was voor 77,8 procent in handen van eigenaar/directeur Cees van der Schoot, een nuchtere Harlinger 'self made man', die de werf in de jaren zestig overnam. Central Industry Group, een verzameling bedrijven in de noordelijke scheepvaartindustrie waaronder een staalleverancier, bezat de resterende 22,5 procent van de aandelen. De NOM is voor 7,4 procent aandeelhouder van CIG.

De ondertekening van het akkoord maakt een einde aan een overnamestrijd tussen Damen Shipyard uit Gorinchem en andere gegadigden. Eind vorig jaar bevestigde directeur K. Damen tegenover Friese kranten dat een akkoord op hoofdlijnen bereikt was. Damen, de grootste scheepsbouwer van ons land, heeft al vestigingen in Makkum (Amels) en Burgum. CIG bezat echter een vetorecht bij de besprekingen en zou erbij gebaat zijn geweest Welgelegen voor de noordelijke scheepsbouwsector te behouden.

Bij een overname door Damen zou men als toeleverancier een belangrijke klant zijn kwijtgeraakt. Volgens directeur F. Migchelbrink van de NOM is het belangrijk dat FSW nu “in goede handen” is. Dat de werf ook in noordelijke handen blijft, noemt hij niet relevant. “Het gaat erom dat de overnamekandidaat een perfect bedrijf is. Bijlsma heeft in het buitenland grote indruk gemaakt.

Het is een ongelooflijk geordende en georganiseerde onderneming.'' Volgens Migchelbrink zal het productieproces van Frisian Shipyard geherstructureerd moeten worden. Voor de nieuwe participanten zou doorslaggevend zijn geweest dat onlangs een nieuwe order voor een 'carcarrier', een transportschip voor auto's, werd geboekt.