Schapen

Maarten 't Hart toont zich (CS 6-2) nogal gepikeerd over het feit dat de bijbel de mensen met schapen vergelijkt - inderdaad nu niet direct het intelligentste dier uit de schepping - waarbij hij zich erover verbaast dat iemand zich dit beeld laat aanleunen.

Zou het echter niet veeleer zo kunnen zijn, dat de bijbel hier een fel-realistisch beeld geeft van de werkelijkheid der dingen, opdat wij niet in hoogmoed in zeven sloten tegelijk zouden vallen? Enkele voorbeelden ter adstructie:

a. In Duitsland liep welhaast de ganse natie onvoorstelbaar goedgelovig achter Hitler aan, zozeer zelfs dat tot in het voorjaar 1945 vele soldaten nog verwachtten dat des Führers geheime wapen de krijgskansen wel zou doen keren, zodat zij weigerden zich over te geven.

b. In Frankrijk liepen haast alle intellectuelen zo'n 80 jaar lang achter diverse bizarre ideologieën aan zodat zij, of ter linkerzijde, of ter rechterzijde van de weg in de sloot geraakten, terwijl haast niemand “the middle of the road” van het gezonde verstand wist te houden.

c. In Nederland is sinds de jaren zestig toch ook een groot deel der bevolking op drift geraakt, losgeslagen van zijn traditionele ankers zodat thans velen zich gedwongen zien hun levensbeschouwing bijeen te sprokkelen uit het aangespoelde wrakhout, met o.a. als gevolg dat de tijdgeest in zeer korte tijd omsloeg van een overdreven vertrouwen in de maakbaarheid van de samenleving naar een even ongefundeerd geloof in de zaligheid van het machtsdenken.

Kortom: Is de mens niet inderdaad veelal een onnozel kuddedier, altijd weer geneigd ten prooi te vallen aan allerhande boze machten en daarbij dwars in te gaan tegen alles wat het gezonde verstand, of zelfs het eigenbelang, gebiedt? En als het Boek der wijsheid met dit beeld er niet al te ver naast zit, zou het dan ook niet wijs zijn daaruit de consequentie te trekken dat wij blijkbaar inderdaad een Goede Herder nodig hebben om ons op het rechte spoor te houden en ons te behoeden tegen die boze machten? Een herder aan wie wij tevens kunnen vragen om ons de schellen van de ogen te rukken, zodat wij ons gezonde verstand weer gaan gebruiken opdat wij zelf de werkelijke situatie der dingen onder ogen gaan zien, ons afvragend hoe wij ons zo lang hebben kunnen laten beetnemen met de illusie dat wij dachten een valk, leeuw of adelaar te zijn?