Nieuw museum voor moderne kunst in Stockholm; Over het kijken naar een schoonheid

Hoe maak je de doodgetoonde moderne kunst toch nog aantrekkelijk? Met een mooi museum. Architect Rafael Moneo ontwierp in Stockholm, culturele hoofdstad van Europa, een aristocratisch museum voor moderne kunst.

Moderna Museet Stockholm: Wounds. di t/m do: 11.00 tot 22.00 uur. Vrij t/m zo: 11.00 tot 18.00 uur.

Het jaar 1998 waarin Stockholm de Culturele Hoofdstad van Europa is, begon met een volkspaleis van ijs. Het feestelijk bedoelde bouwwerk stond een maand lang op het plein voor het pompeuze Operahuis, maar een sierlijke bijdrage aan de architectuur van de Zweedse hoofdstad was het niet. De ontwerpers kan dit niet worden aangerekend; het was de schuld van het weer.

Al bij de bouw, half januari, maakte de ongekend milde Skandinavische winter het noodzakelijk om een beroep op ijsblokken uit het noorden van Finland te doen. Maar ook deze maatregel kon een vroegtijdig verval van het Stockholmse ijspaleis niet tegengaan. In de namiddag van de dag voor de definitieve sluiting stond een donkere rij mannen, vrouwen en kinderen te wachten voor de ingang. Op de achtergrond de strakke contouren van het koninklijk paleis.

In een laatste poging om aan de entree - niet meer dan een paar vurenhouten latten - nog enig cachet te geven, waren aan weerszijden twee verse ijszuiltjes neergezet. Onder schel spotlicht tegen de vroeg invallende duisternis, werd de mensenrij opgeslokt door het witbruin gevlekte bouwsel. Binnen een paar minuten hadden de bezoekers het binnenste van de ruïne doorlopen en stonden zij aan de andere kant weer buiten, op een vloerrooster in het smeltwater.

Dezelfde dag waarop het ijspaleis werd gesloten, Valentijnsdag, opende in de Culturele Hoofdstad van Europa een ander paleis haar poorten: het nieuwe Museum voor Moderne Kunst. Een gebouw van natuursteen, glas, hout, roestvrij staal en zink, gelegen op het museumeiland Skeppsholmen en ontworpen door de Spaanse architect Rafael Moneo. Het is de bedoeling dat het 'Moderna Museet' in de nieuwe gedaante - kosten ruim honderdtien miljoen gulden - weer net zo'n spraakmakende rol zal gaan vervullen als het deed onder leiding van Pontus Hultén in de jaren zestig. Deze eigenzinnige directeur bezorgde het Stockholmse museum een unieke collectie moderne kunst en verhuisde later naar Parijs waar hij Centre Pompidou de grondslag gaf voor een vooraanstaande reputatie.

De eerste tentoonstelling waarmee het nu compleet vernieuwde Moderna Museet wordt ingewijd heet Wounds en draagt als ondertitel 'tussen democratie en verlossing in de hedendaagse kunst'. Een beetje cryptische, maar ruime en gastvrije accolade waarmee werk van vijfenzestig kunstenaars uit de voorste gelederen van de moderne kunst sinds 1960 wordt samengebonden.

Gruwelijk sprookje

We zien de houten cel van Edward Kienholz waarin twee geesteszieken op een ijzeren brits boven elkaar liggen uitgestrekt (The State Hospital, 1966). Het miserabele interieur is slechts door een getralied deurvenstertje te bekijken en het is aandoenlijk om te zien hoe het ene kind na het andere door de ouders wordt opgetild om met dit gruwelijke sprookje kennis te maken. Het reusachtige dubbelportret van Lucian Freud en Frank Auerbach geschilderd door Francis Bacon (1964) heeft terecht een prominente plaats gekregen. Georg Baselitz is aanwezig met onder andere Die grossen Freunde uit 1965. De twee vrienden staan verdwaasd, met kogels doorzeefd, hun ledematen gehavend door brandmerktekens, hun handpalmen door gekromde spijkers, in een totaal verwoeste wereld. De Giap Igloo van Mario Merz ('if the enemy masses his forces he loses ground; if he scatters he loses strength', 1968 ) ontbreekt niet. Op het leisteen van vier zwarte guillotine-messen zijn teksten gegraveerd van Poussin, Diderot en Robespierre (Ian Hamilton Finlay, 1987). In een klein, proper kabinet is de Room of mutual destruction (1992) van Rebecca Horn geïnstalleerd: twee revolvers op enkele meters afstand tegenover elkaar en zó gericht dat zij elkaar in de loop schieten. Het volmaakte duel. Kounellis herdenkt de Franse revolutie met een ijzeren plaquette die door een kaars wordt verlicht en waarop in krijt geschreven staat 'Liberta o Morte'. Daaronder wenst hij Robespierre zowel als Marat een 'lang zal hij leven' (1969).

Zo voegt het hernieuwde Moderna Museet zich met 'Wounds' bij de vele moderne musea die putten uit hetzelfde reservoir van internationaal vermaarde kunstenaars. Van een pioniersfunctie als in de tijd van Pontus Hultén is geen sprake en dat kan ook nauwelijks nu de avantgarde kunst in een gevestigde positie is geraakt. Daardoor krijgt ook in dit Museum voor Moderne Kunst een tentoonstellingsbezoek eerder het karakter van een quiz dan van een openbaring. De overbekende kunstwerken missen in de meeste gevallen het vermogen om te blijven boeien en dan ontwaakt de spelletjesgeest in ons hoofd. Het gaat erom dat je de naam van de kunstenaar weet voordat je op het bijschrift hebt gekeken. Naast de bovengenoemde namen zijn bij deze zelfgekozen beproeving ook de meeste van de andere tentoongestelde kunstenaars nauwelijks een probleem. Iedereen is braaf vertegenwoordigd, van Carl Andre tot Andy Warhol (Orange car crash 10 times, 1963), om het alfabet te volgen.

Oogsoorten

De eeuwige vraag is of je in al die musea voor moderne kunst exposities moet maken voor geoefende, of voor minder geoefende ogen. Het antwoord is natuurlijk dat elke tentoonstelling voor beide oogsoorten aantrekkelijk moet zijn. Het werk van Dick Bengtsson, bijvoorbeeld, was mij tot voor deze tentoonstelling onbekend. Zijn figuratieve landschappen met het hakenkruis als keurmerkstempel zijn intrigerend omdat zij een obsessieve indruk maken. De geschiedenis van zijn landschappen maakt nieuwsgierig, net als de reden waarom Bengtsson ook een hakenkruis laat neerdalen op een geschilderde kopie van Edward Hoppers Early Sunday Morning. Was er iets mis met Hopper? Verrassingen, avonturen, kunstwerken die je nooit eerder of heel zelden hebt gezien, zij zijn bepalend voor de opwinding of de ontroering die een tentoonstelling teweeg brengt.

Dat 'Wounds' ondanks de bezwaren van geijktheid toch een aantrekkelijke belevenis is, komt mede door de hoogwaardige architectuur van Rafael Moneo. Zijn museumgebouw biedt, in alle bescheidenheid, de mogelijkheden om ontdekkingen te doen waartoe de doodgetoonde moderne kunst nauwelijks meer in staat is. Dankzij de heldere plattegrond kan de bezoeker door het langgerekte, villa-achtige gebouw dwalen zonder de weg kwijt te raken. Aan één zijde van een royale binnenpromenade liggen drie groepen van rustige, lichte zalen die ook onderling met elkaar verbonden zijn. De buitenzijde van de gaanderij is geheel van glas en geeft uitzicht op een historisch cellengebouw van de marine die tot de late jaren vijftig het eilandje Skeppsholmen bezet hield. De eindeloze, geelgestucte gevel van de elementair gevormde strookbouw - de doorsnede is een rechthoekje met een driehoekje erbovenop - met een even eindeloze reeks vierkante ramen waarvan de donkergroene luiken openstaan, begeleidt de museumpromenade over de totale lengte. Zelfs het kale berkenboompje dat in het modderveld tussen de cellenbouw en het museum staat, deelt in de onweerstaanbare esthetiek van het verleden.

Het licht in de museumzalen komt vooral van boven en wordt opgevangen door rechthoekige lantaarns die de piramidale daken bekronen. Het oorspronkelijk ontwerp voorzag in beweegbare zonweringen, maar die werden te duur bevonden. De nu vaste jaloezieën, die van de daklantaarns kleine, bijenkorfachtige kooien maken, laten in de zalen en kabinetten een grijzig, noordelijk licht vallen dat soms de indruk geeft of er iets aan je ogen mankeert als je naar boven kijkt. Het lijkt wel of de ingetogenheid van het museuminterieur zich iets te sterk over het natuurlijke zaallicht heeft ontfermd. Dat is eigenlijk een van de weinige kritische kanttekeningen bij deze schepping van Moneo.

De aangename, aristocratische trekken die het gebouw vertoont, zijn vooral afkomstig van de Skandinavië-getrouwe wijze waarop de verschillende houtsoorten werden toegepast. De zaaldoorgangen zijn geaccentueerd met profielen van essenhout. De vloeren bestaan uit licht eikenhout dat, afhankelijk van de ruimte, in wisselende patronen is ontworpen en is afgebiesd met grijswitte kalksteen. Het zijn deze zorgvuldig gekozen combinaties die het Moderna Museet die noordelijke esthetiek geven die in de beste gevallen tijdloos is.

Moeilijkheidsgraad

Moneo heeft verschillende musea ontworpen. Met het Museo de Arte Romano in het Spaanse Mérida (1980-1986) begon zijn victorie als museumarchitect - maar het Moderna Museet in Stockholm was een van de moeilijkste opgaven. Vooral de locatie met de negentiende-eeuwse marinegebouwen op het rommelige, rotsachtige eiland was ingewikkeld. De moeilijkheidsgraad blijkt vooral uit bestudering van de buitenkant van het gebouw. Het is zelfs al een ingewikkelde onderneming om om het museum heen te lopen. Dat komt vooral door het hoogteverschil dat binnen het gebouw wordt overbrugd. De onaanzienlijke entree bevindt zich aan de stadszijde boven op de rotsen en de tentoonstellingszalen volgen dit niveau. Aan de kant van het water telt het gebouw vier verdiepingen met op de bovenste laag het restaurant dat uitkraagt boven een sokkel-achtige onderbouw en wordt gedragen door schuine steunberen. Je zou denken dat met de moderne bouwtechnieken een dergelijk primitief middel niet meer nodig is. Het siert Moneo dat hij voor de traditionele constructie heeft gekozen die in stemming aansluit bij de ambachtelijke scheepswerven waar het museumrestaurant op uitkijkt.

Ook de kleur van de buitengevels kent een geschiedenis. Aanvankelijke wilde Moneo de gevels grijs maken, de kleur van de rotsen waar het gebouw bovenop staat. Maar de Stockholmse schoonheiscommissie vond grijs te saai. De traditionele Zweedse kleur geel werd toen voorgesteld. Dat stuitte weer op bezwaren bij Moneo. Hij achtte de kleur geel teveel gebonden aan het militaire verleden van het eiland Skeppsholmen. Het terracotta-rood dat de gevels uiteindelijk kleurt, diepte Moneo op uit de oude stad, de Gamla Stan van Stockholm, dat wat kleuren betreft kan wedijveren met Italiaanse steden als Verona en Bologna. In dit rode omhulsel met piramidale, zinken daken en bovenlichten die op een bijenkorf lijken, presenteert het Moderna Museet zich aan de stad. Maar altijd uit de verte. Voor een totaalbeeld moet men naar de landtong aan de overkant van het water, waar het spectaculaire 'Vasamuseet' ligt 'aangemeerd'. Dit museum werd aan het eind van de jaren tachtig gebouwd rondom het zeventiende-eeuwse schip de Vasa, dat in 1628 verging in de haven van Stockholm en in 1961 weer boven water werd gebracht. Het mooiste museumraam van Rafeal Moneo biedt uitzicht op dit educatief voorbeeldige scheepsmuseum dat als een fantastische, ruimtelijke collage om de historische driemaster is gedrappeerd.

De Engelse directeur van het Moderna Museet, David Elliott - hij verruilde in 1996 het Museum of Modern Art in Oxford voor Stockholm - schrijft in een toelichting bij het vernieuwde Moderna Museet dat hij met het museum hetzelfde beoogt als met zijn expositie 'Wounds', namelijk de morele en esthetische functies van moderne kunst te onderzoeken.

Op de dag van de opening introduceerde hij dit voornemen in de hal van het museum met een tableau van de Engelse kunstenares Vanessa Beecroft. Een zwerm vrouwelijke etalagepoppen stond de bezoekers uitdagend op te wachten op torenhoge stilettohakken. Zij waren allen gedeeltelijk uitgekleed, of liever gezegd niet helemaal aangekleed. De een droeg alleen een tanga, de ander een doorschijnend hempje met een witte slip, weer een ander slechts een donkere panty die op haar heupen een beetje was opgerold en scheefgezakt. Zij hadden met elkaar de ideale mannequinmaten gemeen en de egale, porceleinkleurige huid die etalagepoppen een zo voorbeeldige, onnatuurlijke naaktheid geeft. Na een paar seconden - of was het een minuut? - sloeg een ellenlang blond meisje heel even haar wimpers naar beneden. Het hek was van de dam. Een tweede engelachtig wezen met een onwaarschijnlijk smalle leest en een wolkje donker schaamhaar schemerend door haar vleeskleurige panty, verschoof in minimale beweging haar linkerbeen naar voren waardoor haar rechterheup omhoogkwam. Alsof zij aanstalten maakte om de catwalk te betreden. In de hal van het Moderna Museet veroorzaakte haar beweging een aardverschuiving. De gelaatsuitdrukkingen werden door de modellen met bewonderingswaardige consequentie leeg gehouden, waardoor die koele, arrogante onbereikbaarheid ontstaat die je doet afvragen of je wel naar deze vrijmoedige schoonheden mag kijken. Of liever: hoe láng je kijken mag. Deze kwelling maakte duidelijk wat David Elliott bedoelt met hedendaagse kunst tussen democratie en verlossing.