Latijns Amerika wil af van antidrugslijst VS

Landen die volgens de VS onvoldoende meewerken aan de strijd tegen drugs komen op een zwarte lijst. De lijst is een barometer van Amerikaanse belangen.

ROTTERDAM, 27 FEBR. Toen vorige week de 43-jarige Jose Nelson Urrego, alias 'El Loco', samen met twee tienermeisjes van het bed werd gelicht, belegde de Colombiaanse president Ernesto Samper meteen een persconferentie. Met de arrestatie van deze leider van het Cartel del Norte del Valle, een erfgenaam van het beruchte Cali-drugskartel, toont Colombia dat het de oorlog tegen de drugs met overgave voert. Hoog tijd dat de Verenigde Staten dat inzien, zei Samper, en Colombia van hun zwarte lijst afvoeren.

Het heeft wellicht geholpen. Al hebben de VS gisteren Colombia voor het derde opeenvolgende jaar 'gedecertificeerd' - op de zwarte lijst gezet van landen die onvoldoende meewerken in de oorlog tegen drugs - de daaraan verbonden sancties zijn ingetrokken. De afgelopen twee jaar hebben ze Colombia naar schatting 900 miljoen dollar gekost en de steun aan het Colombiaanse leger en politie in hun strijd tegen de drugsmafia's bemoeilijkt.

President Samper, een internationale paria sinds in 1994 bekend werd dat het Cali-kartel zijn verkiezingskas met zes miljoen dollar had gespekt, is de enige reden dat Colombia op de zwarte lijst staat. Voor het overige voert het land de war on drugs voorbeeldig. Meer dan 50 ton cocaïne onderschept in 1997, 392 cocaïne-laboratoria vernietigd, 50.000 hectare cocaplantage bespoten met landbouwgif. Een “eenzame en onbegrepen strijd” , aldus Samper.

Latijns-Amerikaanse landen hebben de afgelopen week in alle toonaarden laten weten hoe beledigd ze zijn door het jaarlijkse 'decertificatie-proces' door de VS. Tegelijk voerden ze routineus een ritueel op om hun loyaliteit te bewijzen. Mexico verbrandde bijvoorbeeld tonnen cocaïne en marihuana onder het oog van buitenlandse dignitarissen, organiseerde aanhoudingen en drugsvangsten, hield persconferenties waarin de Mexicaanse successen breed werden uitgemeten. Niet dat Mexico hoeft te vrezen op de Amerikaanse 'zwarte lijst' te komen, want het is de tweede handelspartner van de VS en mag niet worden gebruuskeerd. De Amerikaanse minister van Justitie, Janet Reno, zei dinsdag in de Senaat “nooit te hebben kunnen dromen” zo nauw met Mexico samen te werken bij de vervolging van drugscriminelen.

Dat 60 procent van de cocaïne via Mexico de VS binnenkomt, dat Mexico op grote schaal de in het zuidwesten van de VS populaire drug methamfetamine exporteert, dat Mexicaanse drugskartels de Colombiaanse in de schaduw stellen, dat Mexico er in tegenstelling tot Colombia niet in slaagt drugsbaronnen aan te houden, dat in Mexico politie, justitie, leger en politiek even diep zijn gecorrumpeerd als in Colombia, dat Mexico Amerikaanse drugsbestrijders veel minder voorrechten gunt dan Colombia: voor dit land gelden andere normen. Dus werd Mexico gisteren door minister van Buitenlandse Zaken Albright tot trouw bondgenoot uitgeroepen in de oorlog tegen de drugs.

Hypocriet, willekeurig en arrogant. De irritatie over het jaarlijkse 'decertificeren' van landen die meewerken aan de Amerikaanse war on drugs groeit aan beide zijden van de Rio Grande. Deze zwarte lijst werd door het Amerikaanse Congres ingesteld in 1986. 'Gedecertificeerde' landen krijgen geen ontwikkelingshulp van de VS als die niet direct verband houdt met drugsbestrijding en kunnen op Amerikaanse tegenstand rekenen bij de aanvraag van leningen bij internationale geldinstituten. Vaste klanten op de lijst zijn ook dit jaar Afghanistan, Birma, Nigeria, en Iran. Colombia, Pakistan, Paraguay en Cambodja staan op de zwarte lijst zonder dat dit 'in het belang van de nationale veiligheid' gevolgen heeft. Een groep van 22 andere 'verdachte' landen krijgt wel het stempel van goedkeuring.

Voorstanders menen dat de publieke vernedering en economische schade door decertificatie een effectief drukmiddel is, anderen zien het als neokoloniale betutteling. Die mening wint ook in Washington terrein. Vorig jaar dienden de senatoren Dodd en McCain tevergeefs een wetsvoorstel in om een eind aan decertificatie te maken. Zij vonden het van hypocrisie getuigen om productie- en transitlanden te straffen terwijl de grootste afnemer, de VS, geen vooruitgang boekt bij het verminderen van de vraag naar drugs. Onlangs zei zelfs Barry McCaffrey, Clintons 'drugstsaar', te verwachten dat de zwarte lijst binnen vijf jaar verdwijnt. In plaats daarvan willen de VS een antidrugsalliantie van dertig landen met een gezamenlijk secretariaat, dat besluiten neemt over de zwarte lijst. In Panama zou een internationaal centrum voor drugsbestrijding moeten komen.

Duidelijk is dat de zwarte lijst in zijn huidige vorm vooral een barometer is van Amerikaanse belangen en pas daarna iets zegt over de antidrugsinspanningen van een land. Albright bewees dat gisteren ten overvloede door tot ieders verrassing “bemoedigende vorderingen” in Iran te constateren in de strijd tegen de heroïnehandel. Zo kreeg de dooi in de Amerikaans-Iraanse relatie ook hier gestalte.