Krabbendans Indonesië met rest van de wereld

Terwijl Thailand en Zuid-Korea met steun van het IMF de vereiste hervormingen doorvoeren om uit de crisis te geraken, blijft Indonesië ver achter. Monopolies van Soeharto's familie en zakenvrienden draaien gewoon door.

JAKARTA, 27 FEBR. Het nieuwe team van 'dokters' van het Internationaal Monetair Fonds dat gisteren in Jakarta is aangekomen, treft een lastige patiënt aan. De Indonesische president Soeharto heeft zich in januari onder druk van het IMF in ruil voor een 'losgeld' van 43 miljard dollar verplicht rigoureuze verbeteringen door te voeren in de economie.

Ondertussen heeft de president twee weken geleden echter ook de Amerikaanse econoom Steve Hanke, voormalig adviseur van oud-president Ronald Reagan, binnengehaald die expert is op het terrein van het zogenoemde currency boardsysteem. Dit zou een wondermiddel moeten zijn dat de Indonesische economie in een klap gezond maakt: de roepia wordt gekoppeld aan de dollar en vastgezet op een kunstmatig hoog niveau bij volledige dekking door harde valuta. En zie: het Indonesische bedrijfsleven dat nu technisch bankroet is, is weer in leven.

Inmiddels is echter de gehele internationale financiële wereld te hoop gelopen tegen de voornemens van Soeharto. IMF-directeur Michel Camdessus heeft Soeharto in ongebruikelijk scherpe bewoordingen in het openbaar gewaarschuwd dat het Fonds de toegezegde leningen niet zal uitkeren als hij zijn plannen doorzet. De Amerikaanse president Bill Clinton stuurt morgen oud vice-president Walter Mondale als zijn speciale afgezant naar Jakarta om Soeharto op andere gedachten te brengen. Het resultaat van het imminente conflict tussen Soeharto, het IMF en, zeg maar, de Groep van zeven industrielanden (G7), is een impasse die nog het meest weg heeft van een krabbendans. Terwijl de partijen lijnrecht tegenover elkaar staan, kunnen slechts zijwaartse bewegingen worden gesignaleerd.

Ondertussen zweeft de koers van de roepia al die tijd al tegen de 10.000 voor de dollar. Analisten hebben erop gewezen dat dit precies de bedoeling zou kunnen zijn van Soeharto, en zijn hired gun Hanke. Door dit beleidsinstrument als een zwaard van Damocles boven de markt te laten zweven, doet het zijn werk: handelaren durven hun roepia's niet te verkopen, omdat Soeharto op dat moment wellicht alsnog zijn plan doorzet.

Gisteren heeft de president IMF-adviseur Prabhakar Narvekar op het hart gedrukt dat hij vast van plan is te voldoen aan de voorwaarden die het fonds gesteld heeft. Hij zei echter ook dat hij de currency board nog steeds bestudeert.

Er is wel gezegd dat de slingerkoers van Soeharto erop duidt dat hij in diepe verwarring verkeerd over de te volgen beleidslijn. Analisten die concluderen dat het tegendeel het geval is en dat we getuige zijn van een doelbewuste psychologische oorlog tegen het IMF, zijn inmiddels echter in de meerderheid. Want door het opperen van de currency board heeft Soeharto de aandacht afgeleid van de echte kwestie: de vraag of Indonesië nu wel of niet bezig is de stringente IMF-voorwaarden.

Die vraag werd gisteren in een opmerkelijk hoofdredactioneel commentaar van The Jakarta Post ontkennend beantwoord. In feite is de rode lijn in het optreden van Indonesië sinds het op 8 oktober vorig jaar bij het IMF aanklopte er een van voortdurende toezeggingen aan vertegenwoordigers van het fonds en aan alle buitenlandse ministers en functionarissen die langs het presidentieel paleis defileerden. Ondertussen ging Soeharto in de praktijk zijn eigen weg.

Het op 1 november getekende contract met het IMF behelsde bijvoorbeeld het afschaffen van monopolies en kartels, het beëindigen van staatssubsidies en tariefmuren voor prestigeprojecten als de ontwikkeling van een nationale auto (door Soeharto's zoon Hutomo ('Tommy') Mandala Putera en een nationaal straalvliegtuig (door Soeharto's vertrouweling minister B.J. Habibie van Wetenschap en Onderzoek). Verder een sanering van de door slechte leningen doodzieke banksector, en invoering van transparantie en controleerbaarheid in het algemeen om een eind te maken aan praktijken van corruptie, vriendjespolitiek en nepotisme.

Aanvankelijk leek het erop dat de regering krachtdadige de uitvoering van al deze voornemens ter hand nam. Minister Mar'ie Muhammad van Financiën sloot in november samen met de inmiddels ex-gouverneur van de Centrale Bank, zestien insolvente banken, waaronder twee banken die behoorden aan Soeharto's halfbroer Probosutedjo en zijn zoon Bambang. Maar al snel bleek dat Probosutedjo weigerde zijn bank te sluiten, terwijl Bambang zijn Andromeda-bank eenvoudig onder andere naam heropende. Dit was slechts een voorbeeld van velen waaruit bleek dat Indonesië onder het IMF-akkoord wegglipte.

Toen Soeharto begin januari een meer op fantasie dan werkelijkheid gebaseerde staatsbegroting presenteerde, zakte het vertrouwen van de internationale markten definitief weg. De roepia tuimelde naar nieuwe dieptepunten, de beurs van Jakarta werd een no go area. En weer kwamen de witte jassen van het IMF praten met Soeharto. Een nieuw akkoord werd gesmeed en dit keer zou Indonesië zich écht houden aan de voorwaarden. Ook dit keer bleek het tegendeel het geval.

Om een paar voorbeelden te noemen Habibie heeft te kennen gegeven dat hij wil doorgaan met zijn straalvliegtuig. De directeur-generaal der belastingen, Fuad Bawazier, heeft bepaald dat de belastingdienst geen invoerrechten zal heffen op de 15.000 Timor-auto's van Tommy die op reusachtige parkeerplaatsen staan te wachten op kopers. En het triplex-kartel van Soeharto's langjarige zakenvriend en golf-partner, houtkoning 'Bob' Hassan, ontwijkt de maatregel door een nieuwe regel waardoor exporteurs verplicht worden accijnzen te betalen op iedere kubieke meter hout die het land verlaat.

Analisten concluderen dat Soeharto's ambigue beleid klaarblijkelijk gericht is op tijdrekken tot zijn te verwachten herbenoeming op 10 maart. Een handelaar bij een Japans beursbedrijf concludeerde onlangs dat de currency board al een groot succes is. “We moeten de currency board zien als een politieke manoeuvre.”

De aandacht voor Soeharto's fouten is afgeleid door de schijn dat hij zoekt naar alternatieven voor het IMF-programma, dat er maar niet in slaagt de roepia te stabiliseren. Ondertussen staat het IMF onder druk om andere oplossingen aan te dragen. Daarom zal Soeharto de impasse over de currency board zo lang mogelijk in stand houden om het IMF en de geïndustrialiseerde landen te dwingen tot gunstigere voorwaarden voor Indonesië.

Voor de korte termijn is het de vraag of het IMF in maart een volgende tranche van 3 miljard dollar zal uitkeren of niet. Gezien de geringe vorderingen in Indonesië heeft gemaakt, ligt een negatieve beslissing voor de hand. Het gevolg zou kunnen zijn dat de roepia opnieuw diep wegzakt. Indonesische analisten menen dat het IMF de verantwoordelijkheid daarvoor niet zal willen dragen en zich soepel zal opstellen.