Kloonkalveren haal je snel door elkaar

Bij de presentatie vanmorgen van de twee gekloonde kalveren Holly en Belle bleek dat de primeur voorlopig ook het laatste soortgelijke experiment is in Nederland. Pharming is intussen getroffen door een ministerieel verbod op dit soort experimenten.

POLSBROEK, 27 FEBR. Eerst moeten er plastic zakken over de schoenen. Een hygiënische maatregel. Pas dan is een bezoek aan Holly en Belle, de twee gekloonde kalveren die het biotechnologiebedrijf Pharming vanmorgen presenteerde, toegestaan. Het bedrijf heeft de twee kalveren ondergebracht op zijn experimentele boerderij in Polsbroek nabij Gouda.

Rechts staan strobalen opgestapeld, onder een afdak. In de stal links vreet Herman, Nederlands eerste stier waarbij menselijke genen zijn ingebracht, rustig van een berg hooi. Achter de stal komt een polyester boogtentje in zicht. Daarin staan Holly en Belle wat voor zich uit te staren. Een verzorgster jaagt hen naar buiten. De bonte kalfjes vreten van het hooi en likken aan de camaralenzen. Welke van de twee Holly is, en welke Belle, weet de verzorgster niet. Ook wetenschappelijk directeur dr. Gerard van Beynum haalt zijn schouders op. “Maar de namen zijn goed gekozen. Ze symboliseren de samenwerking tussen Nederland en België.”

Pharming begon twee jaar geleden een programma met de Universiteit van Luik waar onderzoekers zaten die ervaring hadden op het gebied van klonen. De Belgen hielden zich al een aantal jaren bezig met kerntransplantatie, dezelfde techniek waarmee het gekloonde schaap Dolly ter wereld werd gebracht. Pharming wilde die techniek, of een variant daarop, graag in huis halen. Van Beynum noemt het niet meer dan logisch dat het bedrijf, net als de concurrerende Schotten en Amerikanen, interesse heeft voor het klonen via kerntransplantatie. “Het is een goed alternatief voor de huidige techniek waarmee we transgene koeien maken die menselijke eiwitten in hun melk produceren. Die techniek is erg inefficiënt en verloopt via een proces dat we slecht begrijpen. Bedrijven zoals het onze zoeken al jaren naar een alternatief. De kloontechniek is zo'n alternatief. Daarmee kunnen we makkelijker en sneller transgene dieren maken.”

Het handjevol biotechbedrijven dat transgene landbouwhuisdieren maakt voor de productie van menselijke eiwtten experimenteert stuk voor stuk met de kloontechniek. De techniek, kerntransplantatie geheten, is ontwikkeld door Ian Wilmut en Scott Campbell van het Roslin Institute in Schotland. Daar kwam Dolly ter wereld, twee jaar geleden. De Schotten haalden wat cellen uit de uier van een volwassen schaap. Al deze cellen zijn genetisch identiek, ze bevatten dezelfde erfelijke informatie. Uit deze uiercellen haalden de wetenschappers de celkern en zetten die in een eicel waaruit het erfelijk materiaal was verwijderd. De eicel verloor dus zijn eigen erfelijke informatie en kreeg het DNA uit de uiercel terug. De eicel-met-uiercel werd teruggeplaatst in een draagmoeder en ontwikkelde zich tot schaap. Voor het experiment met Dolly werd begonnen met 274 eicellen. Uiteindelijk leverde het één gekloond schaap op.

Dolly was alleen bedoeld om de kloontechniek te testen. Het schaap is niet genetisch gemanipuleerd en maakt geen menselijke eiwitten in zijn melk. Daarvoor is het nodig om de kloontechniek te combineren met genetische manipulatie. De Schotten kweken bepaalde cellen uit een schaap eerst verder in het laboratorium. Dat levert duizenden identieke cellen op. In die cellen brengen ze een menselijk gen. Vervolgens zetten ze zo'n genetisch gemanipuleerde cel in een ontkernde eicel. En die plaatsen ze weer in een draagmoeder. De commerciële tak van het Roslin Institute, het bedrijf PPL, heeft een patent op de techniek van kerntransplantatie.

Inmiddels zijn in de Verenigde Staten ook de eerste gekloonde dieren geboren via de techniek van kerntransplantatie. De Amerikaanse bedrijven Genzyme Transgenics Corp. en ABS Global beweren beide dat ze hun eigen variant op de kloontechniek hebben. Volgens hen plegen ze dus geen inbreuk op het patent van de Schotten. “Ook onze techniek is een variant op de Schotse”, zegt dr. Frank Pieper van Pharming. “We hebben twee vriesstappen in onze procedure.”

Pharming gebruikt ingevroren koeien-embryos van zes dagen oud. “Die embryo's bestaan dan uit vijftig tot honderd cellen. Al die cellen kun je gebruiken om in een ontkernde eicel te zetten. Het embryo dat ontstaat, vries je weer in als het zes dagen oud is. Zodra je een embryo nodig hebt, haal je het weer uit de vriezer.”

Het vriesproces is ontwikkeld door de onderzoekers van de Universiteit van Luik. De embryo's raken er niet door beschadigd. Volgens een van de Belgische wetenschappers hebben ze met hun proces de afgelopen jaren al dertien koeien gekloond.

Voor het experiment met Holly en Belle gebruikte Pharming veertien embryo's. Dat leverde vier drachtige koeien op. Bij twee werd de zwangerschap na ongeveer drie maanden spontaan afgebroken, zegt Pieper. “Van een aantal embryo's hebben we enkele cellen afgehaald om aan de hand daarvan het geslacht van het embryo te bepalen. Juist deze embryo's werden geaborteerd.”

Dr. H. Schellekens, lid van de Commissie voor biotechnologie bij dieren en ook aanwezig bij de presentatie van Holly en Belle, zegt dat de commissie zich “vernacheld” voelt door Pharming. “Het bedrijf had een vergunning aangevraagd voor klonen, met een specifieke toepassing in het achterhoofd: de productie van geneesmiddelen. Maar Holly en Belle maken geen geneesmiddelen in hun melk. Ze zijn alleen gekloond, niet genetisch gemanipuleerd.” Schellekens erkent dat het een mistige situatie is. Van Beynum van Pharming zegt verwonderd te zijn door het besluit van Van Aartsen. “Ons is gevraagd om eerst het nut van transgene landbouwhuisdieren aan te tonen, via de klassieke techniek. We moeten dus eerst aantonen dat de geneesmiddelen die onze dieren maken, ook werken in patiënten. Als dat bewezen is, mogen we verder met klonen.”