Kleine politieke verschillen tussen ontzuilde kranten

De verkiezingscampagne wordt voor een belangrijk deel uitgevochten via de media. Drie politicologen onderzoeken hoe de campagne in de media wordt verslagen en publiceren daarover wekelijks op deze paats. Ze turven en analyseren daartoe de politieke berichtgeving in de vijf grote landelijke kranten.

Deze week wordt de basis gevormd door zo'n 9.000 'kernbeweringen' in ruim 3.500 artikelen, alle verschenen in de periode van 20 oktober 1997 tot en met 21 februari 1998.

Klachten over 'de' media zijn niet van de lucht. Zij krijgen de schuld toegeschoven van het ontslag van Docters van Leeuwen, van de deuken in het imago van Clinton, en van wat al niet. De toegenomen snelheid in de nieuwsverwerking maakt dat journalisten geen tijd meer hebben om ingewikkelde kwesties te bestuderen. De journalisten rennen achter elkaar aan. Hun primaire woordkeuze ('muiterij', 'Monicagate') bepaalt waarover en met welke teneur in de volgende weken nieuws gebracht zal worden. Steeds weer dezelfde beelden en citaten worden herhaald om aan deze primaire interpretaties een schijn van feitelijkheid te verlenen. Deze verwijten treffen natuurlijk vooral de televisie - waarover meer in een volgende aflevering - maar ook de dagbladen blijven niet buiten schot.

Inderdaad lijken de landelijke dagbladen erg op elkaar. Er zijn geen significante verschillen als het gaat om de weergave van standpunten van politieke partijen of om de weergave van hun onderlinge verhoudingen. Maar is dat erg? Of is het juist een verdienste van de pers dat het niet veel uitmaakt welke krant men leest om te weten te komen welke partij het recht op deeltijdwerk wettelijk wilde regelen en welke partij dat dwarsboomde?

Toch vormen de dagbladen geen gesloten front. Men kan niet spreken van 'de' media. Ze zijn nog steeds in zekere zin pluriform, ook nu de banden met politieke partijen en levensbeschouwelijke organisaties uit het verzuilde tijdperk al lang zijn doorgeknipt. De media verdelen bijvoorbeeld hun aandacht over partijen niet helemaal op dezelfde wijze. De verschillen op dit punt zijn weliswaar klein, maar toch. Het Algemeen Dagblad en de Volkskrant besteden een paar procent meer aandacht aan de PvdA dan andere dagbladen. In vergelijking met de andere dagbladen gunt Algemeen Dagblad D66 weinig aandacht, zeker ten opzichte van NRC Handelsblad. De VVD krijgt een paar procent meer aandacht in De Telegraaf en in het Algemeen Dagblad dan in Trouw. Trouw daarentegen geeft meer aandacht aan het CDA, zeker in vergelijking met NRC Handelsblad en Algemeen Dagblad.

Een wezenlijker verschilpunt is misschien dat Trouw systematisch meer verschillende partijen aan bod laat komen; ook over de kleinere partijen is daar relatief veel te lezen. Bij verdeling van aandacht kan behalve op partijen ook worden gelet op issues. En dan springt NRC Handelsblad er uit. NRC Handelsblad verdeelt de aandacht over een groot aantal verschillende onderwerpen. Aan de andere kant van het spectrum bevindt zich het Algemeen Dagblad, waar het politieke nieuws zich op een beperkter aantal issues concentreert.

In Trouw kan men veel lezen over 'linkse' onderwerpen (sociale zekerheid, tweedeling) en in De Telegraaf weer meer over 'rechtse' onderwerpen (blauw op straat, belastingen). Belangrijker nog zijn de verschillen in politieke stellingname. Dagbladen horen kritisch te zijn en zijn dat ook. Maar er zijn wel nuanceverschillen. De Volkskrant oordeelt betrekkelijk mild over de PvdA en betrekkelijk negatief over de VVD. Ook NRC Handelsblad oordeelt verhoudingsgewijs negatief over de VVD, maar nauwelijks minder negatief over de andere partijen. In Trouw krijgt D66 het vaakst de wind van voren, al wordt ook het CDA kritisch gevolgd. In het Algemeen Dagblad wordt de PvdA het gunstigst beoordeeld en het CDA het negatiefst. De Telegraaf heeft het duidelijkste profiel: PvdA en D66 worden, in vergelijking met de VVD en het CDA, sterk negatief beoordeeld.

Kortom, dagbladen verschillen nog steeds van elkaar, ook al kunnen ze veel minder gemakkelijk geplaatst worden op een simpele links-rechts-as dan in de jaren zeventig toen de polarisatie nog hoogtij vierde. Dat er in de politiek veel nieuwe onderwerpen bijgekomen zijn zodat de partijen in hun verkiezingscampagne grote moeite hebben met het oprakelen van de oude strijdpunten kan de media niet verweten worden.