Het verdriet van de Sovjet-Unie

Ljoedmila Oelitsjkaja: Medea en haar kinderen. Uit het Russisch vertaald door Arie van der Ent. De Geus, 287 blz. ƒ 39,90

Medea en haar kinderen van de in 1943 geboren Ljoedmila Oelitsjkaja heeft een ongebruikelijke hoofdpersoon. De Medea uit de titel is een van de laatst overgebleven vertegenwoordigers van een uitgestorven volk, namelijk van de Pontische Grieken, die in vroeger tijden de handel en scheepvaart rond en op de Zwarte Zee in handen hadden, en zij is ook een van de laatsten die de Pontische variant van het Grieks nog beheersen. Geboren in 1900 bewoont ze in de tijd dat dit boek speelt, de jaren zeventig, een huis op de Krim waar haar 'kinderen' haar elke zomer komen opzoeken. Kinderen tussen aanhalingstekens, want het grote verdriet in haar leven is juist haar kinderloosheid. Haar 'kinderen' zijn haar talrijke neven en nichten en achterneven en achternichten, de kinderen en kleinkinderen van haar vele broers en zusters die over de gehele Sovjet-Unie verspreid wonen. Maar van Litouwen tot Tbilisi komen ze elke zomer een paar weken bij Medea logeren.

Deze opzet geeft de schrijfster de gelegenheid om vele nationaliteiten van de multiculturele Sovjet-Unie ten tonele te voeren: joden, Grieken, Georgiërs, Armenen, Tataren en Russen passeren in een eindeloze rij de revue. De uitgever is zo vriendelijk geweest aan de Nederlandse vertaling een lijst met dramatis personae toe te voegen die ruim tachtig namen telt. Een groot aantal van deze personen krijgt een biografie mee, zodat De kinderen van Medea een aaneenschakeling van korte of lange levensverhalen is die samen bijna de gehele twintigste eeuw bestrijken. Het is duidelijk Oelitsjkaja's bedoeling geweest om in de ouderwetse vorm van een familieroman een geschiedenis te schrijven die qua tijd en ruimte de gehele Sovjet-Unie omspant. Medea zelf speelt hierbij de rol van ikoon, de traditionele afbeelding van de Moeder Gods die alomtegenwoordig, alwetend, maar onbewogen, met een mengeling van strengheid en mildheid neerkijkt op het leven van de haar omringende zondaars. Want zondaars zijn het en alleen zijzelf is zonder zonden. Zij heeft haar jeugd opgeofferd om haar broertjes en zusjes op te voeden, nooit iets voor zichzelf gevraagd en als een volmaakt verpleegster het sterfbed begeleid van haar man van wie ze zielsveel hield. En wanneer ze er na zijn dood achterkomt dat een van de kinderen van haar lievelingszuster door hem is verwekt, verwerkt ze deze klap in stilte zonder iemand iets te laten merken.

Medea is in wezen een ouderwetse positieve held, zoals die in de Sovjet-literatuur zo werd gepropageerd. Iemand op wie niet dát is aan te merken, wiens hele leven voorbeeldig is. Maar Medea onderscheidt zich in gunstige zin van haar socialistisch-realistische voorgangers doordat zij geen enkele poging doet anderen te beleren. Medea is een voorbeeld, een modelvrouw, maar de gewone stervelingen die haar neven en nichten zijn komen niet eens op het idee dat ze haar zouden kunnen navolgen.

Dit panorama van levens wordt langzamerhand geconcentreerd rond twee van haar nichten die allebei een verhouding hebben met dezelfde knappe sportleraar, wat niet goed afloopt. Het verhaal van deze rivaliteit is aangrijpend genoeg, maar hier krijgt de lezer langzamerhand de indruk dat hij in een ander verhaal zit dat niet over een oude vrouw op de Krim gaat, maar over jonge mensen in Moskou. Het is een vreemde overgang die het boek geen goed doet.

Een nieuwe Tsjechov is Oelitsjkaja al genoemd, want recensenten willen moderne Russen altijd begrijpen in termen van de klassieken. Dat is onzin, natuurlijk. De beschrijvingen van al die heel of half mislukte en onvervulde levens hebben inderdaad in hun gedempte toon soms iets van Tsjechov, maar Oelitsjkaja mist helaas volkomen de humor en het relativeringsvermogen van haar voorganger. Medea en haar kinderen is een doodernstig boek. Dat kan men betreuren, net zoals men aanmerkingen kan maken op de soms wel heel erg losse structuur van het geheel, maar dat neemt niet weg dat Medea bij vlagen ook een prachtig boek is met levensechte portretten van levensechte mensen die allemaal op hun manier 'het verdriet van de Sovjet-Unie' belichamen.