Ghanese humor aan Israel niet besteed

Morgen wordt in Burkina Faso de finale van het voetbaltoernooi om de Africa Cup gespeeld. De Ghanese bondscoach Rinus Israel zit al weer thuis in Amsterdam. Maar de berichten over zijn ontslag blijken niet te kloppen.

AMSTERDAM, 27 FEBR. Rinus Israel werd afgelopen woensdag in zijn huis in de Ghanese hoofdstad Accra gebeld door zijn dochter. Zij vertelde dat in Nederland was bekendgemaakt dat hij zijn ontslag had gekregen als bondscoach van de Black Stars. Zelf wist de oud-international van niets. “Maar die dag was net de elektriciteit uitgevallen en had ik geen televisie kunnen kijken. Dus misschien was het wel op het nieuws geweest. De volgende dag stapte ik zwaar beledigd naar de voetbalbond. Bleek het allemaal niet waar te zijn.”

De bestuurders willen dat Israel zijn contract, dat tot en met 30 juni loopt, gewoon uitdient. Ze spraken zelfs al voorzichtig met hem over de periode erna. “Let op, hè, dat is hoe het nu is. Over vijf minuten kan het weer helemaal anders zijn”, beseft de bondscoach in het hem zo vertrouwde Amsterdam.

Want blij waren ze in Ghana niet met de prestaties in de Africa Cup. Het hele land was er vooraf van overtuigd dat de voetbalploeg zou gaan winnen in Burkina Faso. Israel: “Wie ik voor het toernooi ook tegenkwam, ze zeurden allemaal van: jullie komen terug met de cup. Waar dat optimisme vandaan kwam? Al sla je me dood. Ook bij de spelers heerste de gedachte dat we even zouden winnen.”

Volgens de nuchtere Nederlander schatten de Ghanezen de kwaliteiten van hun elftal te hoog in. “Van de 22 spelers die ik had geselecteerd, zijn er zeventien prof in Europa. Maar de meesten spelen bijna niet bij hun clubs. Abedi Pele doet regelmatig mee bij München 1860, Kuffour bij Bayern München en Nyarko bij Karlsruhe. De rest moet je met een verrekijker zoeken. Maak dat de mensen maar eens wijs. Die verafgoden de voetballers. Je zal in Nederland toch niet meemaken dat honderden mensen Bergkamp als een wereldwonder staan aan te gapen. In Ghana gebeurt het.”

Israel, 47-voudig international en als Feyenoord-aanvoerder de eerste Nederlander met de Europa Cup in handen, is geen type dat teert op zijn roemrucht verleden. Wat geweest is, is geweest. “Ik denk ook niet dat het de spelers van Ghana interesseert wat ik in mijn carrière heb bereikt. Ik weet niet eens of ze het weten. Ik heb het ze het in ieder geval niet verteld.” Wel had hij het gevoel gerespecteerd te worden door de bejubelde sterren. “Ik kreeg geen commentaar op de tactiek en de trainingen. Met de spelers die nog in Ghana voetballen had ik de beste band. Met die jongens heb ik wekenlang getraind. Zij zijn nog te vormen, hebben nog geen vette contracten.”

Israel had zijn voltallige selectie pas acht dagen voor de eerste wedstrijd in Ouagadougou bij elkaar. Toch was de trainer niet ontevreden over het spel in de eerste twee wedstrijden. Van Tunesië werd eenvoudig gewonnen, van Togo daarna onverdiend verloren. “We creëerden zo veel kansen, ongelooflijk”, blikt Israel op die nederlaag terug. “Iedereen was meteen in paniek. Afrikanen kijken alleen naar de uitslag. Ik ben anders en heb die gasten verteld dat ik tevreden was over het spel en dat ik me geen zorgen maakte over de laatste poulewedstrijd tegen Congo.” Ghana had genoeg aan een gelijkspel om de kwartfinale te bereiken, maar verloor. “We speelden gewoon slecht”, aldus Israel. “Congo is een elftal van niks.”

Na de uitschakeling kreeg Israel het verwijt dat hij in het laatste duel geen andere spelers had opgesteld. “Waarom moest ik wisselen? Ik was tevreden. Natuurlijk werd er van buitenaf druk uitgeoefend. Dat hoorde ik via mijn assistent - een goede, betrouwbare gozer - want naar mij durfden ze niet te komen.” Ook in de nabespreking met de Ghanese voetbalbond werd Israel starheid verweten. “Ze vinden dat een trainer moet luisteren naar raadgevingen van derden. Ik wil best ruggespraak houden, maar dan wel gestructureerd, om eens een woord te gebruiken dat eigenlijk niet bij mij past Eén keer in de twee weken wil ik best met de voorzitter praten. Ik heb als ik in Ghana ben toch tijd zat.”

Het was voor de Ghanezen pijnlijk zo vroeg al naar huis terug te keren. “Er stond gelukkig niemand op het vliegveld”, vertelt Israel. “Vooraf was ik er niet zo gerust op. Een paar boze mensen kan ik nog wel aan, maar wat als er duizenden zouden staan? Ik denk dat niemand wist wanneer we precies terugkwamen. We vlogen met de presidentiële jet. Het scheelt ook dat we niet meteen de ochtend na onze uitschakeling zijn teruggegaan. Afrikanen vergeten zo'n teleurstelling sneller dan Europeanen. Houden zo!”

Israel maakte als speler (1974) en assistent-bondscoach ('94) twee wereldkampioenschappen mee. Maar de strijd om de Africa Cup is qua omstandigheden onvergelijkbaar met een WK, zegt de bondscoach. “Burkina Faso behoort tot de armste landen ter wereld. We waren in kleine villa's ondergebracht. Daar was op zich niets op aan te merken. Maar er was verder helemaal niets te doen. Een middagje tennissen of golfen zat er niet in. We zaten in de woestijn, 500 kilometer zand en een paar boompjes. Trainen en hangen, meer kon je niet. Saai? Dat is nog zachtjes uitgedrukt. Het waren de twee vervelendste weken van mijn leven.”

De spelers wisten de moed er lang in te houden. Israel: “Ghanezen zijn van huis uit een vrolijk volk en lachen veel. In de bus naar een wedstrijd zingen de spelers aan één stuk door. Niet neuriënd, maar uit volle borst. In Nederland zouden we misschien zeggen: spaar je lucht. Maar ik vond het prima. Het klonk ook heel aardig.” Verder lachte de coach weinig met de spelers. “Ik probeerde wel eens met ze te dollen, maar dat kwam niet echt over. Net zoals ik van hun humor ook niet bepaald bewusteloos lag.”

Hij is blij weer thuis te zijn. Israel sloot maandag in Amsterdam zijn naasten weer in de armen en werkte snel twee haringen naar binnen. Eigenlijk is de 'familieman', zoals hij zichzelf noemt, niet op zijn plaats in Griekenland, Roemenië - de landen waar hij eerder werkte - of Ghana. Israel haalt verontschuldigend de schouders op. “Ook ik moet af en toe wat centen verdienen.” Bovendien is hij gek van voetbal. “Het mooiste dat er is.”

Hij moet wel naar het buitenland als geen Nederlandse club hem wil hebben. “Ik begrijp het niet. Ik heb wel met clubs gesproken waarna ik dacht dat alleen de handtekeningen nog moesten worden gezet. Ging het toch niet door. Waarom? Ik bel echt niet om dat te vragen. De enige aanbieding die ik tot nu toe heb, is om op 8 maart terug te komen naar Ghana.”