Gesprek met cyberdelicus Douglas Rushkoff; We worden niet dommer, maar slimmer

“Wat er in de diepte afgaat, komt er in de breedte bij. Kids kunnen zich minder lang op een onderwerp concentreren, maar in chaotische, diverse informatie raken ze niet zo snel de weg kwijt,” zegt de Amerikaanse futuroloog en cybergoeroe Douglas Rushkoff. Hij schreef verschillende, optimistische, boeken over de moderne mediacultuur.

Douglas Rushkoff: 'Children of Chaos'. Uitg. Harper, San Francisco

De Amerikaanse schrijver Douglas Rushkoff wordt in de volgende 2000 woorden belachelijk weinig tegengesproken. Al was daar aanleiding genoeg voor. Als je Rushkoff emailt voor een interview schrijft hij meteen terug. 'Cool. Let's hang out.' Hij schenkt thee in, zorgt voor koekjes, heeft tijd terwijl hij drieduizend andere dingen moet doen. Hij heeft grote bruine ogen in een zesendertigjarig jongensgezicht, bruine krulletjes. Een tenger mannetje in een trui en een spijkerbroek. In zijn New Yorkse Greenwich Village appartement slingeren speelgoed en stripboeken - zijn eigen. Rushkoff maakt het bijna onmogelijk kritisch te zijn - alleen al een afstandelijke toon doet hem in elkaar krimpen. Wees gewaarschuwd.

Shortening attention spans, de korter wordende concentratiespanne van jonge mensen, waardoor ze computerspelletjes spelen in plaats van boeken lezen, liever 7 kanalen afgaan dan het nieuws uitkijken, en liever drie soaps door elkaar kijken dan een speelfilm - shortening attention spans zijn de redding van onze beschaving.

Dat zegt Rushkoff in zijn laatste boek, Children of Chaos. Kinderen lezen niet, hebben geen historisch besef, geen bijbelkennis, geen weet van de klassieken. Maar de redenering dat onze cultuur ten dode opgeschreven is omdat kids niet meer toegerust zijn om de geschiedenis ervan uit boeken te leren draait futurist, wonderkind en cybergoeroe Rushkoff met een elegante Copernicaanse wending om. En niet omdat kinderen er te dom of onderontwikkeld voor zijn, maar omdat ze uitstekend in staat zijn zelf iets beters te maken op basis van dat wat ze wel interesseert: televisie, strips, spelletjes en internet.

Rushkoff boeit, omdat hij de wereld van de screenagers, media-wijze Amerikaanse jongeren, van binnenuit kent, en samenhangend probeert te duiden. Hij kijkt nog altijd kinderprogramma's, groeide op met rollenspellen als Dungeons and Dragons, participeert in MUD's - online speelomgevingen -, speelt magische computerspelletjes als Myst, dook in de house-scene in San Francisco begin jaren negentig, en in populaire sporten als skateboarden en snowboarden.

Waar informatie-stress volwassenen doet verlangen naar onthaasting, laten kinderen zich inspireren zegt hij. Juist door hun gebrek aan concentratie kunnen ze informatie snel en efficient verwerken. “Wat er in de diepte afgaat, komt er in de breedte bij. Kids kunnen zich minder lang op een onderwerp concentreren, maar in chaotische, diverse informatie raken ze niet zo snel de weg kwijt. Ze zijn selectief, actief, participerend - de informatie-partners van de toekomst.”

Dat de makers van het populaire computerspel Myst niet meteen in de culturele canon belanden is logisch, Shakespeare, Rembrandt en Jane Austen werden in hun eigen tijd ook bepaald niet als cultuurdragers gezien.

Traditionele cultuurgeschiedenis hangt samen bij de gratie van kunstmatige begrippen als canons, perioden en ideologische interpretaties, constructies die eindeloos ter discussie staan in de theoretische velden van de geschied-, kunst- en literatuurwetenschap, de disciplines waar ze ooit ontstonden. Volgens Rushkoff maakt die academische aanpak plaats voor een grote speelplaats in het hier en nu, waar kinderen niet meer bedolven worden onder de verhalen van anderen, maar zelf kunnen beslissen, zelf verbinden, zelf scheppen.

“Screenagers denken van nature tamelijk holistisch. Magische sprookjeswerelden in computerspelletjes, geen probleem. Natuur en techniek, realiteit en wonderlijke verschijnselen lopen in elkaar over. Ze loggen de ene keer als jongen, de andere keer als meisje in, ze bedenken nieuwe namen en een nieuwe verschijningsvorm als ze een avatar, een driedimensionale animatiefiguur, kiezen in een spel. Ze zijn origineel.”

Rushkoff adviseert Pepsi en Sony, en is een van de belangrijkste futurologen van het moment volgens Time Magazine. Maar onder cybertheoretici heeft hij minder status. Zijn boeken zijn ook geen afstandelijke, academische pogingen om de technocultuur te duiden, maar meer een soort culturele self-help. Handboeken voor een bepaalde doelgroep, met als boodschap: hey, it's okay. We worden niet dommer, maar slimmer.

Cyberdelica

Thuis, op de bank, is Rushkoff rusteloos, het ene moment opgewekt, het volgende wanhopig. Zijn stem is zo beweeglijk als zijn blik. Hij praat in korte, informatieve zinnen, met een village ritme en melodie: ademloze raps en dreinerige, lome drawls, hoog afgeknepen kinderuitroepen en vaak na een halve seconde stilte:...wow!

We zouden de stad in gaan, maar het regent. We zouden alsnog koffie kunnen gaan drinken maar de computer staat hier. We blijven thuis en spelen cybertarot.

Wat is cybertarot?

“Een programma dat ik samen met wat anderen geschreven heb om met je pc tarotkaarten te leggen. Ik heb het gemaakt om te laten zien dat computers en magie prima samengaan.”

De combinatie is minder vreemd dan hij lijkt. Rushkoff was bevriend met Timothy Leary, kopstuk van de psychedelische beweging in de jaren zestig - tune in, turn on, drop out. Cyberdelica, de stroming in de cybercultuur waar Rushkoff toe behoort, ontstond uit de Noord-Californische underground van trippers rond Leary. Het is de vraag of er zonder de psychedelische underground een cybercultuur zou zijn geweest. Het centrum van de computerindustrie, Sillicon Valley, ligt niet toevallig in Noord Californië, ook het centrum van de flower power beweging. Veel vroege hackers, uitvinders, programmeurs, waren hippies. Steve Jobbs, directeur van Apple computers, die in de jaren zeventig in een schuur in Mountain View, een paar mijl boven San Francisco, de eerste Macintoshes in elkaar knutselde, heeft veel tijd in India doorgebracht. Cyberspace, ruimte die geen plek heeft, maar waar zich inmiddels een groot deel van onze cultuur afspeelt, was in de jaren zestig en zeventig, toen de computerindustrie en de voorlopers van het internet ontstonden niet meer dan een visioen. LSD is misschien wel een van de belangrijkste grondstoffen van de digitale revolutie.

We trekken de eerste kaart, de 'sleutel': schoppen negen. Het leven lijkt een grote speelplaats van plezier. Optimisme, geloof, vertrouwen, wonderen.

Bijna belachelijk typerend voor Rushkoff is dit beeld, maar hij blijft serieus. “Geloof, vertrouwen, dat houdt me bezig. Is er een spirituele realiteit, is er een dimensie onder of parallel aan deze?

“Al mijn vrienden zijn nihilisten weet je. Blí nihilisten, dat wel. Maar toch... Volgens hen ben ik door te zoeken naar betekenis in het bestaan gedoemd om ongelukkig te zijn.”

Het maakt hem in elk geval omstreden. “'Nuchter denken' is niet per definitie rationeler. Het is moeilijk om je te onttrekken aan de echo van zondeval en apocalyps in het westerse denken, hoe wetenschappelijk of intellectueel die ook verpakt is. We leven in een onverschillig universum. Shit happens. Maar ik denk wel dat de natuur, waar we een klein, maar wel geavanceerd deel van uitmaken, een eigen agenda heeft, gericht op het creëren van een steeds doelmatiger en hoogwaardiger orde en bewustzijn. Techniek staat uiteindelijk in dienst van dat doel.”

Is dat niet wat naïef, de meeste techniek is toch ontwikkeld voor militaire doeleinden?

“Dat is een tijdelijke fase. Ik geloof echt dat mensen van nature goed zijn, en dat ze alleen maar beter worden. Ik geloof niet dat er slechte mensen zijn, alleen verwarde.”

Wat maakt het uit of je iets een gebrek aan goedheid noemt, of slechtheid?

“Op termijn is het constructiever. We gaan beter met elkaar om dan ooit. Ik denk niet dat er op dit moment een rationele grond is voor het idee dat de maatschappij uiteen zal vallen, de beschaving teloor zal gaan, of de planeet ten onder. Natuurlijk zijn er in het verleden beschavingen verdwenen, maar er zijn uiteindelijk geavanceerdere voor teruggekomen. In het licht van de eeuwigheid boeken we vooruitgang.”

Rushkoff is een typische representant van de digitale generatie, die, zo bleek uit een recent onderzoek van het tijdschrift WIRED, optimistisch is en sterk gelooft in het zelfordenende principe van maatschappij en economie. Bijna de helft geloofde dat Microsoft-directeur Bill Gates invloedrijker is dan Bill Clinton. Ze geloven in netwerken, in de vrije markt, en in zelfredzaamheid. Toch bleken ze een sterke politieke betrokkenheid te hebben - alleen niet bij de traditionele partijen. Ze haten de conservatieve family values van de republikeinen, maar zijn ook allergisch voor de sociale en economische bemoeizucht van liberals. Rushkoff: “Het idee dat je de maatschappij met allerlei hulpprogramma's bij elkaar moet houden is onzin. Het is afkopen van schuldgevoel. Ontneem niemand zijn verantwoordelijkheid, maar steun wel de initiatieven van mensen zelf.”

In zijn laatste boeken stond internet, met zijn interactiviteit, model voor de instelling van de nieuwe mens. Nu het populairste deel, het web, zich steeds meer ontwikkelt tot een grote shopping mall is zelfs Rushkoff iets van zijn optimisme kwijt. Zijn volgende boek, They Say, doet een stap terug. “Ik realiseer me nu dat niet iedereen mijn eigen mediavaardigheden heeft. Ik heb ze voor een deel geprojecteerd. Dit wordt een soort cursus media-smartness. Amerikaanse kids staan bloot aan de meest agressieve marketingsstrategieën ter wereld. Ik leg uit hoe je je er tegen kunt wapenen. Kids worden steeds allergischer voor dwingende boodschappen. Marketing wordt defensiever. Nu de distributie van informatie uit handen van de traditionele media lijkt te vallen, krijgen kids hopelijk de kans om uit de loopgraven te komen.”

De tweede kaart, de wortel, 'mijn oorsprong, het verre verleden'.

Religie. Orthodoxie. Conventie.

“Dat is mijn achtergrond. Geen orthodox, wel een erg traditioneel joods milieu. Een vertoornde, vader-achtige god. Geen hoop op verlossing. Een verhaal met een begin en een vreeswekkend eind.”

Het probleem met georganiseerde religie, volgens Rushkoff, is dat het vaak blijft steken in een moralistisch verhaal. “Ooit vertelden we elkaar verhalen over hoe je een beer moest vangen. Dat waren letterlijke instructies, net als het vroegste theater, de vroegste beeldende kunst, de mechanica in de natuurkunde. Sommige mensen lezen de bijbel nog steeds zo. Inmiddels beschouwen de meeste mensen de verhalen als metaforen. Dat is de volgende stap. Het lijden van Jezus wordt dan een verhaal over lijden in het algemeen. Maar dan zit je nog steeds met een lineair verhaal, een verhaal dat uitgaat van oorzaak en gevolg. Wat je er uit meekrijgt is nog steeds: doe dit, dan gebeurt er dat. Er is een moraal - en dus de dreiging van een naargeestige afloop.”

In werkelijkheid is het onvermogen van het rechtlijnige verhaal om iets over het bestaan te zeggen een eeuwenoud thema in de kunst. Shakespeare waarschuwde in Hamlet al dat je zijn stukken niet letterlijk moest nemen, door de personages op een podium op het podium te zetten. Nieuw is misschien dat die techniek in kinderprogramma's inmiddels heel gewoon is.

In Rushkoff's universum bestaat geen toeval. “Neem kinderen als uitgangspunt. Beschouw hun interesses als een natuurlijke drijfveer, niet als iets dat je met geweld in goede banen moet leiden. Kinderen zijn bezig met hun eigen leerprogramma.”

Fractalen

Chaos is niet hetzelfde als wanorde. Chaos kent zijn eigen patronen. Het bijzondere volgens Rushkoff is, dat kinderen door de informatiestroom van jongs af aan met een tastbare, benoembare vorm van chaos geconfronteerd worden. De vaardigheden die ze leren om daarin het hoofd boven water te houden, passen ze vanzelf toe op de tijdloze, natuurlijke chaos van het leven zelf.

Screen-agers hebben een andere manier om de werkelijkheid te structureren. Ze denken in beelden, in patronen. Een beeld geeft informatie in een oogopslag. Een patroon is, in tegenstelling tot reductionistische modellen, geen metafoor voor een bepaald aspect van de werkelijkheid, zoals bijvoorbeeld de glimmende bollen uit de natuurkundeles, die atomen voorstelden. Het is een associatie, een relatie, die losjes toepasbaar is op de meest uiteenlopende verschijnselen, zoals de populaire fractaal, een wiskundige formule die, als je hem op de computer in een beeld vertaalt, zichzelf op elk willekeurig punt min of meer nauwkeurig blijkt te spiegelen.

Denken in patronen is een intuïtieve benadering, een techniek die screen-agers volgens Rushkoff spelenderwijs leren. “We zijn gewend om tv-shows, net als bijbelverhalen, metaforisch op te vatten: je leeft mee met de personages, alsof je het zelf meemaakt. Maar kinderen, die op een middag rustig eerst naar I Love Lucy kijken, dan naar All In The Family, dan naar Who's The Boss, en tot slot naar Roseanne, zitten hardop te vergelijken. Ze herkennen de patronen in de verhouding tussen man en vrouw, en halen uit zo'n middag minstens evenveel informatie over de veranderingen in die verhouding tussen de jaren vijftig en nu als uit een les maatschappijleer.”

Tegelijk kun je aan Lucy en Roseanne zien hoe de televisie zelf veranderd is - en daardoor kun je niet alleen de patronen vergelijken, maar ook nog eens de manier waarop die patronen in beeld gebracht worden. Je bent je niet alleen bewust van het verhaal dat verteld wordt, maar ook van de manier waarop het verteld wordt. Kinderen zijn dol op die meta-blik. Ze kijken naar Beavis and Butthead, een cartoonduo op Mtv dat, net als de kijker thuis naar muziekvideo's zit te kijken - precies zoals de toneelspelers bij Hamlet. In kinderprogramma's filmen personages hun eigen leven, becommentariëren ze hun eigen spel en keren zich midden in een scène tot de camera. Ze léven Shakespeare: all the world is a stage.

Deze meta-ervaring noemt Rushkoff recapitulated comprehension - samenvattend begrijpen. “Het is een stap achteruit doen, jezelf zien terwijl je doet wat je aan het doen bent.”

Waarom is samenvattend begrijpen beter dan het traditionele, metaforische begrijpen?

“Omdat het een extra dimensie biedt. Het is een techniek om meer te kunnen overzien. Net zoals je met een rekenmachine ineens veel ingewikkelder berekeningen kunt maken. Alle techniek, alles dat we zelf gemaakt hebben, van taal tot televisie en computers, werkt toe naar verhoogd bewustzijn.

“Daarom stoort de lineaire, apocalyptische blik op techniek van cultuurpessimisten me zo. Ik hou, net als kinderen, van gerecapituleerd kijken. In een verhaal meegaan is maar een beperkte ervaring - er uit snappen, herinnerd worden aan het feit dat jij het op dat moment zit te kijken, is veel spannender. Het is niet net alsóf je iets meemaakt - je doet het echt. Maar het belangrijkste is dat je niet opgescheept zit met iemand anders zijn eind, met de apocalyps van een ander. Het is hier en nu. Alles ligt open.”