G. Beijer vertrekt bij gemeentelijk ontwikkelingsbedrijf; 'Rotterdam heeft straks zijn eigen grachtengordel'

Rotterdam kan voldoen aan de vier criteria voor een aantrekkelijke plaats van vestiging, meent scheidend stadsontwikkelaar Beijer.

ROTTERDAM, 27 FEBR. “De komende jaren moet Rotterdam de slag maken om te kunnen behoren tot de top tien van steden binnen de driehoek Londen-Parijs-Randstad. Dat is mogelijk als de economische groei jaarlijks drie procent blijft. De noodzakelijke investeringen in infra-structuur kunnen dan gemakkelijk worden betaald.”

Dat zegt ir. Gobert A. Beijer die op 1 mei vertrekt na acht jaar als directeur van het Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam (OBR), de gemeentelijke dienst die verantwoordelijk is voor de economische versterking van de stad.

Beijer (47), die naar het bedrijfsleven overstapt, meent dat Rotterdam als Europese 'mainport met hub-functie' kansen heeft op een hoge notering op de lijst van Europese steden. “Uit Amerikaanse studies blijkt dat voor het vestigingsklimaat in dergelijke mainports vier criteria van belang zijn: de economische omgeving, een actieve overheid, goed personeel en 'quality of life'. Bij het opmaken van de balans, die tevens richting geeft aan het toekomstige beleid, is de economische groei de eerste essentiële factor. Beijer: “Als de groei gedurende een aantal jaren drie procent per jaar bedraagt, kunnen de benodigde 64 miljard gulden aan investeringen in infrastructuur gemakkelijk worden betaald.

Het (Europese) vestigingsklimaat wordt onder meer bepaald door de factor mobiliteit. Beijer: “De tegenstelling auto-openbaar vervoer is verkeerd, het zal en openbaar vervoer blijven. In dit gebied moeten nieuwe verkeersvoorzieningen komen, met als belangrijkste de A4-noord (Delft-Vlaardingen) en de A4-zuid, als tweede hoofdverkeersader naar Antwerpen.

“De A4-zuid (kosten twee miljard gulden) is dringend nodig om snelle afvoer van de Maasvlakte naar Antwerpen mogelijk te maken, vooral als op de (uitgebreide) Maasvlakte een vrachtluchthaven komt, waarvan ik een groot voorstander ben. Een dergelijke luchthaven zal Schiphol ontlasten. Een groot deel van de luchtvracht die op Schiphol wordt aangeboden, wordt trouwens via de Rotterdamse haven aangevoerd.”

Bij een Europese toplocatie hoort ook een zakenluchthaven zoals Rotterdam Airport “want het privaat zakelijk vliegen zal toenemen”. Begin april vestigt Shell Aircraft Ltd., dat drie eigen vliegtuigen heeft voor het vervoer van hoger personeel, een dependance op de Rotterdamse luchthaven.

Begin maart komen “de eerste richtinggevende beelden” over de “zeer uitdagende” ontwikkeling van het Rotterdamse centraal station en Randstadrail (nieuwe spoorverbindingen binnen de Randstad) “dat in een beperkt aantal jaren ontwikkeld kan worden”. De NS hebben volgens Beijer haast met de aanpassing van Rotterdam CS, dat de stroom van tientallen miljoenen reizigers per jaar nauwelijks meer kan verwerken. Rotterdam CS wordt uitgebreid en vernieuwd en wordt bovendien halteplaats voor de Hoge Snelheidslijn (HSL) tussen Amsterdam en Brussel. De plannen voorzien onder meer in de bouw van een 'transferium' dat plaats biedt aan vijfduizend auto's en dat via een enorme fly-over vanaf de A16 (Rotterdam-Den Haag) bereikbaar zal zijn.

Beijer vindt dat Rotterdam het HSL-knooppunt van Nederland moet worden. “De NS wil de HSL-oost (naar Duitsland) vanuit Amsterdam laten vertrekken. Rotterdam zou als vertrekpunt beter zijn, maar moet in elk geval aansluiting op de HSL-oost krijgen.” De komst van de HSL en de aanwijzing van Rotterdam Airport als zakenluchthaven betekent dat ook verder gewerkt kan worden aan de noordrand van de stad, vlak bij de agri-business van Bleiswijk en omgeving. De Betuwelijn opent in een verdere toekomst de mogelijkheid van (voedsel)transport naar Oost-Europa en Rusland en wellicht China, wat ook de Hoeksche Waard nieuwe kansen biedt, aldus Beijer.

De beschikbaarheid van goed personeel, een andere factor die het vestigingsklimaat bepaalt, vergt volgens de vertrekkende OBR-directeur betere basisvoorzieningen op het gebied van onderwijs. Beijer: “Rotterdam heeft goede scholen op het gebied van VBO en HBO. Maar bij het hogere onderwijs is versterking gewenst. Ik ben voorstander van een fusie tussen de Erasmus Universiteit en de TU Delft. Een TU Rotterdam, met de daaraan verbonden researchinstituten, zou zich een Europese status kunnen verwerven. Rotterdam heeft het grootste complex aan chemische industrie van Europa, maar beschikt niet over topopleidingen in de chemie.”

De Kop van Zuid, de uitbreiding van het Rotterdamse centrum op de zuidelijk oever van de Nieuwe Maas, kan een Erasmiaans Gymnasium gebruiken naast het Ichtus College (hbo) dat zich daar gaat vestigen, vindt Beijer. Want het ambitieuze project lijkt een succes te worden. Als woongebied is de Kop van Zuid al populair en hetzelfde geldt nu als toplocatie voor kantoren. Beijer: “Alle beschikbare locaties voor het bouwen van kantoren (in totaal 125.000 vierkante meter) zijn inmiddels mondeling aan projectontwikkelaars uitgegeven. Twee hotelgroepen hebben interesse getoond om een hotel te bouwen naast het nieuwe Luxortheater. Op Katendrecht komen huizen die vier ton gaan kosten. De markt heeft er alle vertrouwen in.”

Beijer: “De Kop van Zuid en het Scheepvaartkwartier worden de 'grachtengordel' van Rotterdam. Nesselande (een nieuwbouwwijk aan de oostkant van de stad) moet een nieuw Reeuwijk worden. Met de aanleg van 750 hectare natuurgebied in het kader van de uitbreiding van de Maasvlakte kan Voorne uitgroeien tot het Wassenaar van Rotterdam.

“Het Zuiderpark, in Rotterdam-Zuid, moet heringericht worden om deze groene long de kwaliteit van het Kralingse Bos te geven. In het centrum van de stad moeten de singels en de 'gouden randen' (Mathenesserlaan, Heemraadssingel) versterkt worden. Dat vergt meer aandacht voor het kleine, wat in Rotterdam nog wel eens ontbreekt. Maar kleine ingrepen kunnen groot effect hebben. ”

Beschouw de Randstad als één uiteengelegde stad, stelt Beijer. Hij voegt er aan toe dat een groen park in het hart van die stad ontwikkeld zou moeten worden door een apart Rotterdams ontwikkelingsbedrijf.

Een eerste aanzet voor het gewenste actief bestuur, een andere vestigingsfactor, in de Rotterdamse regio is “nieuwe vormen van samenwerking tussen grote diensten als het OBR”. Beijer: “Dat is niet bedreigend voor de burgers of lagere overheden. Een goede regionale aanpak, op basis van een samenhangende strategie, kan zeer profijtelijk voor Rotterdam zijn.”