EUROLENINGEN

De euro bestaat al. Officieel schakelen de Europese financiële markten pas vanaf volgend jaar over op de nieuwe munt. Maar in werkelijkheid wordt de euro daar al gehanteerd. Zelfs verfijnde 'financiële producten' worden in de nieuwe munt aangeboden.

Afgelopen maandag bijvoorbeeld leende het Italiaanse voedingsbedrijf Parmalat als eerste onderneming 252 miljoen euro (ruim 550 miljoen gulden) op basis van 'converteerbaarheid'. Met een dergelijke converteerbare obligatie kunnen beleggers kiezen om de lening later eventueel om te zetten in aandelen.

Vroeger was het simpel. Een Nederlandse onderneming of de overheid leende in guldens. Een dergelijke lening was aantrekkelijk voor Nederlandse investeerders. Die wisten wat de gulden waard was en hoefden zich geen zorgen te maken over toekomstige koersverschillen.

Maar het kapitaalaanbod binnen Nederland is beperkt. Het is soms slimmer om te lenen in een internationale munt, bijvoorbeeld de Duitse mark. Zo wordt de drempel verlaagd voor buitenlandse beleggers. En het is gunstig voor de Nederlandse lener. Tenslotte, hoe meer aanbieders van geld, hoe beter de voorwaarden voor de lener. Soms kan de rente ook voordeliger zijn. Wel moesten belegger en lener, die zich buiten de grenzen begaven, zich indekken tegen koersrisico.

In de toenmalige Europese Gemeenschap werd in 1979 het Europese Monetaire Stelsel gelanceerd met de ECU, de Europese rekeneenheid, als gewogen gemiddelde van de Europese munten. Het EMS had tot doel om tot stabiele maar aanpasbare wisselkoersen van de deelnemende landen te komen. De ECU zou ook minder aan waardeschommelingen onderhevig moeten zijn dan de afzonderlijke munten.

Maar de waarde van de ECU is niet geheel stabiel en de ECU is een rekeneenheid, geen bruikbare munt. De euro zal dat wel zijn. De waarde van de nieuwe munt is gebaseerd op vaste wisselkoersen van de deelnemende munteenheden. Die onderlinge koersen worden in het eerste weekeinde van mei 'vastgeklonken' en vervolgens worden op 1 januari 1999 de ECU-koersen van de deelnemende munten in de verhouding één op één omgezet in euro-koersen. Vanaf dat moment is er geen sprake meer van onderlinge wisselkoersen. Niemand hoeft meer omrekeningen te maken of zich in te dekken tegen koersverlies.

Omdat veel leningen langlopend zijn, kennen sommige contracten nu al clausules die bepalen dat de lening en rente in euro worden (terug)betaald. Dergelijke leningen komen steeds vaker voor.

Vorige week heeft de Italiaanse staat een tienjaars-obligatielening uitgegeven van 4 miljard euro en deze week volgde Spanje met een obligatielening van 1 miljard euro met een looptijd van dertig jaar.

John Bröcheler: “Hij biedt iets aan en daar zet ik iets tegenover, hij improviseert van moment tot moment. Nee, ik word nooit kwaad op hem. Hij zegt niets voor niets.”