Elf landen willen in '99 toetreden; Veertien landen slagen voor EMU

BONN / ROTTERDAM, 27 FEBR. Veertien van de vijftien lidstaten van de Europese Unie zijn geslaagd voor de test voor deelneming aan de Economische en Monetaire Unie (EMU). Alleen Griekenland haalt de normen voor begrotingstekort en staatsschuld niet.

Dit blijkt uit cijfers die de EU-landen vandaag bij de Europese Commissie in Brussel hebben ingeleverd. De belangrijkste criteria voor deelneming aan de euro zijn een begrotingstekort in 1997 van maximaal 3 procent van het bruto binnenlands product en een staatsschuld van hooguit 60 procent van het bbp.

Nederland, België, Duitsland, Italië, Spanje, Oostenrijk, Ierland en Zweden overschrijden de schuldennorm van 60 procent. Maar volgens de afspraken in het Verdrag van Maastricht voldoet een land ook indien de overheidsschuld in een bevredigend tempo terugloopt naar 60 procent.

Elf landen hebben aangegeven aan het begin van de EMU op 1 januari 1999 te willen meedoen: Duitsland, Frankrijk, Italië, Spanje, Portugal, Nederland, België, Luxemburg, Finland, Oostenrijk en Ierland. Groot-Brittannië, Denemarken en Zweden hebben te kennen gegeven voorlopig van deelneming aan de euro af te zien.

Toetreding van Duitsland wordt algemeen als essentieel beschouwd voor het slagen van de EMU. De Duitse minister van Financiën, Theo Waigel, maakte vanmorgen tijdens een persconferentie bekend dat zijn land aan alle normen voldoet. Het Duitse begrotingstekort bedroeg vorig jaar volgens het Duitse Statistiekbureau 2,7 procent van het bbp. Het tekort zal dit jaar verder dalen tot 2,5 procent.

Alleen de Duitse overheidsschuld was over 1997 met 61,3 procent van het bbp hoger dan in 1996 toen de schulden op 60,4 procent uitkwamen. Waigel zei er echter op te rekenen dat de schuld dit jaar daalt tot 61,25 procent. Het Verdrag van Maastricht vereist dat de schuldenstand zich “in de richting van 60 procent” beweegt en daar voldoet Duitsland aan, aldus Waigel. Hij schreef de schuldenlast van Duitsland toe aan de hoge financiële lasten als gevolg van de Duitse eenwording, die jaarlijks 150 miljard mark kost. De Duitse overheid moest vorig jaar meer schulden maken als gevolg van de stijgende werkloosheid. Waigel onderstreepte dat de opmerkelijke daling van het overheidstekort, dat in 1996 nog ruim 3 procent bedroeg, tot 2,7 procent uitsluitend is toe te schrijven aan structurele bezuinigingen bij de regering, de deelstaten en de gemeenten.

De Nederlandse minister Zalm (Financiën) wilde vanmorgen niet reageren op de EMU-cijfers. “De cijfers moeten eerst nog worden getoetst door de Europese Commissie en het Europees Monetair Instituut. Pas daarna komt de minister met een reactie”, aldus een woordvoerder.