Eigen-aardig

Al vaak werd het hoopvol aangekondigd, en altijd opnieuw ten onrechte. Maar nu, net toen we allemaal even niet opletten, lijkt de Nederlandse film in tijgersluipgang dan toch serieus indruk te maken, binnen- en buitenslands. Want kon twee jaar terug de Academy Award voor Antonia van Marleen Gorris nog berusten op een toevalstreffer, nu tekent zich, broos maar toch duidelijk, een lijn af.

Afgelopen zondag kreeg Left Luggage van Jeroen Krabbé op het filmfestival van Berlijn de prijs voor de beste Europese film. Vorige week werd in Los Angeles bekendgemaakt dat er andermaal een Nederlandse film is genomineerd voor een Oscar, Karakter van Mike van Diem. Twee weken terug ging er op het Filmfestival van Rotterdam voor het eerst in de 27-jarige geschiedenis een prijs naar een Nederlandse productie, De Poolse bruid van Karim Traïdia.

Hoe kan dat? Is dit allemaal nog steeds toeval?

Nederlandse films worden internationaal professioneler gepresenteerd dan voorheen. Alex van Warmerdam heeft in Parijs vaak succes geboekt als theatermaker, dus zend je zijn nieuwe film in voor het Festival van Cannes. Left Luggage maakt, door zijn onderwerp, grotere kans in Berlijn. Karakter is door zijn barokke vader-zoonverhaal interessanter voor de Amerikanen dan de oerhollandse voetbalfilm All Stars, die dan ook schielijk werd teruggetrokken voor de Oscars.

Wat al die titels inhoudelijk bindt, is dat ze staan voor films die nadrukkelijk 'eigen' zijn. Ze komen uit voor hun persoonlijkheid, die Europees is met behoud van eigenaardigheden. Niet nadrukkelijk Nederlands willen de films zijn, er wordt niet teruggeschrokken voor invloeden van over welke grens dan ook, Engels mag best de voertaal zijn. Maar die eigen persoonlijkheid, noem 'm bij gebrek aan beter 'Nederlands', stelt zich zijn eigen wetten en houdt zich daar aan.

De een bekreunt zich meer om de gunst van een groot publiek dan de ander, maar geen van de genoemde films doet een poging om de regulier commerciële, dat wil zeggen de Hollywood-film, met eigen middelen te verslaan. Zelfs Left Luggage niet, ondanks het optreden van filmsterren Isabella Rosselini en Jeroen Krabbé.

Eigen en onconventioneel, met ruimte voor kalmte en vertraging, en met flair om, als dat zo uitkomt, brutaalweg het publiek te confronteren met een surreële toets of een onverwachts absurde toon.

Het aardige is dat die zelfverzekerdheid voor inhoud en filmstijl regel aan het worden is, zich uitstrekt naar de Nederlandse televisie. De serie Oud geld geeft er bijvoorbeeld blijk van.

Oudgediend scenarioschrijver Gerard Soeteman vertelde Het Parool dat hij ook wel eens 'een beetje research' had gedaan naar de dramatische mogelijkheden van een kleine familiebank. Waardeloos vond hij het, want die bankierende mannen waren zo saai dat je weer uitkwam bij hun persoonlijke beslommeringen, en “waarom zou je zo'n omgeving dan kiezen?” Dat hij daar geen raad mee wist en de makers van Oud geld wel (en hoe!) markeert het aantreden van een nieuwe generatie filmmakers. Eindelijk.