Een creatief prinsesje; De dagboeken van Alma Mahler

Alma Mahler-Werfel: Tagebuch-Suiten 1898-1902. S. Fischer, 862 blz. ƒ 102,20 (geb.)

'Ik zou een grootse daad willen verrichten. Zou een echt goede opera willen componeren, wat vrouwen nog nooit gelukt is. Ja, dat zou ik willen.'

Het meisje dat, honderd jaar geleden, deze hartewens in haar dagboek noteerde is niet als componiste de geschiedenis ingegaan. Alma Maria Schindler, zoals de dagboekschrijfster heette, leeft heden voort als componistenvrouw. In 1902 trouwde zij met Gustav Mahler - en hier houden de zojuist verschenen Tagebuch-Suiten op. Niet dat Alma na de bruiloft geen dagboek meer bijhield, maar ze schaamde zich er kennelijk voor en stopte al haar latere bekentenissen in de papiervernietiger.

Haar huwelijkse avonturen, niet alleen met Gustav Mahler maar ook met de architect Martin Gropius en de schrijver Franz Werfel, retoucheerde zij in haar autobiografie Mein Leben: hoewel haar geheugen niet bijster betrouwbaar is gebleken, weten we over de getrouwde Alma toch al behoorlijk veel. Over de nog niet gehuwde Alma daarentegen weten we, behalve een handvol legendes, zo goed als niets.

Aanbidders

De door Antony Beaumont en Susanne Rode-Breymann ongekuist en vrijwel integraal uitgegeven Tagebuch-Suiten (zoals Alma haar schriftjes zelf noemde) brengen daar verandering in. Ze beginnen op 25 januari 1898 en het is een jongedame uit de Weense society met wie we kennismaken. 's Ochtends wandelt Alma over de Ring, de prachtstraat waar men komt om te zien en gezien te worden. 's Middags legt ze beleefdheidsbezoekjes af. En 's avonds praat ze met gasten in het ouderlijk huis. Op de door de tekst heen gestrooide tekeningetjes die Alma van zichzelf maakte oogt ze mooi, trots en koket: lange hals, puntige kin, hoog opgestoken haar bekroond door een wolkige hoed.

Waar zij ook komt, overal heeft ze aanbidders. Heerlijk vindt de jonge schoonheid het om met hun amoureuze gevoelens te spelen, maar zodra ze opdringerig worden poeiert zij hen genadeloos af. Op één man na: de schilder Gustav Klimt. 'Alma, heb je er nog nooit over gedacht om me op te zoeken in mijn atelier, heel alleen?' vraagt hij haar eens brutaal. En zij staart hem aan, sidderend, zoals het dagboek vermeldt.

Ze weet dat hij niet met haar kan trouwen, dat heeft hij haar eerlijk gezegd. Maar Klimt is een zinnelijk dier en bovendien beroemd. Binnen en buiten de Wiener Secession gaat hij door voor een van de leidende Jugendstil-kunstenaars. Dus als hij haar op een dag in het jaar 1899 op haar mond kust, wil zij niets liever dan dóórgaan. Totdat ze, met haar hand op Goethes Faust, de losgeslagen libido's temt door Klimt een spreuk van Mephistopheles naar het hoofd te smijten: 'Tut keinem Dieb / Nur nichts zulieb / Als mit dem Ring am Finger'. Vereenzelvigt ze zich op dat moment met Gretchen, de door Faust in verzoeking gebrachte maagd?

Hoe dan ook, het innerlijke gevecht tussen fatsoen en begeerte maakt Alma creatief. De ster van de Weense bals trekt zich terug - in haar dagboek, dat steeds meer kracht en diepgang krijgt, en in haar muziek. Ze componeert smachtende liederen, met onder andere deze woorden van Heinrich Heine: 'Ich wandle unter Blumen und blühe selber mit / ich wandle wie im Traume und schwanke / bei jedem Schritt. O halt mich fest, Geliebte! / Vor Liebestrunkenheit fall' ich dir sonst / zu Füssen und der Garten ist voller Leut!'

Waterlanders

Tegelijk met Alma's vroege dagboeken verscheen er bij het label CPO een cd met al haar liederen. Het zijn er veertien en dat is niet veel, maar mooi en bijzonder klinken ze wel. De maakster lijkt dat ook zelf te beseffen: 'Genoeg hartstocht erin gestopt', oordeelt ze over Ich wandle unter Blumen, en: 'Het geheel is een chromatische ladder!' Ze neemt les bij Alexander Zemlinsky, de componist die ook de jonge Arnold Schönberg onderricht, en krijgt meteen een donderpreek over zich heen. Zemlinsky zegt haar recht in het gezicht dat ze 'veel talent maar weinig vakmanschap' heeft, hetgeen hij wijt aan haar 'totale gebrek aan ernst'.

Toch lijdt Alma niet onder die woorden. Integendeel, ze ervaart ze 'als een mineraal bad. Prikkelend, verfrissend, een weldaad.' Ach, van haar vroegere leraar, de organist Josef Labor, was ze wel erger gewend. Toen ze hem eens haar liederen voorspeelde kreeg ze als reactie: 'Niet gek... voor een meisje.' Dan voelt ze zich door Zemlinsky heel wat serieuzer genomen. Soms speelt hij iets van haar op de piano, zo teer dat beiden de waterlanders voelen komen. Soms musiceren ze samen, alweer met waterlanders. Soms kijken zij elkaar een fractie te lang in de vochtige ogen. Een nieuwe liefde is geboren - en een nieuw probleem. Anders dan Klimt wil Zemlinsky dolgraag met Alma trouwen, maar dit keer is zij het die de boot afhoudt.

Of liever: ze dobbert stuurloos rond. Nu eens fluistert ze Alexander extatisch toe dat zij, die niks om kinderen geeft, de moeder van zijn dochters en zonen wil worden; dan weer deinst ze terug voor zijn lelijkheid, zijn bohème-bestaan en magere inkomsten. Zemlinsky voelt zich door haar dubbelheid gekwetst en kwetst haar terug door niet of veel te laat bij haar te verschijnen. Alma Schindler die zenuwachtig in de muziekkamer op haar leraar zit te wachten: een vernederende situatie voor een gevierde meid.

Eigenlijk was ze al vanaf haar prilste jeugd een prinsesje. Ze groeide op in een kasteel, omringd door bossen en weiden. Haar liefde voor de natuur deelde ze met haar vader, de landschapsschilder Emil Jakob Schindler. Na zijn dood, in 1892, bewonderde Alma hem meer dan ooit en de mannen naar wie ze als volwassene op zoek ging moesten minstens even begaafd zijn als hij. Haar moeder, lezen we in de dagboeken, stelt zonodig nog hogere eisen. Anna Sofie ziet er nauwlettend op toe dat Alma's waarde op de huwelijksmarkt blijft stijgen en lacht haar dochter vierkant uit wanneer die voorzichtig de naam 'Zemlinsky' laat vallen. Haar mooie, gewilde Alma samen met dat onaanzienlijke joodje? Be-spot-te-lijk!

Het conflict van Alma Schindler met zichzelf is ook een conflict met haar moeder. 'Alleen dit wil ik zeggen,' schrijft de dochter op 3 juni 1900, 'dat (...), als er ooit iets van mij terechtkomt, Mamma mij daarbij niet met één vinger heeft geholpen. In tegendeel - ze heeft hindernissen voor mij opgestapeld waar een redelijk mens geen flauw benul van heeft.' De moeder, gesteund door haar tweede echtgenoot Carl Moll, legt Alma een tijdlang zoiets als huisarrest op: alleen onder begeleiding van een der ouders mag zij de straat nog op. Natuurlijk: een eeuw geleden waren dergelijke acties tot behoud van de reinheid van meisjes nogal gewoon, maar niet voor Alma Schindler.

Moraal

'Vrijheid - dat is het waar ik naar snak', verzucht de 21-jarige in haar Suiten. En: 'Zich onderwerpen - das Weib. Heersen - de man. Ik heb lak aan elke moraal. Moraal bestaat helemaal niet - ze wordt je aangepraat (...).' Geen greintje respect kan ze opbrengen voor deugdzame leeftijdsgenotes, 'want ik weet (...) dat niets dan gebrek aan lef hen ervan weerhoudt de sprong naar hem toe te doen.' Waarbij ze weemoedig terugdenkt aan Klimts uitnodiging om in zijn atelier de liefde met hem te komen bedrijven. Maar de conclusie van haar bespiegeling over het vrijheidsthema is verrassend nuchter: 'Ik hang met 1000 vezels aan het conventionele leven en zal me er nooit van kunnen losrukken.'

Het blijft het oude liedje: alleen een huwelijk zal haar verlossen van haar mamma en Moll, die sinds de geboorte van hun baby geen enkel geduld meer met Alma hebben. Maar met wie moet ze in 's hemelsnaam trouwen? De uitweg uit het dilemma komt voor de lezer als een schok. Van de ene dag op de andere ruilt ze haar warme gevoelens voor Alexander Zemlinsky in tegen nóg wat warmere gevoelens voor een nóg belangrijker persoon uit het Weense muziekleven. Het riekt naar verraad en opportunisme wanneer zij ineens al haar zinnen op Gustav Mahler zet, de directeur van de Hofoper. En voor een nieuwe schok zorgt Alma wanneer ze in haar dagboek ongekend onderdanig stamelt: 'Mijn geliefde meester... Mijn heiland!'

Op 20 juli 1901 komt dan de brief waarin Mahler zijn aanstaande bruid gebiedt het componeren op te geven. 'Mijn hart stond stil...', noteert Alma diezelfde dag. 'Mijn muziek afstaan - weggeven - alles waar ik tot nu toe voor heb geleefd.' Ze huilt een potje maar herstelt zich snel: 'Hoe zou het zijn als ik uit liefde voor hem zou afzien? Van dat wat nu voorbij is!'

Wij weten dat er van de opera die Alma Schindler wou schrijven niets is terechtgekomen. Wij weten dat ze zich, zij het tandenknarsend, aan Mahlers gebod heeft gehouden en dat ze na diens dood in 1911 zelf ook een beetje dood was, op componeergebied althans. De vraag is: moeten we medelijden met haar hebben?

Slachtoffer

Alma Mahler wàs een slachtoffer van haar tijd, een tijd waarin creatieve vrouwen zoveel mogelijk werden ontmoedigd en tegengewerkt. (Gustav Mahler probeerde op het laatst zijn huwelijk nog te redden door Alma te sméken weer eens wat noten op papier te zetten, maar van haar hoefde het al niet meer.) Alma wàs een slachtoffer van haar opvoeding-tot-meisje.

Logisch dus dat dit meisje zich aan Mahler vastklampte om via hem haar eerzucht bevredigd te zien? Logisch - maar niet romantisch. Romantischer zou het geweest zijn als ze gekozen had voor Zemlinsky.

Of, nog mooier: als ze zich aan haar opvoeding had ontworsteld en gepoogd had op eigen benen te staan. Haar gehechtheid aan zekerheid en comfort wekt irritatie - net als haar reeds vroeg tentoongespreide minachting voor niet-geniale, prozaïsche mensen. Wie is er hier nou prozaïsch?!

Bewonderaars, want daarvan heeft Alma er ook sinds haar verscheiden in 1964 nog vele, zeggen dat het haar intuïtie was die haar naar de grote kunstenaars van haar tijd toe dreef. Dat louter en alleen haar gevoel voor innerlijke grootheid de weg naar hen wees. Blijkbaar heeft iedereen, de bewonderaar incluis, behoefte aan romantiek. Wie echter reëel tracht te blijven ziet uit de vroege dagboeken een jonge vrouw naar voren komen die een hoop tegelijk wil: de opwinding van de artistieke avant-garde èn de rust van de gezeten burgerij, de spirituele liefde èn de passie van het vlees, een man om maatjes mee te zijn èn een meneer om naar op te kijken.

Dat zij hier en daar blijkens haar Suiten in de gaten heeft niet al die wensen tegelijk te kunnen waarmaken maar eerder om de beurt - juist dat geeft haar de menselijke proporties terug die haar door de legendes waren ontnomen.