De krant van meneer Appie

Peter Jonkman e.a. (red.): Het lood voorbij. Sijthoff en de Haagsche Courant. Thomas Rap, 191 blz. ƒ 49,50

Dat tot nu toe alleen de geschiedenis van politiek duidelijk gekleurde dagbladen - Het Vrije Volk, De Tijd, De Maasbode, Het Centrum, Het Parool, de Volkskrant, Trouw (althans gedeeltelijk) - in boekvorm is opgetekend, is geen toeval. Deze exponenten van de verzuiling staan voor meer dan louter persgeschiedenis alleen. Langs de rode draad door het verleden van de krant is de ontwikkeling van een denkrichting, een emancipatiebeweging en een maatschappelijke folklore te volgen. Zo'n combinatie spreekt tot de verbeelding; vandaar dat er geld èn auteurs te vinden waren voor de taak deze geschiedenis te schrijven. Nu is er dan eindelijk een doorwrochte kroniek van een dagblad dat (in 1883) niet was opgericht uit politiek of godsdienstig idealisme. In de eerste plaats bestond de Haagsche Courant om de eigenaren, het geslacht Sijthoff, rijk te maken. Dat is uitstekend gelukt, en de familie heeft de samenleving hiervoor willen bedanken door dit boek, geen gelegenheidsgeschriftje, maar een serieus geschiedwerk, mogelijk te maken. Waarom het een bundel moest worden in plaats van een studie van één auteur, is niet duidelijk. Wellicht wilden de initiatiefnemers een maximum aan deskundigheid op de verschillende deelterreinen mobiliseren. In deze opzet zijn ze weliswaar geslaagd, en zonder uitzondering hebben de medewerkers een zeer leesbare, toegankelijke bijdrage geleverd, maar de prijs is een zekere versnippering en overlapping van thema's. Zo worden de wederwaardigheden van de ('foute') krant tijdens de Duitse bezetting op vier ver uiteenliggende plaatsen in het boek aangesneden; als het allemaal bij elkaar had gestaan, was deze episode voor de lezer veel inzichtelijker geweest. Merkwaardig is verder de relatief grote nadruk - een heel hoofdstuk, geschreven door de socioloog (!) Wilbert van Vree, plus de titel van de bundel - op de ontwikkeling van de grafische techniek. Dat is immers de geschiedenis van een bedrijfstak, niet specifiek van één bepaald dagblad. Alle kranten in Nederland zijn inmiddels 'het lood voorbij'. Maar goed, voor de vele Hagenaars die vroeger, toen Sijthoff Pers nog in het hart van de stad was gevestigd, hun neus platdrukten tegen de ruiten waarachter de machtige rotatiepersen draaiden, bestond er maar één drukfabriek, die van de Haagsche Courant.

Het bijzondere van dit dagblad is het enorme succes dat het gedurende enige decennia heeft gekend. Succes in alle opzichten. In zijn glorietijd, van de jaren vijftig tot het einde van de jaren tachtig, klom de oplaag naar de honderdveertigduizend exemplaren per dag. Advertenties werden zo massaal aangeboden dat nummers van 72 pagina's in afleveringen door de brievenbus van de abonnees moesten worden geperst. Die abonnees woonden, heerlijk kostenverlagend, dicht bij elkaar. In sommige wijken van de stad lag vrijwel huis aan huis 's middags de Haagsche Courant op de mat. Het was het enige intens plaatselijke dagblad dat zich tevens de allures van een landelijke krant kon aanmeten, met eigen buitenlandse correspondenten, reisreportages en een grote parlementaire redactie.

Allemansvriendelijkheid

Het geheim van dit succes school in het uitgangspunt van oprichter Albert Sijthoff dat de krant een 'volksblad voor alle standen' moest zijn. In zijn hoofdstuk over de redactie wijst historicus Frank van Vree erop dat de overige in Den Haag verschijnende dagbladen zowel voor als na de oorlog ieder sterk op een bepaalde sociale of godsdienstige groep waren gericht - zoals trouwens in alle grote steden het geval was. Tegenover het deftig-liberale Vaderland stond de socialistische Vooruit (later het Haagsch Dagblad en het Haagse Vrije Volk); tegenover de katholieke Residentiebode (later Het Binnenhof) stond de gereformeerde Nieuwe Haagsche Courant. De Haagsche Courant was er voor iederéén. Uiteraard leidde die allemansvriendelijkheid tot nietszeggende enerzijds-anderzijds-hoofdartikelen, maar om de politieke standpunten werd de Haagsche Courant toch al niet gelezen.

De vraag waarom de krant wèl zo massaal werd gelezen, wordt op twee plaatsen in de bundel beantwoord. Zowel Frank van Vree als NRC Handelsblad-columniste Ileen Montijn, in haar bijdrage over de binding tussen krant en lezers, staat stil bij de enorme nadruk die de HC altijd heeft gelegd op een uitputtende berichtgeving over het wel en wee van de Haagse metropool. Zoals een chef stads- en streekredactie de formule omschreef: 'Als je een succesvolle lokale of regionale krant wilt maken, moet je zorgen dat elke lezer er een keer in heeft gestaan. De lezer wil in zijn bestaan bevestigd worden.' Bevestiging was te vinden in katernen vol stadsnieuws, reportages en populaire rubrieken, zoals 'Blokje rond met de hond', waarin telkens een andere viervoeter uit het asiel werd voorgesteld aan de lezers. Ook in plaatselijke kwesties waakte de redactie ervoor dat er geen tegendraadse of controversiële standpunten in de krant kwamen. Braafheid was troef, en dat paste bij de gezapige, patriarchale sfeer van een familiebedrijf. De laatste twee Sijthoff-telgen die zelf tot begin jaren tachtig de directie voerden, 'meneer Freddy' en 'meneer Appie', waarden voortdurend als bezorgde vaders door het gebouw. Geen detail ontging hun. Graag praatte de directie mee over zulke redactionele zaken als de openingskop en het formaat van de foto op de voorpagina. Maar wanneer de redactie nog laat moest doorwerken omdat er groot nieuws was, verscheen 'meneer Freddy' met zakken vol broodjes op de krant. Als het nodig was, ging Freddy Sijthoff in zijn eigen auto kranten nabezorgen, en als een verslaggever op weg naar een spoedklus zijn jas bleek te hebben vergeten, kreeg hij die van de directeur te leen.

Enkele jaren nadat de laatste Sijthoff zich uit de bedrijfsvoering had teruggetrokken, zette de neergang in, die ook weer op twee plaatsen in het boek wordt beschreven: in de bijdrage van journalist Wim Wennekes over Sijthoff Pers als onderneming en in de Epiloog door Frank van Vree. Beiden komen tot de conclusie dat de nieuwe directie niet slagvaardig genoeg is geweest om tijdig in te spelen op de grote veranderingen in de positie van de regionale dagbladen. Net als in de andere grote steden manifesteerde zich ook in Den Haag de uittocht van de middenklasse naar de overloopgebieden, waar ze de band met de krant verloor. Lagere inkomensgroepen stelden zich tevreden met informatie van de televisie en huis-aan-huis-bladen. De tienduizenden nieuwe bewoners van de oude wijken in de stad, de allochtonen, lazen vrijwel geen Nederlandse kranten.

Fusie

Niet alleen daalde de oplaag van het vlaggenschip, maar andere uitgaven van het concern, het Economisch Dagblad, dagblad Het Binnenhof en het Rotterdams Nieuwsblad, kwamen dusdanig in de problemen dat ze moesten worden opgeheven. Om sterker te staan, zocht Sijthoff Pers een fusiepartner. Dat werd de firma Wegener, die al een keten van regionale dagbladen bezat. In 1994 deden de Sijthoffs hun aandelen over aan Wegener, de gebeurtenis die de aanleiding werd een boek over de geschiedenis van krant en bedrijf te initiëren. Een beetje jammer is dat de directie wier falen tot deze weinig glorieuze ontwikkeling heeft bijgedragen, in de bundel geen gezicht en geen persoonlijkheid krijgt. In de Volkskrant stond enige jaren geleden dat de met stille trom vertrokken directievoorzitter van Sijthoff Pers, mr. J.J. Nouwen, de sleutels van zijn Jaguar bij de portier op de balie placht te smijten, met de dringende aanbeveling erbij: 'Wassen!' Zoiets zou meneer Freddy of meneer Appie nooit doen.