De goden zijn verschrikkelijk

Imme Dros: De macht van de liefde. De mythen van Pygmalion, Narkissos, Tereus, Orfeus en Helena. Met prenten van Harrie Geelen. Querido, xx blz., ƒ 24,90

Liefde. Het klinkt mooi. Roze, lieflijk, wolken en vlinders. Maar over zulke liefde gaat het niet. Het gaat over 'liefde die blind en doof maakt voor regels en rede'. Het gaat over hoe verschrikkelijk de liefde kan zijn, hoe nietsontziend. Over mannen die moorden uit liefde voor een vrouw, over afgrondelijke schaamte, over vrouwen die hun kinderen in de steek laten - of erger - omdat ze gek van begeerte zijn voor een man. Het gaat over liefde waaraan men sterft.

De macht van de liefde heet het boek en het is geschreven door Imme Dros. Maar in zekere zin is het niet geschreven door Imme Dros. Dat wil zeggen: zij schreef het, maar de verhalen zijn de oude, de Griekse mythen van Pygmalion, Narkissos, Tereus, Orfeus en Helena. 'Dit zijn de mythen van Afrodite, godin van de liefde, / die onschuldig glimlacht maar slaapt met de god van de oorlog.' Dat is meteen al een goed beeld, de liefde die slaapt met de oorlog. Ares en Afrodite, dat is een bekend verhaal, maar hoe dol de liefde en de oorlog op elkaar zijn, dat kan nog wel eens onderstreept. En bekende verhalen kunnen eigenlijk niet vaak genoeg opnieuw verteld worden. Deze verhalen zijn de oer-verhalen en Dros maakt in elke geschiedenis onnadrukkelijk duidelijk waarom dat zo is.

Pygmalion houwt een beeld zo mooi als zijn gedroomde geliefde, hij slaapt ermee, hij kijkt ernaar, hij verlangt ernaar - maar stenen vrouwen beantwoorden de liefde niet. En hevige onbeantwoorde liefde, dat kunnen we uit deze mythen leren, is dodelijk. Pygmalion kwijnt weg. Schoonheid alleen is niet genoeg, er moet leven bijkomen, warmte, echtheid. 'Mensen scheppen schoonheid, goden alleen scheppen leven', schrijft Dros. Gelukkig zijn de goden Pygmalion genadig: Zeus blaast het beeld leven in, de schikgodinnen verbinden haar levensdraad aan de zijne.

Er is nog een kunstenaar die zo vriendelijk behandeld wordt. Blijkbaar zijn de goden niet ongevoelig voor de schoonheid die de mensen scheppen. Orfeus krijgt toestemming zijn al gestorven Eurydike mee terug naar boven te nemen, iets wat tegen alle regels en wetten ingaat. Maar Orfeus' muziek is zo mooi dat ook de duistere Haides daar geen weerstand aan kan bieden. Kunst vermurwt. 'Niet je verdriet maar de schoonheid van je verdriet ontroert ons, / niet je verlangen, maar het liedje van je verlangen, / niet je liefde maar de muziek die je liefde verwekte', zegt Haides tegen Orfeus. Zo is het natuurlijk. Niet de aanleiding maar het kunstwerk, daar gaat het om. Mensen kunnen zulke mooie dingen maken dat zelfs de goden ontroerd raken, en zo makkelijk zijn die goden niet te ontroeren. De goden zijn verschrikkelijk, in hun macht, hun schoonheid, hun onsterfelijkheid.

Imme Dros heeft geprobeerd deze verhalen nieuw te maken door ze in nieuwe bewoordingen en in een nieuwe vorm te gieten. Soms zijn die bewoordingen iets tè nieuw. Haides die zegt: 'de eerste wet van Haides luidt: binnen is binnen' klinkt iets te tof. En Hefaistos die, als hij zijn vrouw en Ares in hun omhelzing gevangen heeft, uitroept: 'Kom, ze liggen open en bloot, vandaag is het kijkdag!' lijkt zichzelf ook een tikje te overschreeuwen. Maar de verliefde begeerte van Tereus voor Filomena met wie hij niet mag trouwen, die is weer heel beeldend beschreven. Dat verhaal, van de door menselijke bemoeizucht verkeerd gearrangeerde liefde, een arrangement waar de godin van de liefde zich niet bij neerlegt, is misschien wel het ergste van allemaal. Het laat zien waartoe verliefd verlangen, maar ook waartoe gekwetste, afgewezen liefde in staat is. Tot bijna alles. Tot gruwelijke verminkingen. Tot moord.

Dit in metrisch proza gestelde boek, elke pagina opnieuw prachtig geïllustreerd door Harrie Geelen, vertelt oude waarheden in nieuwe taal. Het houdt de mythen levend die zo rijk zijn en die zo rauw en zo mooi tegelijk praten over de verwoestende gevoelens die in de mensen leven, over de macht en de onmacht van de mensen die hulpeloos zijn overgeleverd aan het lot, maar die in staat zijn schoonheid te scheppen.