'De euro wordt net zo sterk als de mark'

De euro komt er en wel stipt op tijd. Op de Bondsrepubliek Duitsland kan de monetaire unie niet meer stuklopen. Dat blijkt uit de cijfers die minister Theo Waigel (Financiën) vanochtend in Bonn presenteerde.

BONN, 27 FEBR. De sceptici kunnen gerust zijn, nu minister Theo Waigel van Financiën vanmorgen zijn cijfers op tafel heeft gelegd. Het grote kunststuk is deze fraaie cijfers vast te houden. Ook een nieuwe, mogelijk links gerichte regering in Bonn zal - na de verkiezingen in de herfst - niet kunnen ontkomen aan ingrijpende bezuinigingen. Minister Waigel (CSU) is er met kunst- en vliegwerk in geslaagd, Duitsland aan de voorwaarden voor de euro te laten voldoen. Opgetogen zei de bewindsman tijdens een persconferentie in Bonn, dat de Bondsrepubliek een solide basis voor de euro heeft gelegd.

“Ik sleep me van succes naar succes. De euro wordt zo sterk als de D-mark”, benadrukte Waigel. “Het is nog geen tijd om de champagnekurken te laten knallen; zelfs geen glaasje Duitse Sekt”, bekende hij.

Tenslotte staat niet vast welke landen de criteria voor de Europese Economische en Monetaire Unie (EMU) zullen halen. Op 2 mei moeten de regeringsleiders van de Europese Unie beslissen wie mag deelnemen. In Duitsland moeten de Bundesbank (op 26 maart) en het parlement (op 23 en 24 april) nog hun mening geven over deelname aan de euro. Maar “een pint witbier is toegestaan”, liet een tevreden Waigel weten.

Uit de nieuwste economische cijfers over het jaar 1997 - het peiljaar voor de euro - van het Duitse Bureau voor de Statistiek, die vanmorgen bekend werden gemaakt, blijkt dat Duitsland de voorwaarden voor de euro beter vervult dan werd verwacht. Dat geldt althans voor het cruciale cijfer van het begrotingstekort, dat met 2,7 procent lager uitvalt dan de vereiste 3 procent van het Bruto Binnenlands Produkt. Vorig jaar bedroeg de totale nationale produktie ruim 3.600 miljard mark. Waigel verwacht dat het tekort dit jaar verder daalt tot 2,5 procent.

De inflatie was in 1997 met 1,5 procent laag; de lange rente kwam uit op 5,5 procent. Slechts de nationale schuld vertoont een stijgende lijn. Bedroeg die in 1990 (voor de eenwording) nog 40 procent en in 1996 60,4 procent van het Bruto Binnenlands Produkt, in 1997 nam de schuld licht toe tot 61,3 procent. In 1998 zal de schuld weer dalen tot 61,25 procent.

In het Verdrag van Maastricht wordt 60 procent als richtcijfer genoemd; bovendien moet de schuldenlast een 'neergaande' tendens vertonen. Waigel: “Onze schuldenlast beweegt zich in de richting van de 60 procent.”

Overigens is de Duitse staatsschuld nog altijd lager dan die van het 'voorbeeldige' Nederland, dat op 72 procent uit zou komen.

Theo Waigel kan tevreden zijn. Hij plukt de vruchten van aanhoudende noeste bezuinigingsoperaties.

De afgelopen twee jaar verkondigde de bewindsman als een ware missionaris, dat Duitsland perse op 3,0 moest uitkomen om aan de Europese Economische en Monetaire Unie (EMU) te kunnen meedoen. Samen met de Beierse minister-president Edmund Stoiber heeft Waigel in elk geval een 'sense of urgency' in het land weten te scheppen, zodat het iedereen duidelijk werd dat de broekriem moest worden aangehaald.

Nog halverwege vorig jaar leek de reputatie van de minister ernstige schade op te lopen door de operatie-'Rheingold'. Waigels actie om op een ongelukkig moment een deel van de Duitse goudvoorraad te willen verkopen met het doel een aantal fikse belastingtegenvallers weg te werken, leverde hem een lelijke confrontatie op met de Bundesbank. Net als elders zijn ook de Duitse goudvoorraden ondergewaardeerd. Voordat de monetaire unie in 1999 van start gaat, is opwaardering vereist. Maar de onhandige manier waarop Duitsland, dat altijd met een bestraffende vinger naar anderen wijst als zij trucs toepassen, leverde een golf van internationale kritiek op.

Dit heeft Waigel ertoe aangespoord alles in het werk te stellen het hoge financieringstekort (bijna 4 procent in 1996) uitsluitend te verminderen door structurele bezuinigingen toe te passen. Vooral de landelijke overheid, de deelstaten en de gemeentes hebben veren moeten laten. De opbrengsten uit privatiseringen zoals Deutsche Telekom en Lufthansa worden in mindering gebracht van de staatsschuld. De snel oplopende uitgaven voor de werkloosheid leverden evenwel een hogere schuldenlast op dan in 1996. Elke volgende minister van Financiën zal fors moeten blijven bezuinigen om de EMU-cijfers duurzaam te garanderen.