De dominee

Sommige journalisten hadden zich maandagochtend op alles voorbereid. Begint de revolutie in Arnhem?

Bij Akzo Nobel, die zijn jaarwinst bekend maakte, dreigt een cao-conflict. Oudere collega's herinnerden zich de bedrijfsbezetting bij Enka Breda. Dat was 1972. Het kon wel eens een hete bijeenkomst worden. Eentje had arbeideristische kleding aangetrokken, een ander had een witte hard hat (met ABN Amro erop) in zijn tas. Het vuurwerk bleek in Amsterdam te zijn, waar DSM, vroeger nog wel eens versleten voor een fusiepartner van Akzo, zijn bod van 2,9 miljard gulden op Gist-brocades toelichtte.

Behalve een mistbank was er niets ongewoons te zien rond de Akzo-burelen: geen boze werknemers, geen petjes, geen spandoeken, geen delegatie van de Socialistische Partij tegen de zelfverrijking van topmanagers.

Binnen stond bestuursvoorzitter Cees van Lede. “Ik lijk wel een dominee”, zei hij toen hij met een grote map achter de katheder plaats nam. Het ging hem niet slecht af.

In zijn uitleg van de recordwinst prees hij de werknemers bijna de hemel in: aan het begin, halverwege en aan het slot. “Het is gepast om onze medewerkers te danken. Het is hun inzet geweest.”

De bestuurders van het concern gingen zelf ook niet met lege handen naar huis. Onder het motto 'als ik het vertel, is het in elk geval een teken van openheid' rekende Van Lede het journaille voor dat de bestuurders vorig jaar extra optierechten op aandelen Akzo Nobel hadden gekregen. Die waren bij de beurskoers van maandag samen 3,6 miljoen gulden waard. Zes ton per persoon. En nog tegen het lage belastingtarief.