Celstraffen voor Spaanse fraudeurs

MADRID, 27 FEBR. Luis Roldán en Mario Conde, twee van de meest spraakmakende gevallen uit Spanjes recente schandaalkronieken, zijn gisteren veroordeeld wegens fraude en oplichting.

Het nationale gerechtshof in Madrid veroordeelde voormalig directeur-generaal van politie Roldán wegens het verduisteren en ontvangen van steekpenningen tot een gevangenisstraf van 28 jaar. De Hoge Raad sprak een straf van viereneenhalf jaar uit in een van de zaken die loopt tegen Conde, de voormalige topman van de zakenbank Banesto.

Luis Roldán werd veroordeeld wegens het verduisteren van gelden uit de potjes voor geheime politie-operaties en het opstrijken van steekpenningen voor bouwopdrachten, waarmee een totaal bedrag van 1,9 miljard pesetas (tegen de toenmalige koers ruim dertig miljoen gulden) is gemoeid. Voorts heeft Roldán zich volgens de rechtbank schuldig gemaakt aan belastingontduiking, vervalsing en oplichting. De voormalige politietopman, die onder de socialistische regeringen van Felipe González genomineerd stond als minister van Binnenlandse Zaken, maakte geschiedenis door het land op spectaculaire wijze te ontvluchten. Na bijna een jaar te hebben ondergedoken werd Roldán in 1995 gearresteerd in Laos.

Mario Conde werd eind 1993 op last van de Centrale Bank uit zijn toppositie bij Banesto verwijderd, nadat bleek dat de bank zich in een technisch bankroet bevond. De ex-bankier zou miljarden pesetas van Banesto op zijn privérekeningen hebben doorgesluisd. De hoofdmoot van de zaak tegen Conde wordt thans behandeld door de rechtbank. Tegen hem is een gevangenisstraf van 35 jaar geëist.

De uitspraak van gisteren betrof een beroep in cassatie in een van de kleinere fraudes waaraan de financier zich schuldig heeft gemaakt. Daarbij ging het om 600 miljoen pesetas (circa 10 miljoen gulden). Eerder werd hij hiervoor veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf. Afgezien van zijn gevangenisstraf moet Conde het verduisterde bedrag terugbetalen.

Zowel de kwestie Roldán als de zaak Conde gelden als affaires die in 1995 de val teweegbrachten van het socialistische kabinet González. Het geval van Luis Roldán wordt gezien als een exemplarische corruptie-affaire van de socialistische beleidsmakers. De self-made financier Mario Conde was in de jaren tachtig het idool van de Spaanse jeugd en koesterde politieke ambities.

Na zijn val trachtte Conde zijn straf te ontlopen door geheime documenten in omloop te brengen die de regering-González in grote problemen brachten. Het ging onder meer om dossiers waaruit een grote regeringsbetrokkenheid bleek bij de doodseskaders die inde jaren tachtig werden ingezet tegen de Baskische afscheidingsbeweging ETA. Na een kort voorarrest kwam Conde op vrije voeten op een borg van twee miljard pesetas.