Boven- en onderbijters

Dubbeldekkers, buitenboordmotoren en tramrails. Je snapt het al, het gaat over scheve tanden en beugels. Op naar de orthodontist. Dat is een tandarts die geen gaatjes vult, maar die probeert om je een tanden en kiezen mooi op een rij te zetten. Hoe krijgt een orthodontist het voor elkaar om je tanden en kiezen te verdraaien en verplaatsen?

Tanden en kiezen passen met lange puntige uitlopers (de wortels) precies in gaten in je onder- en bovenkaak. In die botgaten zitten ze vast met vezeltjes en een soort cement. Het bot waar je kaken van zijn gemaakt is grappig spul. Als je een geraamte ziet, is het bot zo dood als een pier. Maar in levende mensen leven twee soorten lichaamscellen. Er zijn cellen die bot afbreken en er zijn er die bot maken. Cellen die bot bouwen heten osteoblasten. Cellen die bot slopen zijn osteoclasten. Als je groeit wordt er meer bot gemaakt dan weggehaald. Als je uitgegroeid bent en je bent gezond, dan wordt er evenveel bot gevormd als vernietigd. De osteoblasten en de osteoclasten werken dan even hard. Ze zijn in evenwicht. Bij oude mensen verdwijnt meestal bot. Hun botten worden broos.

Wat gebeurt er als de orthodontist aan één kant tegen een kies duwt? De wortel drukt dan tegen het bot. De osteoblasten hebben geen ruimte om nieuwe cellen te maken. Maar de osteoclasten die bot weghalen doen hun best om de druk te verminderen. Als de botafbrekende cellen ruimte hebben gemaakt, schuift de kies een eindje op. Aan de andere kant bouwen de osteoblasten snel wat bot in de ruimte die daar is gekomen. Zo schuift de kies langzaam in de kaak. Omdat de tanden en kiezen binnen in de kaak ook nog met een soort draadjes aan elkaar zitten, schuiven ze allemaal een beetje mee als er één wordt weggeduwd.

De orthodontist kan niet steeds zelf tegen de tanden en kiezen van zijn patiënten duwen. Daarom maakt de orthodontist apparaatjes die het werk doen. Dat zijn de beugels. Die zien er niet allemaal hetzelfde uit en ze doen niet allemaal hetzelfde werk.

De buitenboordmotor en het petje zijn beugels die helemaal om je hoofd heen zitten. Ze trekken de kiezen in je bovenkaak naar achteren. Die buitenbeugels heb je vooral nodig als je bovenkaak te groot wordt, of als al je tanden te ver voorin je kaak staan en naar voren gaan groeien.

Als je bovenkaak te lang wordt, heet je een bovenbijter. Je boventanden zitten dan te ver voor je ondertanden als je je mond dicht hebt. In een gewoon gebit zitten de boventanden een klein stukje voor de ondertanden. Je kunt ook onderbijter zijn. Dan zitten je ondertanden voor je boventanden als je je mond dicht hebt. Je onderkaak is dan te lang. Als dat zo is krijg je geen buitenboordmotor maar een dubbeldekker. Dat is een losse beugel in je mond die de groei van je onderkaak een beetje remt en de groei van de bovenkaak juist een beetje stimuleert. Dat is vaak net genoeg om van een onderbijter weer een bovenbijter te maken.

Vaak krijg je meer beugels. En soms trekt de orthodontist twee of vier tanden, omdat je kaken niet meer genoeg zullen groeien om alle tanden en kiezen er recht in te laten staan. Bijna iedereen die een beugel krijgt, krijgt ook tramrails. De steuntjes voor de tramrails (de slotjes) plakt de orthodontist op je boven- en ondertanden. Langs je boventanden rijgt hij de ene rails door de slotjes, over je ondertanden de andere. Door de rails te buigen en door de slotjes te schuiven kan de orthodontist scheve tanden recht laten groeien.

Een beugel doet niet zeer, behalve soms de paar dagen nadat de orthodontist de draadjes heeft veranderd. Wel moet je vaak je tanden schoonmaken, want er blijft altijd rommel tussen de draadjes en de slotjes zitten. En als je een hap uit een hele appel neemt kunnen je slotjes loslaten.

Tanden en kiezen schuiven en draaien ongeveer 1 millimeter per maand. Het dichten van een fietsenrek tussen je voortanden duurt dus al gauw een paar maanden. Maar omdat niet alle tanden en kiezen tegelijkertijd de goede kant op kunnen schuiven, moet je vaak wel anderhalf of twee jaar beugels dragen om rechte tanden te krijgen. Iedere maand moet je terugkomen, dan kijkt de orthodontist hoe de tanden staan en stelt hij de draadjes weer bij.

Als je tanden eindelijk recht staan knipt de orthodontist de rails kapot en knijpt met een tangetjes de slotjes van je tanden. Het restje lijm polijst hij weg. Soms laat de orthodontist je nog een tijd een klein beugeltje dragen. Vaak schuiven een paar tanden weer een beetje terug. Maar je tanden komen nooit meer zo scheef te staan als eerst.