Bloedstollende drama's

De laatste cijfers zijn binnen. De Zuid-Koreanen, Turken, Venezolanen en Egyptenaren hebben de afgelopen week het definitieve duwtje gegeven: de Titanic heeft in de wereldbioscoop Jurassic Park verslagen. De scheepsramp heeft in drie maanden 919 miljoen dollar opgebracht; het prehistorisch natuurpark van Steven Spielberg uit 1993 is bij 914 miljoen blijven steken.

Zo'n bericht maakt de indruk dat er iets onthullends over de toestand in de wereld valt af te leiden. Er is iets bijzonders aan de hand als in Seoel, Ankara, Caracas en Kairo vrijwel tegelijkertijd de rijen voor de bioscopen langer en langer worden, als overal steeds meer mensen een film willen zien over een groot schip dat 86 jaar geleden in de golven is verdwenen. Iedereen weet dus hoe het drama afloopt en dat het scheepsorkest blijft spelen, iets nieuws leer je er niet van, het blijft van begin tot eind een oude ramp, en toch: de hele wereld wil het nog eens zien, tot de laatste luchtbel.

Jurassic Park bestaat uit een gelegenheidsverhaaltje met helden en boeven, dat gebruikt wordt om met behulp van de computer voorwereldlijke dieren tot leven te wekken. Het verhaaltje is waard om meteen te worden vergeten. Maar iemand die van kindsbeen af heeft willen weten hoe de wereld eruit zag voor de mens verscheen, en zich altijd tevreden had moeten stellen met tekeningen en opgezette reconstructies van geraamtes bekijkt de film als een lang ontbeerde openbaring. Grazende brontosaurussen in een nevelige vallei, de bloedstollende verschijning van de tyrannosaurus rex: je had je er altijd wel het een en ander bij voorgesteld, maar niet dat het zo mooi zou zijn, en daarbij zo overtuigend. Onvergetelijk dus. Het is jammer dat Jac.P. Thijsse zoiets nooit heeft kunnen zien. Jurassic Park is een leerzame en optimistische film.

De leerzaamheid van Titanic bestaat voornamelijk hierin dat proefondervindelijk op megaschaal het gevaar van ijsbergen is aangetoond, en ook verder loopt alles mis. Optimistisch valt dat niet te noemen. Hoe komt het dan dat de wereld te hoop loopt, zowel voor de saurussen als het zeekasteel? Omdat beide gegevens gigantische spektakels veroorzaken, omdat die met het verbeeldingsgereedschap van de computer tot een hoge graad van werkelijkheid het publiek kunnen worden voorgetoverd, en omdat het publiek dat deze betrekkelijke eenvoud begrijpt, steeds groter wordt. De taal die dit soort spektakelfilms spreekt, wordt internationaler. En daarbij kun je je als filmmaker dan beter toeleggen op een spektakel van een legendarische ramp of grootschalig vechten dan op de flora en fauna van de prehistorie, tenzij je daarin ook zo'n 'conflictsituatie' weet onder te brengen.

Wat dus na Titanic? De uitbarsting van de Krakatau? Te lang geleden misschien. Pompeï is al eens behandeld maar verdient een herhaling. De Zondvloed heeft op het eerste gezicht een te groot bestanddeel aan leerzaamheid (de dieren die zich inschepen) en teveel een specifiek christelijke inslag om het tot een internationaal succes te brengen. Welke ramp wilt u het liefst in de bioscoop zien? Die met de Hindenburg beantwoordt aan veel eisen: een zeppelin, groot van omvang, adembenemende aanblik in het hemelruim, aan boord tonelen van grote luxe, een verhaal tussen grenzeloos zelfvertrouwen en de langzame ondergang in de vuurzee, het ineenzakken van het metalen geraamte, en een aantal opvarenden dat het er op sensationele manier levend van afbrengt. En dan is er natuurlijk het radioverslag, van de man die, aangegrepen door de tragedie, het beheer over zijn woorden verliest en begint te snikken. Hij is goed beschouwd de éénmans-voorhoede van de miljoenen die straks misschien naar de film zullen gaan kijken. Want zo willen we het: zo echt mogelijk.

Het afgelopen weekeind werd op een snelweg in Californië een dronken chauffeur door de politie achtervolgd. De prooi voerde zijn snelheid op, de politie gaf geen krimp. De achtervolgde raakte een andere auto, stopte, maakte zich van de volgende auto meester, rukte de bestuurder eruit. Die zat vast aan zijn veiligheidsriem, werd nog een tiental meters over straat gesleurd. Nog altijd had hij een voorsprong op de politie. Niets bleef ongefilmd, de televisie in een helikopter registreerde alles, zoals bij O.J. Simpson op de vlucht in zijn Ford Bronco. De als een razende rijdende man naderde een kruispunt, en daar gebeurde het: een verschrikkelijke aanrijding met twee andere auto's. De televisieverslaggever klonk als die van de Hindenburg: 'Oh no! Oh my god! No!' Dat was echt: bloedstollend. Maar één gebrek. Iedereen heeft het er levend vanaf gebracht (zeg ik er ter geruststelling bij). Voor de rest was het helemaal film.