Banenpoolers krijgen meer loon

AMERSFOORT, 27 FEBR. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de vakbonden hebben afgelopen nacht in Amersfoort een akkoord bereikt over de lonen van banenpoolers. Als de achterban van beide partijen met de overeenkomst instemt, wordt het inkomen van banenpoolers elk jaar hoger.

Na tien jaar krijgen ze 120 procent van het minimumloon, ofwel het wettelijke maximum, bevestigde een woordvoerder van de VNG vanochtend. Het principe-akkoord over de nieuwe CAO treedt met terugwerkende kracht in werking. Banenpoolers met ervaring krijgen nu al meer betaald dan niet geroutineerde collega's, maar in de huidige regeling krijgen ze ten hoogste 110 procent van het minimumloon. Onder banenpoolers bestaat veel ongenoegen over hun honorering. Ze blijken in de praktijk moeilijk aan ander werk te kunnen komen, waardoor ze in het oude loonregime altijd op het minimum bleven.

Banenpoolers zijn mensen ouder dan 35 jaar, die langer dan drie jaar in de bijstand hebben gezeten. Hun baan wordt gesubsidieerd. Volgens de VNG-woordvoerder streven de VNG en de vakbonden naar een pensioenvoorziening, die per 1 januari van het volgende jaar moet ingaan. “Er zijn tienduizend verschillende voorzieningen mogelijk, we gaan samen zoeken naar de best passende”, legt hij uit. Het is de bedoeling dat banenpoolers een pensioen opbouwen, zonder dat zij zelf premies afdragen.

De banenpoolers krijgen voortaan bovendien een toeslag voor onregelmatig werk, 's avonds of in het weekeinde. Hoe hoog de toeslag is, hangt af van het tijdstip dan ze werken.

De woordvoerder van de VNG noemt het “een pluspunt” dat de vergoeding voor onregelmatig werk bestaat uit geld. “De onderhandelaars hadden ook kunnen kiezen voor extra vrije tijd. Daarmee waren de banenpoolers slechter af geweest, de gemeenten in een aantal gevallen óók.”

De gemeente Leiden sloot gisteren een lokale CAO af met de vakbonden over de banenpoolers. In Leiden zijn de banenpoolers financieel beter af dan collega's elders in het land, omdat ze al in zes jaar aan 120 procent van het minimumloon kunnen komen. De directe stijging van het loon kan in Leiden - afhankelijk van de functie en de ervaring van de betrokkene - oplopen tot een bedrag van 450 gulden bruto per maand, zo meldt wethouder J. Laurier (GroenLinks) van de gemeente.

Leiden wil zijn regeling handhaven, ook nu er een landelijke CAO komt, zegt Laurier. Zijn stad houdt vast aan een zogenoemd functieloon, waarmee de VNG niet akkoord gaat. De VNG, de vakbonden en de gemeente Leiden gaan de twee CAO's binnenkort met elkaar vergelijken.