Autodiefstalpreventie

De eerste automobilist van Nederland, de Haagse hoffotograaf Adolphe Zimmermans was een nauwgezet en zorgzaam man. Als hij uit rijden ging liep hij eerst alles na en bij elk ritje gingen twee reserve-accu's mee. Niet te voorkomen was dat de - massieve - banden van zijn Benz rekten en af en toe van de velg afliepen.

In dat geval moest hij nieuwe bestellen en daar ging even overheen. Eén keer heeft hij zijn gestrande auto twee weken noodgedwongen moeten stallen op het buiten van mr. V., ergens tussen Voorschoten en Leiden uit angst dat hij zou worden gestolen. Dat was precies een eeuw geleden.

Angst voor autodiefstal is er klaarblijkelijk al sinds hier auto's rond rijden. Uit de slachtoffer-enquête van het CBS blijkt dat er in 1995 zo'n 1,2 miljoen delicten in verband met auto's zijn gepleegd. Uitgaande van de bevolking van 18 jaar en ouder betekent dit één misdrijf op tien personen. Met een autopark van 5,6 miljoen stuks is dan ook jaarlijks gemiddeld ruim één op de vijf auto's slachtoffer van diefstal of vandalisme. Werd in 1980 nog aangifte gedaan van 13.000 autodiefstallen, in 1995 was dat opgelopen tot ruim 35.000.

Daar valt door preventie iets aan te doen. Van een gegraveerd kenteken in de ruiten houden dieven bijvoorbeeld niet. Dat is lastig als de auto een buitenlandse bestemming heeft. Er zijn ook vervaarlijke alarmsystemen op de markt, die de dief door een sticker op de ramen op afstand moeten houden. Het loeien begint al wanneer de auto lichtelijk nog maar lichtelijk wordt beroerd. Rode knipperlichtjes in het interieur waarschuwen ervoor dat de zaak op scherp staat. Suggereren dat een dergelijk systeem is aangebracht kan ook en is een stuk goedkoper. Een Brits bedrijf levert een alternatief voor de sigarettenaansteker. Het is een simpel zwart cylindertje met aan de bovenkant een rood lampje ter grootte van een speldeknop, dat gemeen fel knippert. Het kost nog geen vier gulden.

Minder sophistecated is de fel gele koevoet die aan het stuur en een pedaal wordt bevestigd. Montage en demontage is een vervelende klus bij aankomst en vertrek, maar de dief weet dat ie een flinke ijzerzaag moet meenemen om er met de auto vandoor te gaan. Tegenwoordig is een aantal auto's ook met een pincode uitgevoerd, die eerst moet worden ingetikt vooraleer de motor kan worden gestart.

Het bedrijf Car Innovations heeft een nieuw systeem ontwikkeld, dat op nog geen enkele auto is aangebracht, maar wel belangstelling geniet van een aantal fabrikanten. Het bestaat uit een cartridge, een doosje of behuizing op het dashboard waar de automobilist een chipkaart in moet steken. De magnetische code van de kaart bevat informatie die door de cartridge wordt uitgelezen. Klopt de kaart niet, dan lukt het niet de auto aan de praat te krijgen.

Geeft de kaart wel de informatie, die het uitleesapparaat wenst, dan verschijnt na het starten in het derde remlicht op de achterruit het kenteken van de auto. Alleen bij het remmen wordt het hele licht fel rood en verdwijnt de letter- en cijfercombinatie even uit zicht. “Een dief die eerst de kaart heeft gestolen, daarna de auto en die even wil omkatten en van andere kentekenplaten voorzien heeft een ernstig probleem, want iedereen kan zien dat het nummer in het remlicht dan niet meer correspondeert met dat van de kentekenplaat,” zegt directeur F.G.M. Bol van Car Innovations in Bleiswijk.

Het derde remlicht verraadt echter meer. “Als iemand met een valse chipkaart gaat zitten rommelen in de cartridge gaat in het derde remlicht het woord 'stolen' branden. In dat geval kan iedereen zien wat er aan de hand is en de politie bellen,” aldus Bol.

Volgens hem is het een waterdicht systeem, dat straks zou moeten worden ingevoerd als een derde remlicht - dat tot voor enige tijd verboden was - verplicht wordt. Een slimme dief die de auto onopgemerkt meent te kunnen meenemen door dat achterlicht te verwijderen komt bedrogen uit, omdat in dat geval het circuit onderbroken is en de auto dus niet kan worden gestart.

Het systeem met een pincode daarentegen heeft een aantal nadelen. Bejaarde chauffeurs zijn doorgaans niet al te sterk in het onthouden van pincodes en voor hun is dat dus geen prettig systeem. Een ander nadeel is dat wanneer voor een stoplicht de motor afslaat, de chauffeur eerst weer zijn pincode moet intoetsen vooraleer opnieuw kan worden gestart. “Bovendien is een groot deel van het huidige wagenpark eigendom van lease-bedrijven, die zo'n auto aan Jan en Alleman meegeven. Die pincodes zijn dus ook bij veel te veel mensen bekend,” zegt Bol. “De chip kan onmogelijk worden gekraakt.”

Het systeem van Car Innovation kan worden ingebouwd in bestaande auto's, maar is een stuk goedkoper als de fabriek bij de bouw van een auto het meteen plaatst. In dat geval kan de noodzakelijke bedrading direct worden getrokken. De kosten blijven dan beperkt tot 350 à 500 gulden. Het duurst is het derde remlicht, dat door een student van de Technische Universiteit in Delft werd ontwikkeld en uit 184 onderdelen bestaan.

Vraag is wie de magneetkaart moet activeren. “Het ligt voor de hand dat de fabrikant of de dealer dat doet. Maar ik denk dat het nog beter zou zijn als de verzekering daar een rol in zou spelen. Die heeft er ook een direct belang bij. Dat ligt juridisch misschien een beetje moeilijk, maar het is denkbaar dat je het systeem ook koppelt aan het al dan niet verzekerd zijn. Met andere woorden: wie niet verzekerd is krijgt zijn auto niet meer aan de praat. Het systeem zou dus ook voor allerlei andere doelen kunnen worden gebruikt.”