Architectuur als levenshouding; Vierde roman van Rascha Peper

Rascha Peper: Een Spaans hondje. L.J. Veen, 304 blz. ƒ 34,90

Er zijn schrijvers die hun personages liefst typeren langs de omweg van de huizen waar die personages wonen, binnen- en buitenwerk, alsof het juist de dode vormen zijn die mensen leven geven. Bordewijk was er zo een, met zijn groteske villa's, haveloze blokkenwijken, smeedijzeren poorten en havens vol zwart water. Hoor de kolossale huisbaas Dreverhaven bulderen in het doorregende perceel waaruit hij eerst de huurders en toen ook de vloeren heeft geslagen, in Karakter, en je weet voldoende. Dat naargeestig spookpand, hol en woest, dat is hijzelf.

Op een wat minder onhergbergzame manier behoort ook Rascha Peper tot dit slag van literaire architecten. Waar haar personages zijn, zijn huizen. In Russisch blauw logeert een jong historicus een poosje in een villa met parktuin die zijn fantasie op hol brengt. In Rico's vleugels richt een ouder echtpaar op een eenzaam eiland in de Filippijnen heel het huis in uitgaande van hun kostbare collectie schelpen. In een kort verhaal uit Oefeningen in manhaftigheid gaat de directeur van een sanatorium des nachts de gangen door om zijn patiënten te bedwelmen en te beslapen. Noem een personage, lijkt het wel, en Peper weet er een gebouw bij. Of misschien wel andersom.

In haar nieuwste, vierde roman, voorzien van de dulle titel Een Spaans hondje, trekt ze de lijn door. Hier is de bouwkunst niet meer zomaar een motief, het is het hart van de geschiedenis, want de drie broers Clarijs waar het verhaal om draait zijn er vanaf de wieg mee opgegroeid. Ze zijn de zoons van een beroemde architect en dragen daar de sporen van. De jongste is zijn eigen weg gegaan als docent wiskunde aan een universiteit, maar de twee oudsten leiden samen een bedrijfje, SandArt, dat zich bezig houdt met een tijdelijke versie van hun vaders werk. Ze bouwen 'zandsculpturen', om de officiële naam te geven. Zandkastelen, anders gezegd.

Bestaat zoiets? Als onderneming? Het klinkt niet aannemelijk, maar Peper brengt je aan het twijfelen. De foto op het omslag van het boek toont een reusachtig zandkasteel en is afkomstig, zegt het binnenwerk, van een 'Stichting Zandsculpturen Pieter Wiersma'. Die bestaat dus blijkbaar al, dus waarom zou er dan niet een bedrijfje kunnen zijn? SandArt werkt voor festivals en beurzen, leer je gaandeweg, en bouwt bijvoorbeeld een enorme 'zandbank' langs een snelweg voor het jubileum van een meubelfabrikant. Ook zijn er cursussen, zowel voor particulieren als professionals, en hoe nauwkeuriger het allemaal wordt ingevuld, hoe vanzelfsprekender het klinkt. Een zandreliëf van Eva en de appel voor hotel De Appelboompjes, waarom niet?

Dat is hoe Pepers proza werkt. Ze geeft het onwaarschijnlijke een alledaagse motivering mee in alledaagse taal. Haar toon is onverstoorbaar realistisch, nooit geweldig snedig of spectaculair maar heel verzorgd en vol aansprekende details, waardoor de buitenissige motieven die ze aanroert altijd binnen de perken van de brave werkelijkheid blijven. Ze schrijft zich niet uit het gewone leven weg, anders gezegd, ze haalt daarin juist binnen wat je er niet zou verwachten. Niets bij haar zo alledaags als het onalledaagse.

Dat leidt in Een Spaans hondje tot een paar terzijdes die misschien wel nergens mee te maken hebben en toch beeldend werken. Op een dag blijft aan de westelijke hemel een 'wonderlijk licht' staan, alsof de zon maar niet wil ondergaan. Of is het soms geen zon, is het iets anders? Op een nacht schrijdt over straat een man, of vrouw, in een 'metalig glanzend, nauw sluitend duikerspak', op plateauzolen van zeker twintig centimeter. Een levend kunstwerk, vast en zeker. Maakt een ommetje onder het maanlicht. Of toch niet, is het iets anders?

Met dit soort onzekerheden kampt ook de oudste van de broers Clarijs, die zeer gevoelig blijkt te zijn voor indrukken, om met Bordewijk te spreken, uit de 'ijle streken waar de geest niet meer leven kan, de rede veelmin'. Om redenen die niemand kent is hij ooit in de war geraakt en opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis. Hij functioneert nu weer, maar net waar de roman begint krijgt hij iets van zijn oude onrust terug. Hij ziet zijn overleden moeder levend naast zich zitten. Hij ziet het kind dat hij geweest is naar hem opkijken. Hij ziet zichzelf de aarde ingezogen worden.

Het zijn die onzienlijke ervaringen, als je ze zo kunt noemen, die je naar de kern van de roman dirigeren. Terwijl je in het eerste deel (uit twee) een beeld krijgt van het alledaagse leven van de broers, hun vrouwen en hun kinderen, zie je de oudste van de drie uit het gareel vallen en opgaan in zijn eigen onalledaagsheid, tot hij plotseling zelfs helemaal verdwenen blijkt. Spoorloos, als het ware zelf ineens onzienlijk, en de vraag is waar hij zijn heil gezocht kan hebben.

In architectuur, zo blijkt.

Hoe het afloopt, in deel twee, moet in het midden blijven, Peper heeft fikse plots in petto, maar al in het eerste deel zijn er hints waar ze op aanstuurt. Ze laat Clarijs terugdenken aan zijn oude liefde voor follies, bouwsels die uitsluitend voor de sier zijn neergezet en verder doelloos blijven. Tuinhuizen bijvoorbeeld, hermitages, vaak al in ruïnevorm. Ze geeft hem bovendien een krantenstuk in handen over een Spanjaard die op eigen houtje bezig is een kathedraal te metselen uit materialen van de vuilstort, zonder bouwvergunning maar geleid door zijn geloof in de Heilige Maagd, die hem verschenen is.

Daarmee toont Een Spaans hondje al met al vier soorten architectuur, die ieder voor een eigen levenshouding staan. Eerst zijn er de gebouwen van vader Clarijs, bestemd voor een maatschappelijk nut van lange duur. Dan zijn er de zandkastelen van de zoons, die ook een nut beogen, maar van korte duur, voornamelijk als grap in dienst van de commercie. En dan zijn er nog twee bouwvormen die ieder praktisch nut verwerpen, de een om er een beeld van schoonheid en geschiedenis voor in de plaats te stellen en de ander om er een nog verder liggend visioen mee op te roepen. Alles naar keuze.

Peper toont zich niet dogmatisch. Wat het boek ten slotte aanprijst is iets tussen kathedraal en folly in. Het gaat er haar niet om ons te bekeren tot de Moedermaagd of tot een tuinhuisje, het gaat erom een toevlucht uit het hier en nu van het bestaan te vinden. We zitten in het alledaagse vast, geen redden aan, maar we verlangen blijvend naar iets wat daarbuiten ligt. Dat is waarom we een duikerpak aantrekken en een levend kunstwerk worden of ineens heel zeker weten dat ons moeder uit het graf herrezen naast ons zit. We zoeken naar het vroegere, het latere, het andere, het eeuwige, en dat is waar de nutteloze bouwkunst ons bij helpt. Ze bouwt een huis van de verbeelding. Voor de goede verstaander geeft de schrijfster daarmee meteen een beknopte poëtica - want wat is een roman tenslotte anders dan een huis van de verbeelding. Peper schrijft literatuur als vlucht uit het bestaan. Haar boeken zijn wat je noemt prettig. Ze zijn haardvuurwarm, omarmend, een papieren feelgood movie, en voor wie dat wil valt daarop wel wat aan te merken. Ze zijn nooit echt groots, het hakt er nooit echt in, en het wordt af en toe wel wat wijdlopig, met die realistische beschrijvingen. Uit Een Spaans hondje zou zonder moeite een bladzijde of veertig weg te snijden zijn. Maar kun je daar mee leven, dan krijg je een origineel bedacht en helder opgebouwd en toegewijd geschreven boek. Een stevig huis met ruime kamers.

Uit: Rascha Peper, Een Spaans hondje

De tijd dat Victor zich met follies bezig gehouden had, was de gelukkigste in zijn leven geweest. (-) Wat ze gemeen hadden, die kleine en grote bouwwerken, was hun status van onbelangrijkheid. De folly werd niet serieus genomen in de bouwkunst, en dat maakte er nu juist de charme van uit. De folly als studieobject was een verademing in de wereld van bestekken en begrotingen, de wereld van grote namen en veelbelovend talent. De follies waren het domein van gekken, wereldvreemden en fantasten. Zijn interesse ervoor mocht dan een vlucht geweest zijn, een vlucht uit de wereld van zijn vader, daar hoefde je geen psycholoog voor te zijn, maar dat nam niet weg dat hij oprecht gehouden had van die illusies in hout, natuursteen of sintels.