ABN Amro geeft gas in buitenland

ABN Amro netwerkt steeds meer in het buitenland. Nederland blijft de basis maar de kansen en de stroppen liggen elders: in Indonesië, in Frankrijk en op de internationale financiële markten. Sussend op overnamepad. “We hebben een bod gedaan, zoals we in de rest van de wereld zo vaak doen.”

AMSTERDAM, 27 FEBR. De tijd dat ABN Amro het meeste geld in Nederland verdiende, is definitief voorbij. Over de grens heeft de bank die zich graag aanprijst als 'The Network Bank' vorig jaar een bedrijfsresultaat van 2,68 miljard gulden behaald, ruim de helft meer dan in 1996. De Nederlandse activiteiten brachten 2,14 miljard gulden op, een stijging van 31 procent.

ABN Amro heeft flink gas gegeven in het buitenland: in 1996 werden de Nederlandse activiteiten voor het eerst ingehaald door het 'buitenland' wat betreft winstgevendheid maar toen was het verschil in resultaat slechts 100 miljoen gulden. Met name acquisities hebben vorig jaar hun steentje bijgedragen in het buitenland. Terwijl in Nederland de zakenbank MeesPierson van de hand werd gedaan, nam ABN Amro eind 1996 onder meer de Amerikaanse spaarbank Standard Federal over die vorig jaar volledig aan het resultaat bijdroeg. Samen met andere aankopen als de Hongaarse Magyar Hitel Bank zorgde de Amerikaanse acquisitie voor een extra resultaat van 484 miljoen gulden, meer dan de helft van de winstgroei in het buitenland.

Tel daarbij de gunstige invloed van een sterke dollar en een sterk pond (262 miljoen) en de vrijval van een overbodige voorziening in Brazilië (150 miljoen gulden) en het tempoverschil met Nederland is grotendeels verklaard.

Op het eerste gezicht hebben de bestaande activiteiten in het buitenland slechts een winstgroei van 56 miljoen geboekt. Die groei werd echter weer beperkt door een andere eenmalige gebeurtenis: een deel van de voorziening voor de Aziatische crisis (250 miljoen) is van dit resultaat afgehaald.

De expansie in het buitenland en een krediethausse zorgt ervoor dat de balans van ABN Amro historische afmetingen krijgt: bijna 40 procent groei naar 836 miljard gulden. Dat is meer dan wat de totale Nederlandse bevolking jaarlijks aan diensten en producten voortbrengt.

Vooral de kredietverlening geeft een spectaculaire stijging te zien, met bijna 36 procent tot 428 miljard gulden. De balansgroei gaat gepaard met een dalend rendement op het eigen vermogen: 15,7 procent tegen 16,4 procent in 1996.

Bestuursvoorzitter mr. J. Kalff had gisteren bij de toelichting op de jaarcijfers alle vertrouwen dat de schade in Azië verder beperkt kan blijven. De totale voorziening (ruim 500 miljoen) is 'voorzichtigheidshalve' getroffen en moet ruim voldoende zijn om de problemen op te lossen. “In Zuid-Korea, Maleisië en Thailand hebben we vooral aan banken, overheden of aan stabiele concerns krediet verleend. Problemen verwachten we alleen in het Indonesische bedrijfsleven waar we in totaal 1,7 miljard gulden hebben uitstaan”, zei Kalff gisteren in Amsterdam.

Ondanks de sussende woorden van de voorzitter kwam de omvang van de voorziening voor velen als verrassing. Enkele weken geleden nog stelde Kalff dat 'een forse voorziening' met het oog op de misère in Azië zeker niet nodig was. Gisteren probeerde hij duidelijk te maken dat 500 miljoen voor een bank als ABN Amro geen fors bedrag is. Op beleggers maakte het weinig indruk. De beurskoers verloor terrein. Het aandeel sloot gisteren een gulden lager op 45,60 gulden, een verlies dat vandaag rond het middaguur nog niet helemaal was goedgemaakt.

In vergelijking met ABN Amro's Duitse evenknie Deutsche Bank heeft Kalff wel gelijk over de grootte van de voorziening: deze instelling maakte eerder deze maand bekend dat zij ruim 1,5 miljard gulden apart heeft moeten leggen voor Oosterse tegenvallers. Azië brengt niet alleen slecht nieuws. “De lokale bevolking heeft weinig vertrouwen in de nationale banken, waardoor wij een enorme toeloop hebben en het operationeel uitstekend hebben gedaan.”

Dreigende stroppen in Azië, kansen in Frankrijk. Deze week deden vier Franse banken en ABN Amro een bod op de bankengroep CIC, die 1.400 vestigingen telt. Net als bij de situatie in Azië zorgde Kalff voor relativering. “We hebben een bod gedaan, zoals we in de rest van de wereld zo vaak doen. CIC is just another one.”

Daarmee doet Kalff de Franse expeditie tekort. Als CIC in het Nederlandse kamp wordt getrokken, wordt de langgekoesterde droom bewaarheid: een tweede thuismarkt in Europa. “Het feit dat wij als enige niet-Franse bank meebieden, kan wel eens in ons voordeel zijn”, zo liep Kalff heimelijk vooruit op succes. De nationale concurrenten zouden immers, in tegenstelling tot ABN Amro, flink moeten snoeien in het personeel wanneer kantorennetten moeten worden samengevoegd. Behoud van banen speelt een zeer grote rol bij de linkse regering van Jospin.