ABB gelooft in snel herstel en kansen in Azië

Elektroconcern ABB had in '97 de wind tegen in Azië, maar gelooft zijn sterke aanwezigheid in dat werelddeel snel te kunnen uitbuiten door het verkregen forse concurrentievoordeel.

ZÜRICH, 27 FEBR. ABB, het Zweeds-Zwitserse elektro- en machinebouwconcern, tracht de tegenslag die het in Azië ondervindt om te buigen in een voordeel. ABB-topman Göran Lindahl laat zich niet uit het veld slaan door de gebeurtenissen in Azië die er mede toe leidden dat de winst het afgelopen jaar meer dan halveerde tot 720 miljoen dollar. ABB is in Azië volop aanwezig. Het bedrijf heeft er 100 fabrieken en 31.000 personeelsleden. “Wij zijn in deze landen nu buitengewoon concurrerend”, zei Lindahl gisteren in Zürich bij de presentatie van de jaarcijfers. “Slechts eenderde van onze Aziatische bedrijven voelt de gevolgen van de ciris. Sommige projecten zijn vertraagd. Toch hebben we een sterkere groei in Azië dan in andere regio's, al halen we er nog minder dan zes procent van onze totale omzet. We moeten nu onze lokale aanwezigheid benutten voor het opvoeren van de produktie voor de lokale markten voor de export naar het Westen.”

Azië biedt ABB, aldus Lindahl, op middellange en lange termijn nog steeds een van de beste groeipotenties door de grote behoefte aan infrastructuur en de stijgende vraag naar elektriciteit. Wereldwijd heeft de markt voor energieopwekkingsapparatuur volgens ABB een potentie van 75 miljard dollar. Maar de afzetmogelijkheden voor de olie- en gaswinning, waarvoor het concern in toenemende mate installaties en systemen levert, worden zelfs nog iets hoger ingeschat: 80 miljard dollar.

Ondanks de crisis in Azië ontving ABB afgelopen jaar toch 6 procent meer orders in dat werelddeel. Maar dat is veranderd in slechts 1 procent groei door de sterk afgewaardeerde lokale valuta's.

Een grote tegenvaller was de opschorting voor onbepaalde tijd van de Bakun-stuwdam in Maleisië, een waterkrachtproject waar ABB hoofdaannemer van was. Topman Lindahl gelooft dat dit project, aanvankelijk op meer dan 5 miljard dollar begroot, niet voor eeuwig van de baan is en over een paar jaar mogelijk weer kan worden opgepakt.

Het concern houdt er rekening mee dat Azië zich over twee tot drie jaar zal hebben hersteld van de klap en zelfs sneller zal groeien dan voorheen. “ABB onderkende als een van de eerste ondernemingen de bedreigingen maar ook de kansen”, stelde topman Lindahl.

De forse voorziening van 866 miljoen dollar die ten laste van het resultaat '97 is gebracht is daarom bedoeld voor versnelde uitbreiding van de activiteiten in Azië, waar de kosten door de goedkopere lokale munten nog lager komen te liggen. In de relatief dure regio's West-Europa en de Verenigde Staten moet door de reorganisatie de effciëncy omhoog. Daar verdwijnen bijna 12.000 banen (met inbegrip van de nog verliesgevende dochter voor rollend materiaal Adtranz - een joint venture met Daimler-Benz - zelfs 16.500). De saneringen betreffen voornamelijk de divisie energie-opwekking. De werkgelegenheid van ABB Nederland, waar nauwelijks echte produktie-activiteiten zijn, blijft buiten schot.

De verschuiving van produktie en werkgelegenheid naar opkomende economieën is bij ABB de afgelopen jaren al omvangrijk geweest. In de periode sinds 1990 gingen bij de groep in Europa en Noord-Amerika 62.000 banen verloren. Daar tegenover kwamen er in Azië en en Centraal en Midden-Europa 57.000 arbeidsplaatsen bij. Dit jaar en in 1999 zal die ontwikkleing zich in versterkte mate voortzetten. Over een jaar of drie denkt ABB in de emerging markets nog zo'n 30.000 banen extra te creëren. ABB heeft vooral ook hoge verwachtingen van Latijns-Amerika door de snelle liberalisering van de elektriciteitsvoorziening daar.

ABB's rendement heeft afgelopen jaar onder invloed van de forse voorziening wel te leiden gehad. Het rendement op het eigen vermogen daalde van 22,2 naar 10,3 procent. Wordt de voorziening buiten beschouwing gelaten dan lag het op 21,1 procent. Dit jaar verwacht het concern een winstherstel zelfs als het negatieve effect op de winst over '97 niet wordt meegerekend. Veel zal echter afhangen van de valuta-ontwikkelingen, vooral die in Azië.

ABB, tien jaar geleden ontstaan door de fusie tussen het Zweedse Asea en het Zwitserse Brown Boveri, streeft naar een voortdurende beperking van het werkkapitaal. Dat plus de effecten van het lopende herstructureringsprogramma zullen naar verwachting van topman Lindahl het geld moeten opleveren dat voor de saneringsprogramma's nodig is.

Het concern wil, ondanks de toegenomen onzekerheden in Azië, blijven streven naar een jaarlijkse gemiddelde groei van 6 procent met een piek rond de eeuwwisseling. De netto winstmarge moet terug naar 6 á 7 pct.

Wat zegt meer over kunstbeleving: het feit dat we skaters in acryl aan de muur hangen, of dat ze zelf zonder enige verdere uitleg een portret door een kunstschilder accepteren bij een interview in plaats van een foto?