Ziekenverzorgers niet slecht af; Renée Braams is freelance journalist en werkt incidenteel als verpleeghulp.

In de komende verkiezings- en formatietijd zullen ze weer kwistig worden opgedist en gulzig worden geconsumeerd: wilde verhalen over misstanden in de Nederlandse gezondheidszorg. Mensonterende toestanden, hoge werkdruk, nooit tijd voor een praatje, uren wachten op de zuster, dat zijn de clichés waarin met name televisiedocumentaires grossieren.

Nu de kiezer aan zet is durven politici deze verhalen nauwelijks te relativeren. Minister Borst beaamde vorige week in het programma Netwerk, waar de misstanden weer eens over tafel vlogen, schoorvoetend dat zij zich schaamde en dat het 'een kwestie van beschaving' was vaart te zetten achter haar beleid 'meer handen aan het bed'. Zonder een ruimere groeimogelijkheid van het gezondheidszorgbudget zal D66 in de formatie afhaken, zei ze. PvdA-Kamerlid Rob Oudkerk pleitte al eerder voor 30.000 meer banen aan het bed à 900 miljoen gulden.

Deze wilde verhalen zijn overdreven, de werkdruk in verpleeghuizen, verzorgingshuizen en in de thuiszorg is normaal en de kwaliteit van onze ouderenzorg is door de bank genomen prima. Het valt te betwijfelen of 'meer handen aan het bed' een goed beleid is.

De belangrijkste kwaliteitsverbetering die de verpleeghuizen nodig hebben, is door Borst en Terpstra met spoed in gang gezet. In 2004 zullen alle oude gebouwen zijn vervangen door nieuwbouw waarin de traditionele vier- en zespersoonskamers zijn ingeruild voor een- en tweepersoonskamers.

Een andere kwaliteitsverbetering is de café-achtige ruimte bij de entree waarover de laatste jaren ineens alle verpleeg- en verzorgingshuizen beschikken. Achter de bar staan vrijwilligers en de drank is goedkoop. Je kunt er zitten en roken, bezoek ontvangen of genieten van de drukte die de kleinkinderen van andere bewoners meebrengen. Verpleeghuispersoneel doet op talloze andere manieren z'n best om leven in de brouwerij te brengen: een peuterspeelzaal bij de dementenafdeling, kookclubs, modeshows waar alle getrouwde ziekenverzorgenden in hun bruidsjurk verschijnen.

Vijfentachtig procent van de ziekenverzorgenden beklaagde zich in de enquête van Netwerk over gebrek aan tijd om persoonlijke aandacht te geven aan patiënten. Bij de huidige normale bezetting is die tijd er wel. Het punt is dat de gemiddelde ziekenverzorgende die persoonlijke aandacht niet geeft, omdat ze niet weet hoe dat moet. Met die lieve mevrouw die je naam onthoudt en altijd vraagt hoe je vrije dagen waren, kan iedereen wel een genoeglijk praatje maken, maar de meeste verpleeghuisbewoners zijn niet zo gezellig. Zij hebben grote moeite met hun lot en uiten dat door te klagen, somber of cynisch te zijn of alles-doordringend te zwijgen. Het geven van aandacht aan deze mensen is absoluut moeilijk werk waarvoor de meeste ziekenverzorgenden onvoldoende zijn toegerust. Omdat de ziekenverzorgenden in de enquête zo duidelijk te kennen gaven persoonlijke aandacht te willen geven aan patiënten is 'meer opleiding aan het bed en meer salaris aan het bed' misschien een adequater beleid dan 'meer handen aan het bed'.

Ziekenverzorgenden leren in hun opleiding dat je 'patiënt-gericht' moet verplegen en niet 'systeem-gericht'. In de praktijk laten zij zich echter niet leiden door de wensen van de patiënt maar door hun werkschema. In ruil voor meer salaris zouden ziekenverzorgenden, hun opleiders en vooral de leidinggevenden dagelijks aandacht moeten geven aan werkelijk patiënt-gericht verplegen. En dat moet kunnen met de nu gebruikelijke personeelsbezetting.

Ook uitspraken over de 'torenhoge' werkdruk in verzorgingshuizen en in de thuiszorg lijken op stemmingmakerij. Op een willekeurige gang in een verzorgingshuis wonen op dit moment een paar bejaarden die hulp nodig hebben bij de lichamelijke verzorging en een paar dementerenden die je in de gaten moet houden, maar de werkdruk is daarmee nog niet hoog. Bewoners van verzorgingshuizen zijn assertieve ouderen die de zuster oppiepen wanneer ze iets willen en zo brengt de televisie bejaardenverzorgenden in beeld: opgejaagd door de pieper. In de praktijk draait zo'n belletje meestal om het openmaken van een jampot of het dichtmaken van een beha, en kun je na een minuut weer verder met je schema.

De thuiszorg een prachtig systeem dat op de meeste plaatsen goed functioneert. Soms staat op het werkrooster tien minuten gepland voor het aantrekken van een steunkous. Dan gaat het om een oudere die de thuishulp alleen nodig heeft voor die kous. Soms gaat het om meer, dan is die tijd er ook.