Serpentine Gallery heropent; Manzoni als symbool voor de nieuwe tijd

The Serpentine Gallery in Londen is een van de populairste musea voor moderne kunst in Engeland. Na een anderhalf jaar durende verbouwing heropent de galerie zaterdag met een tentoonstelling van Piero Manzoni.

Tentoonstelling Piero Manzoni, van 28/2 tot 26/4 in de Serpentine Gallery, Kensington Gardens, London W2 3XA, tel. 0044-171-4026075. Dag. 10-18 uur. Toegang gratis.

LONDEN, 26 FEBR. Vóór de renovatie had de Londense Serpentine Gallery Merda d'artista, de stront in blik van de Italiaanse avant-gardist Piero Manzoni nooit kunnen tonen. Twee jaar voor zijn voortijdige dood in 1963 vroeg de destijds 27-jarige kunstenaar de dagprijs van goud voor zijn negentig conservenblikjes met ieder dertig gram poep. Omdat geld niets meer dan drek is. Omdat een keutel kunst is als hij aan de darmen van een kunstenaar ontspruit.

Inmiddels overtreft de waarde van de ingeblikte uitwerpselen de prijs van het edelmetaal vele malen. Geen verzekering die in het verleden een expositie van de 'Arist's Shit', laat staan van nog eens 160 andere werken van Manzoni, in de Serpentine had willen dekken. De Serpentine geldt weliswaar als één van de populairste en meest gezaghebbende musea voor moderne kunst in Groot-Brittannië. Cornelia Parker legde er de actrice Tilda Swinton, hoofdrolspeler in de film Orlando, in een glazen kist te slapen. Damien Hirst presenteerde er zijn lammetje op sterk water: Away from the flock. Ook andere winnaars van de Turner Prize als Howard Hodgkin en Rachel Whiteread exposeerden nog voor hun internationale doorbraak in de Serpentine.

Maar ruimte en voorzieningen bleven ver achter bij de aantrekkingskracht en groeiende faam van de galerie. Een lekkend dak dreigde het charmante gebouw in de tuinen van Kensington Palace te ontwrichten. Het pand dat in 1934 als theehuis gebouwd was en in 1970 tot buitenverblijf van de Hayward Gallery getransformeerd werd, beschikte niet eens over een brandalarm en blusinstallatie. Inbraakbeveiliging en verwarming waren zo antiek dat geen enkel museum zijn kostbare werken daaraan zou blootstellen. Van lening aan de Serpentine kon dus zelden sprake zijn.

Maar na een ingrijpende verbouwing die vier miljoen pond gekost heeft en anderhalf jaar geduurd heeft, zagen musea als Boijmans Van Beuningen en het Stedelijk Van Abbe kennelijk geen enkel beletsel meer om doeken van Manzoni voor een heropeningstentoonstelling ter beschikking te stellen. De werken kunnen rekenen op de meest delicate verlichting, de meest verfijnde klimaatbeheersing, de meest geavanceerde elektronische bescherming. Verder valt van de renovatie verbazend weinig te merken. Het aanzien van het pand is nauwelijks veranderd. Dat was een eis van de bedrijfsleiding van de Koninklijke Parken die op de tuinen rond de Serpentine toeziet. Tevergeefs heeft directeur Julia Peyton-Jones voor bovengrondse uitbreiding van de galerie gepleit.

De Serpentine is noodgedwongen ondergronds gegaan: voor opslagruimte en kantoren. Door verplaatsing van de ingang en een ingenieuze herindeling werd aan tentoonstellingsruimte een winst van tien procent geboekt. De 368.000 bezoekers die de galerie jaarlijks weet te trekken, zullen het ook in de toekomst zonder café of kantine moeten doen.

De keuze voor een expositie van Manzoni mag worden uitgelegd als een hernieuwde beginselverklaring: de Serpentine richt zich op de voorhoede van de moderne kunst. Veel vertegenwoordigers van de 'Britart', zoals Damien Hirst en Rachel Whiteread, zeggen dat ze schatplichtig zijn aan Manzoni. Ze zien hem als voorloper en wegbereider. Visionair noemen ze zijn actie om 73 mensen, inclusief Umberto Eco, tot voorwerp van kunst uit te roepen, door een 'verklaring van echtheid' bekrachtigd. Zoals de Italiaan zijn vingerafdruk op een reeks gekookte eieren zette (Uova con impropte), zo liet hij ook op deze generatie moderne Britse kunstenaars zijn sporen na.