Reparaties; Zonder licht, zonder lucht

Een kapotte verlichting en een lekke band kunnen de fietser tot razernij brengen. Wat moet hij doen?

WAT KAN ER NOU KAPOT gaan aan een fiets? Alles. Bel, ketting, remmen, crankstel, trappers, verlichting - alles kan verbuigen, afbreken, wegroesten, uitdoven, leeglopen of er de brui aan geven.

Wie dat niet wil geloven moet eens een jeugdig persoon in het bezit van een goedkope fiets stellen. Men krijgt dan in twee weken te zien waar een volwassene en een goed rijwiel vijf jaar over doen. Wat ziet men? Dit: de fiets is in hoge mate verwoestbaar. Er moet dus regelmatig gerepareerd worden.

Dat valt niet mee, vooral omdat nieuwe onderdelen van huiveringwekkend slechte kwaliteit zijn. Bij de fietsenmaker zijn zelden of nooit originele Gazelle- of Batavusonderdelen te koop. Meestal wordt men afgescheept met een product uit een ver Oosten dat weliswaar ongelooflijk goedkoop is, maar dat op de toonbank al roest en bij thuiskomst gebroken is.

Wie de fietsenmaker er op wijst dat het nieuwe voorkettingblad dat hem zojuist is verkocht wel erg excentrisch is, of dat het voorspatbordstangetje dat een halfjaar geleden is aangeschaft nu al is doorgerot, wordt onthaald op een zwaarmoedig exposé, waarvan de sleutelzin is dat mensen geen geld over hebben voor kwaliteitsspullen. Toch loont het de moeite de fietsenmaker ervan te overtuigen dat althans déze klant een andere mening is toegedaan, en of hij toch maar bij Batavus een nieuwe bagagedrager wil bestellen.

Onderzoek heeft uitgewezen dat twee gevallen van mechanisch falen de fietser het meest tot razernij kunnen brengen. Dat zijn de kapotte verlichting en de lekke band.

Wie zich verdiept in de wijze waarop een fiets van verlichting wordt voorzien, krijgt steeds meer bewondering voor de eenzame fietser die men nog wel eens met een brandende lamp ziet. Het is te onwaarschijnlijk om waar te zijn: de dynamo levert zijn energie naar voor- en achterlamp via één draad die zich als een liaan om remstangen, framebuizen en spatbordstangetjes kronkelt.

Nu heeft een stroomkring altijd twee draden nodig, en in dit geval wordt de rol van andere draad vertolkt door het fietsframe. De elektrische stroom moet zich dus een weg zien te banen door de voorvork, vervolgens een listige sluiproute zien te vinden door het vet van de kogellagers die zich in het balhoofd bevinden, door het stuur naar de lamphaak en dan naar de lamp zelf. Dan hebben we het alleen nog maar over de voorlamp.

Het achterlicht heeft het nog moeilijker, want dat moet zijn stroom via het achterspatbord zien te betrekken. Al die ellende kan men voorkomen door af te zien van het geleidend vermogen van het frame en een dubbele draad te trekken. Sommige fabrikanten doen dat al van huis uit, maar de meeste besparen liever op anderhalve meter snoer.

Maar goed, op een avond moet men naar een afspraak. Het regent gemeen, het fietspad is donker en het licht blijkt het opeens niet meer te doen. Er zijn twee mogelijkheden: voorlicht en achterlicht branden niet, of slechts een van beide. Als beide lampen het niet doen, rust er een loodzware verdenking op de dynamo. Het eerste wat men in zo'n geval doet is het controleren van de wrakke aansluitingen aan de onderzijde. Zitten de draadjes er nog aan? Maakt er geen blank koperdraad sluiting met de metalen mantel van de dynamo? Een elegante testmethode is het aansluiten van een platte batterij van 4,5 volt. Houd de ene pool tegen het blanke metaal van de dynamo en de andere tegen de twee losgemaakte aansluitdraden. Branden voor- en achterlicht, dan is de dynamo de schuldige. Althans, de aansluiting, de dynamo zelf geeft eigenlijk nooit de geest.

Als over de rol van de dynamo uitsluitsel is verkregen en nog steeds een of twee lampjes het niet doen, is de volgende stap de controle van de lampjes zelf. Daarvoor moet de koplamp of het achterlichtje worden opengemaakt. De lampjes kunnen met een batterij worden getest. Kapotte lampjes moeten worden vervangen, al is het alleen maar omdat de dynamo anders korte metten maakt met het lampje dat het nog wel doet.

Zijn de lampjes goed, dan zit de fout in de draad of de verbinding met het frame. Controleer de draad op breuken, en wrik eens wat aan koplamp of achterlichtje om een betere massaverbinding te verkrijgen. Controleer bij de koplamp of de verende koperen lip wel tegen de achterkant van het lampje drukt. Brengen alle inspanningen nog steeds geen licht in de duisternis, schroef dan dynamo, koplamp en achterlicht eraf, werp ze in de vuilnisbak en koop de volgende dag twee van die moderne batterijlampen met knipperende leds.

Dan de lekke band. Hoe men de band van de velg licht en het lek moet vinden, boeken zijn erover volgeschreven. Daarom twee dingen die minder bekend zijn. Ten eerste: het plakken. Een veel voorkomende beginnersfout is het gebruik van te veel solutie. Gebruik zo weinig mogelijk, en smeer het in een snelle beweging uit. Wacht twee minuten, tot de solutie vrijwel verdampt is, en plak pas dan de pleister erop. Gebruik een modern pleister met zilverpapier aan de ene kant en een dun plastic velletje aan de andere. Haal het zilverpapier eraf, druk de pleister op de band en houd hem een tijdje onder druk. Pulk pas dan het plastic eraf, en begin daarbij in het midden. De meeste pleisters hebben daar al een voorgesneden beginnetje gemaakt.

Ten tweede: het ventiel. Als de buitenband er weer om zit, schroef dan het kleine ronde moertje van het ventiel omhoog. Druk vervolgens het ventiel zover mogelijk de band in, en trek het weer terug. Met deze eenvoudige handeling wordt voorkomen dat de binnenband klem komt te zitten tussen de rand van de band en de velg.

En als niets helpt: koop een nieuwe binnenband, vraag ook om een nieuw velglint, en knip uit de oude band honderd handige bindelastieken.