Paars plukt vruchten Poldermodel

Nederland beleeft een onvervalste hoogconjunctuur, zo vatte het CBS gisteren een stortvloed van cijfers samen. Dat is veelbelovend voor 'paars 2' want kiezers blijken in zulke tijden meestal weinig veranderingsgezind.

DEN HAAG, 26 FEBR. De Nederlandse economie verkeert in hoogconjunctuur, zo vatte het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) gisteren een stortvloed aan cijfers samen. In de verkiezingscampagne een opsteker voor het zittende kabinet en een tegenslag voor de oppositie, want uit Amerikaans onderzoek blijkt dat kiezers geen politieke verandering willen wanneer het economisch goed gaat. Al twintig kwartalen lang - met uitzondering van het eerste kwartaal van 1995 - neemt de welvaart toe. Paars-II lijkt 'goudgarant'.

De economie ontwikkelt zich evenwichtig. Aanvankelijk was de groei vooral te danken aan de export, inmiddels zijn consumptie en investeringen de drijfende krachten.

Het bruto binnenlandse produkt (de som van alle consumptieve bestedingen, investeringen en export) steeg afgelopen jaar met 3,3 procent en zou 3,6 procent bedragen als wordt gecorrigeerd voor de economische gevolgen van de varkenspest. De afgelopen twintig jaar was alleen in 1978, 1989 en 1990 de groei hoger.

In de periode van hoogconjunctuur blijft de inflatie relatief laag waardoor de stijging van de lonen beperkt blijft. Immers bij een hoge inflatie willen werknemers compensatie voor het verlies aan koopkracht. Daarnaast draagt de lastenverlichting van het kabinet bij aan de gematigde loonontwikkeling. In de afgelopen jaren zijn lasten voor de burgers met ruim acht miljard gulden verlaagd. De extra koopkracht resulteert in de aanschaf van met name duurzame goederen, zoals televisies, bankstellen en computers.

Lage inflatie en gematigde loonontwikkeling worden geroemd als de succesfactoren van het poldermodel. Kwalificaties als 'Le Miracle Néerlandais', 'Das Wirtschaftswunder', 'The Dutch Miracle' leken in de buitenlandse media ontoereikend om de economische successen van Nederland te beschrijven. Nog niet zolang geleden was Nederland de zieke man van Europa. Inmiddels gaat het beter. Gemeten naar nationaal inkomen per hoofd van de bevolking is Nederland in de Europese Unie opgeklommen van de 11de naar de 7de plaats. Vooral de volgehouden loonmatiging en de grote beleidsconsensus tussen vakbeweging en werkgevers wordt in het buitenland met afgunst bekeken.

Premier Kok plukt de vruchten van het akkoord van Wassenaar in 1982, zo verklaren economen van Centraal Planbureau en CBS. Als vakbondsvoorzitter maakte Kok met de werkgevers een afspraak waarbij werk boven inkomen gaat. Naast rendementsherstel heeft het akkoord uiteindelijk ook tot banengroei geleid.

Dat Nederland een periode van hoogconjunctuur doormaakt, is vooral te merken aan de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. De geregistreerde werkloosheid daalde in Nederland met 65.000 naar 375.000. De werkloosheid als percentage van de beroepsbevolking bedroeg vorig jaar 5,5 procent, het laagste percentage van de afgelopen vijf jaar.

In het afgelopen jaar hebben ruim 210.000 mensen een baan gevonden; dat is een groei van ongeveer drie procent. Ook gemeten naar internationale maatstaven is deze groei fors. De Verenigde Staten en Groot-Brittannië, die een vergelijkbare economische groei als Nederland doormaken, boekten een banengroei van twee procent. In Frankrijk nam de werkgelegenheid nauwelijks toe en in Duitsland is het aantal banen zelfs afgenomen.

Onder de 210.000 nieuwkomers op de arbeidsmarkt bevinden zich werklozen, schoolverlaters en relatief veel herintredende vrouwen. Wat dat laatste betreft is sprake van een duidelijke trend: de arbeidsdeelname van vrouwen aan het betaalde arbeidsproces is de afgelopen jaren sterk toegenomen en Nederland heeft aansluiting gevonden bij het Europese gemiddelde. Ook de flexibele arbeidsrelaties nemen de laatste jaren een hoge vlucht; de uitzendbranche blijft explosief groeien.

De banengroei leidt nog niet tot spanningen op de arbeidsmarkt. Er zijn weliswaar segmenten, zoals informatici en technisch personeel waar de vraag naar arbeid extra groot is en werkgevers lease-auto's als lokkertjes inzetten, maar de lonen stijgen niet explosief.

De commerciële dienstverlening maakte de sterkste groei door. De toegevoegde waarde steeg in deze sector met vijf procent. Uitzend- en communicatiebedrijven zijn in deze sector de koplopers met respectievelijk een groei van zestien en tien procent. De industrie was goed voor een groei van de toegevoegde waarde met 4,4 procent.

Voorlopig zijn er nog geen signalen dat de conjunctuur aan kracht inboet. Integendeel, de consument die in 1996 en 1997 een belangrijke bijdrage aan de groei heeft geleverd, blaakt van vertrouwen. De index van het consumentenvertrouwen bereikte deze maand een nieuw record. Ook de bedrijven met twintig tot vijfhonderd werknemers zijn goed geluimd. Hun optimisme over de economie bereikte in januari ook een hoogtepunt, aldus de Stichting Trendmeter. De bedrijven zitten ruim in de orders, verwachten gemiddeld een hogere winst en denken dat het aantal vaste banen met 2,4 procent en het aantal flexibele banen met 3,1 procent zal groeien. 1998 belooft dus een goed economisch jaar te worden. Het Centraal Planburaeu voorspelt een groei van bijna 4 procent.

En er zijn meer tekenen die optimistisch stemmen. In Duitsland en Frankrijk is de uitvoer - naar ondermeer Verenigde Staten, Groot-Brittannië en Nederland - de motor van de economische groei. De verwachting is dat volgend jaar de binnenlandse bestedingen, consumptie en investeringen, het estafettestokje zullen overnemen. Dat is gunstig voor de Nederlandse economie, want dan kan Nederland op de bagagedrager van Duitsland het relatief hoge groeitempo volhouden.