'Opdracht te ingewikkeld'; Computernet voor scholen vertraagd

ROTTERDAM, 26 FEBR. De aanleg van het landelijke computernetwerk voor scholen 'Edunet' heeft een forse vertraging opgelopen. Minister Ritzen (Onderwijs) zou de aanleg in december 1997 gunnen aan één van de twee gegadigden, PTT Telecom of Enertel. Dat wordt nu op zijn vroegst april.

Oorzaak voor de vertraging is de “ingewikkelde” vraag die de minister heeft voorgelegd aan de markt, zo zegt zijn woordvoerder. De partijen moeten aangeven hoe ze 12.000 scholen - met zo'n 2,6 miljoen leerlingen - musea en bibliotheken met elkaar kunnen verbinden, tegen een lage prijs. Voor de invoering van computers op scholen en de aanleg van Edunet heeft Ritzen 178 miljoen gulden uitgetrokken in 1997 en 1998. De Tweede Kamer heeft dit plan in november aangemerkt als 'groot project', zodat ze de voortgang kan controleren.

De vertraging is niet het eerste gevolg van de “ingewikkelde” vraag. In oktober schreven slechts twee consortia, met PTT Telecom en Enertel als hoofdaanbieders, in op de openbare Europese aanbesteding. Ook toen wees Ritzen de “complexe” vraag aan als oorzaak voor de geringe belangstelling van Internetexploitanten, van wie er in Nederland ruim honderd zijn. Internetexploitant Sun Microsystems deed toen ook een bod, maar heeft zich nu aangesloten bij Enertel. Bedoeling van de openbare aanbesteding was Edunet zo goedkoop mogelijk te kunnen aanleggen.

Edunet is een belangrijk onderdeel van het plan 'Investeren in Voorsprong', dat Ritzen vorige jaar lanceerde. Daarin wil hij ook computers invoeren op alle scholen, zodat elke school voor het jaar 2002 beschikt over één computer per tien leerlingen. Die verhouding is nu één op veertig, zoals in Portugal en Griekenland.

Alleen al de omvang van Edunet blijkt een struikelblok te zijn bij de beslissing welke partij het meest geschikt is om het aan te leggen. Als PTT Telecom de opdracht krijgt, zou de hoofdinfrastrcutuur van Edunet bestaan uit telefoonlijnen. Als Enertel het wordt, bestaat die uit kabels.

Toonaangevende Internetproviders, die toegang bieden tot Internet, zoals NLNet Services, hebben zich sceptisch uitgelaten over de structuur van Edunet. Het wordt een intranet, dat wil zeggen een besloten netwerk waar alleen scholen, musea en overheidsinstellingen in kunnen. Gebruikers krijgen ook alleen onder bepaalde voorwaarden toegang tot het wereldwijde Internet. Leerlingen die via het Edunet op Internet willen surfen, kunnen dat dus alleen met toestemming van de school. Op grond van persoonlijke chipkaarten kan de Edunet-redactie bekijken wie wel of niet toegang krijgt tot Internet.

Behalve tot veel bureaucratie, zal deze “centralistische” werkwijze ertoe leiden dat leerlingen en scholen niet zélf leren werken met Internet, zegt NLNet Services directeur A. Doelman. “Leraren en leerlingen zullen het Internet alleen goed leren gebruiken als ze er zelf mee omgaan.”